Lager minimumloon (1)

De anders toch redelijk alerte verslaggever Frank van Empel liet zich in NRC Handelsblad van 11 april verleiden tot het zonder enige relativering reproduceren van de stelling 'er is volop werk onder het minimumloon'. Het blijkt te gaan om werk dat zou kunnen voorzien in de onvervulde behoeften van - vooral - tweeverdieners, die blijkens een onderzoek in opdracht van de Organisatie voor Strategisch Arbeidsmarktonderzoek (OSA) dromen van goedkope kinderopvang, werksters en zelfs van mensen die boodschappen voor ze willen doen. De rekensom blijkt weer snel gemaakt. Er liggen 123.000 banen voor het grijpen, nu alleen nog even het minimumloon afschaffen graag.

Van mij, als tweeverdiener, geen onvertogen woord over de behoeften van soortgenoten. Ik ken die wensen en ik weet ook dat er heel veel tweeverdieners zijn die al een werkster hebben. Mijn vraag is echter, of de behoeften van tweeverdieners, die volgens hetzelfde onderzoek gemiddeld 800 gulden in de maand overhouden en niet meer dan 15 gulden zeggen over te hebben voor een uur hulp in de huishouding, mogen worden gebruikt als 'argument' om het wettelijk minimumloon af te schaffen? Wie zegt dat die laagste loonschalen een belemmering voor de vooruitgang van het land zijn, dient de daarbij behorende bedragen wel in de beschouwingen te betrekken. De laagste loonschaal in de schoonmaaksector bedraagt ƒ 14,66 bruto per uur.

Als tweeverdienende ouder slaat de schrik je om het hart als blijkt dat 'men' ook de kinderopvang beschouwt als banenmachine voor slecht opgeleide langdurig werklozen met een uurloon ver onder het nu bestaande minimum. Daaruit blijkt weinig respect voor dat vak en ook niet voor de betrokken kinderen. Dat het eigen tweeverdieners-spaarbankboekje kennelijk prioriteit heeft boven het betalen van een redelijke prijs voor de opvang van de kinderen is geen probleem, maar het minimumloon van anderen wel.