Nico Cortlever

Iets meer dan een week geleden overleed de internationale meester Nico Cortlever, 79 jaar oud. Zijn dood was onverwacht, tot op het laatst verdedigde hij in goede gezondheid de eer van zijn schaakclub Zutphen aan het eerste bord. De laatste keer dat ik tegen hem speelde was een half jaar geleden bij een rapidschaaktoernooitje in Amsterdam. Cortlever zei dat hij vaker en sneller moe was dan in zijn jonge jaren, maar dat leek mee te vallen, want een dag snelschaken ging hem toch nog goed af.

Hij was een prettig mens om tegen te schaken, door zijn actieve en een beetje riskante stijl, en ook om mee te praten. Karel van het Reve, die in 1948 als tolk was opgenomen in de groep die Euwe begeleidde naar het toernooi om het wereldkampioenschap in Moskou, heeft later eens beschreven hoe Cortlever hem de feilen van de sovjet-economie uitlegde. Cortlever wees op de vele gaten en bulten in de Moskouse rijwegen, waaraan geen herstelwerkzaamheden werden verricht, en rekende voor hoeveel geheel onnodige schade er aan de economie werd toegebracht, iedere keer als er een auto over zo'n bult reed. Typisch Cortlever. Het kleine detail, dat had zijn aandacht. Van grote theorieën moest hij niet veel hebben.

Het was altijd erg aardig om Donner en Cortlever in gesprek te horen. Donner legde de wereld uit en Cortlever zei dan altijd iets als: “Maar Hein, dat kan niet helemaal waar zijn, want...“ en dan kwam er een klein feit, zo hard als het marmer dat Cortlever, die in het dagelijks leven een steenbedrijf leidde, aan zijn dankbare klanten leverde. Hein werd er wanhopig van en beklaagde zich dan met veel pathos over de misselijke middenstandersmentaliteit die een prachtig inzicht dacht te kunnen ontkrachten met zoiets banaals als een feit. Nico hield veel van Elsschot, Hein van Mulisch. Dat moest wel botsen.

Ik leerde Cortlever pas goed kennen tijdens de olympiade van Nice 1974. Hij had tussen 1936 en 1954 als speler aan vijf olympiades meegedaan. Vanaf 1974 was hij drie keer captain van het Nederlandse olympiadeteam. Dat was erg prettig. Er zijn captains die zo hartstochtelijk meeleven dat je ze troostend de tranen uit de ogen moet vegen als je zelf net iets stoms hebt gedaan. Zo was Cortlever niet. Zijn grote aandacht voor ieder praktisch detail combineerde hij met een nuchtere houding die gebaseerd was op de gedachte dat schaken zo goed mogelijk gedaan moest worden, maar dat het eigenlijk niet meer dan een grapje was.

Over zijn eigen schaakcarrière deed hij, een beetje overdreven bescheiden, ook altijd alsof het maar een grapje was. Ongeveer twintig jaar behoorde hij tot de tien beste schakers van Nederland. Hij speelde met plezier, maar zonder brandende ambitie. Aan openingsstudie deed hij weinig en zijn partijnotaties gooide hij weg. Als hij in zijn eentje aan het schaken was, dan was dat niet om zich op komende partijen voor te bereiden, maar om eindspelstudies te componeren. Daar was hij erg goed in en hij heeft op dit gebied vele prijzen en eervolle vermeldingen gewonnen.

De laatste jaren woonde Cortlever in Zutphen en daarvoor lange tijd in Italië, maar omdat familieleden van hem in Amsterdam vlak bij mij om de hoek woonden, kwam hij me af en toe iets laten zien van de studies waaraan hij werkte. Hij controleerde alles wat hij in elkaar gezet had met een computer, maar het was natuurlijk nuttig om er ook nog even het oog van een mens overheen te laten gaan voor hij het publiceerde, al kan ik me niet herinneren dat ik ooit iets heb kunnen aanwijzen dat hij over het hoofd had gezien. Tussen de zetten door legde hij me uit hoe de Nederlandse economie in elkaar zat, en dat was heel leerzaam. De Nederlandse schaakwereld zal Cortlever missen.

