Kabinet geeft provincies ruimte voor verhoging van belasting

DEN HAAG, 15 APRIL. Het provinciale belastinggebied wordt verruimd doordat de provincies de mogelijkheid krijgen de opcenten op de motorrijtuigenbelasting te verhogen met 750 miljoen gulden. Tegelijertijd wordt de landelijke motorrijtuigenbelasting met hetzelfde bedrag verlaagd.

Dat heeft de ministerraad besloten.

De vermindering van de opbrengst voor het Rijk is zoveelmogelijk gelijk aan de uitbreiding van de belastingcapaciteit die aan de provincies wordt toegekend. De algemene uitkering uit hetProvinciefonds zal met een zelfde bedrag worden verlaagd. De maatregel moet 1 april 1996 in werking treden. Dit staat in het wetsvoorstel van de staatssecretarissen Van de Vondervoort (binnenlandse zaken) en Vermeend (financiën) waarmee de ministerraad deze week akkoord is gegaan.

Hoofdargument voor de verruiming van het belastinggebied is het streven de zelfstandigheid en de eigen verantwoordelijkheid van mede-overheden te vergroten en de afhankelijkheid van het Rijk te verminderen. In dit kader zijn de afgelopen jaren ook veel taken van het Rijk aan de provincies overgedragen.

Het eigen belastinggebied neemt slechts een bescheiden plaats in in het totaal van de provinciale inkomsten. De provincies verwerven nu ongeveer tien procent van hun inkomsten zelf.

Met de voorgestelde verruiming stijgt de potentiële opbrengst, de belastingcapaciteit van de provincies gezamenlijk van ongeveer 480 miljoen gulden in 1995 tot 1,23 miljard gulden. De verlaging van de algemene uitkering uit het Provinciefonds loopt terug van 2,25 miljard gulden naar 1,5 miljard gulden.