Wit begint en wint.

Cortlevers studies zijn vaak erg ingewikkeld, met een lang en dicht vertakt oplossingsverloop. Dit is een relatief eenvoudig geval, voor het eerst gepubliceerd in het Tijdschrift van de KNSB, 1938.

1. Ph3-g1 Da1xg7 2. d6-d7 Dg7-f6 Na 2...Dxd7 wint wit meteen met 3. Pf3+ Kg4 4. Pe5+ 3. d7-d8D Df6xd8 4. f2-f3 b5-b4 Zwart geeft een pion weg, zodat hij zich later met een patwending zal kunnen verdedigen. 5. La5xb4 Dd8-e8 6. Lb4-c3 De8-e6 7. Lc3-d4 De6xb6 Dit is nu de enige manier voor zwart om het mat te dekken. Wit kan natuurlijk niet nemen wegens pat. 8. Ld4-c3 Db6-e6 9. Lc3-a5 b7-b6 Na 9...De8 komt 10. Lb6 10. La5-c3 gevolgd door 11. Ld4 en wit wint.

Wit Ujtelky - zwart Cortlever, Wijk aan Zee 1969.

1. c2-c4 c7-c6 2. Pg1-f3 Pg8-f6 3. b2-b3 g7-g6 4. Lc1-b2 d7-d5 5. h2-h3 Lf8-g7 6. g2-g4 h7-h6 7. Lf1-g2 0-0 8. 0-0 Pb8-d7 9. Dd1-c2 Tf8-e8 10. d2-d4 h6-h5 11. g4-g5 Pf6-e4 12. Pf3-h4 e7-e5 13. c4xd5 c6xd5 14. Pb1-d2 Dd8xg5 15. Ph4-f3 Dg5-f5 16. d4xe5 Pd7xe5 17. Pf3-d4 Df5-g5!

Wit heeft erg excentriek gespeeld, maar zwart moet hard toeslaan om er van te profiteren. Zijn stukoffer leidt geforceerd tot winst. 18. f2-f4 Dg5-g3 19. Pd2xe4 d5xe4 20. Dc2xe4 Lc8xh3 21. f4xe5 Lg7xe5 22. Pd4-f5 Wit heeft geen verdediging meer. Na 22. Df3 zou komen 22...Dh2+ 23. Kf2 Lxd4+ 24. Lxd4 Lxg2 25. Dxg2 Txe2+ 22...Dg3-h2+ 23. Kg1-f2 Lh3xg2 Wit gaf op. Zwart blijft drie pionnen voor.

Tenslotte mag niet onvermeld blijven dat de naam van Cortlever ook in de Nederlandse literatuur zal voortleven. Op de terugreis van Moskou naar Nederland schreef Karel van het Reve het volgende gedicht voor hem, dat ik hier mag overnemen.

Sonnet voor den heer Nicolaas Cortlever, steenhouwer te Amsterdam. Gegeven in Duitsland, tussen Hamm en Dortmund

dezen 24 en van Mei, Anno Domini 1948.

Gewend om links en rechts te commanderen En iedereen te zetten naar Uw hand, Waart Gij te gast in 't Rode Vaderland Gij, Kind der Bourgeoisie. Het kan verkeren.

Gij zaagt met eigen ogen hoe de heren Van Stalins bent aan lieden van Uw stand Schijt hebben tot en met. Tot aan de rand Vult U de weerzin tegen hun begeren

Om allen in het arm Moscovisch Rijk Te doen geloven dat het Koninkrijk Der Hemelen daar is. Zou dit hun wens

Of ook de waarheid zijn? Wie zal het zeggen? Wij weten weinig. Is er soms één mens Die het Geheim der Schepping uit kan leggen?