Is koningin Beatrix wel van adel?

In het eerste proefproces over gelijke behandeling van vrouwen in het Nederlandse adelsrecht heeft de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State onlangs uitgesproken dat mannen wèl maar vrouwen géén adeldom kunnen doorgeven. Reden: het gaat hier “om een historisch instituut dat slechts aan het historisch karakter zijn bestaansrecht ontleent en zich daarom niet leent voor aanpassing aan moderne opvattingen over gelijke behandeling”. Deze uitspraak is opzienbarend.

In de eerste plaats konden vrouwen al in de Middeleeuwen hun adelstand doorgeven volgens het Romeinsrechtelijk principe 'partus sequitur ventrem' (het kind volgt de moeder).

Met name in Friesland, Gelre en het Sticht kwam dit vroeger veelvuldig voor. Volgens eeuwenoud gebruik kan adeldom in beschaafde koninkrijken zoals Groot-Brittannië en Spanje overigens nog steeds via vrouwen vererven (bijvoorbeeld Mountbatten). Maar ook in ons Koninkrijk der Nederlanden ging de adeldom tezamen met de historische familienaam na 1814 nog herhaaldelijk via vrouwen over, zoals bij de adellijke families van Oranje-Nassau, Pichot van Slijpe en Theunissen-Reynst.

In de tweede plaats bepalen de grondwet, het VN-verdrag over burgerlijke en politieke rechten en het Vrouwenverdrag dat vrouwen in Nederland niet mogen worden gediscrimineerd. Geldt dit dan niet voor adellijke vrouwen? Een adellijke dochter heeft immers evenveel blauw bloed als een adellijke zoon? Waarom kan de één zijn adeldom wèl doorgeven en de ander niet? Hebben meisjes een of ander genetisch gebrek waardoor zij juridisch mogen worden achtergesteld?

Ten derde heeft onze wetgever het historisch adelsinstituut juist ingrijpend gemoderniseerd met de aanvaarding van de Wet op de adeldom. (Kamerstukken 21485; Stb. 1994, 360). Zo werd bijvoorbeeld het grondwettelijk prerogatief van H.M. de Koningin om burgers te kunnen adelen afgedankt. Minister Dales vond dat 'in deze tijd' geen gepast middel meer om personen te onderscheiden. Anderzijds werd een fundamentele regel van historisch adelsrecht afgeschaft dat adel uitsluitend overgaat op de wettige kinderen uit een adellijk huwelijk. Vanaf 1 augustus 1994 worden alle kinderen adelsrechtelijk gelijk behandeld. Wettig of onwettig, natuurlijk of adoptief, het maakt niets meer uit: allemaal van adel! Maar, volgens de Raad van State geldt dit niet voor de kinderen van een adellijke moeder, want “het historisch instituut leent zich niet voor moderne opvattingen over gelijke behandeling”. All animals are equal, but some are more equal than others.

Hoe valt dit te rijmen met artikel 2 van het Vrouwenverdrag waarbij Nederland zich zonder enig voorbehoud heeft verplicht alle bestaande wetten, voorschriften, gebruiken en praktijken, die discriminatie van vrouwen inhouden, te wijzigen of af te schaffen? Daarop geven de Staatsraden geen antwoord.

De wetsbehandeling in de Eerste Kamer heeft in dit verband echter wèl tot een paar duidelijke conclusies geleid: 1. De bestaande historische verervingsregels zijn sekseneutraal en laten dus adelsvererving zowel via mannelijke als via vrouwelijke lijn toe. 2. De regering heeft niet weersproken dat op basis daarvan vererving in de vrouwelijke lijn in het verleden heeft plaatsgevonden. 3. De meerderheid van de Eerste Kamer en de regering verzetten zich niet tegen de conclusie dat de huidige bestaande regeling vererving in de vrouwelijke lijn toelaat. Op die basis werd de Wet op de adeldom aanvaard.

In de volgprocedures zullen de president van de rechtbank en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens nu uitmaken of deze uitspraakvan de Raad van State in stand kan blijven.

Daarnaast is het aan de strafrechter om te beoordelen of hier sprake is van discriminatie in de uitoefening van een ambt. Ondertussen mag politiek-Den Haag een interessant probleem oplossen: welke consequenties heeft deze uitspraak voor de leden van het Koninklijk Huis? Als vrouwen inderdaad volgens het Nederlandse adelsrecht geen blauw bloed kunnen doorgeven, aan wie ontlenen onze huidige prinsen en prinsessen van Oranje-Nassau dan hun adeldom? In ieder geval niet aan hun Duitse vader, want in Duitsland werd het wettelijke adelssysteem al in 1919 bij artikel 109 III van de Grondwet van Weimar afgeschaft. Evenmin is het aannemelijk dat mr. Pieter van Vollenhoven zijn zoons van blauw bloed heeft voorzien.

Als de Oranjes hun adeldom noch aan hun vader, noch aan hun moeder kunnen ontlenen, dan moet er sprake zijn van een fictie of een onjuiste toepassing van de wettelijke regels. Beide oplossingen ondergraven echter de historische legitimatie van het adelsinstituut en die van het Huis van Oranje in het bijzonder. Is het denkbaar dat zij hun prinselijke c.q. adellijke status kunnen behouden zonder dat deze in rechte mannelijke lijn tot het Prinsdom Orange valt terug te voeren?

Misschien komt er wel veel eerder dan iemand kan vermoeden een Presidentieel Huis ten Bosch. De nieuwe (Erf)Presidente zal natuurlijk zelf aan het roer van het schip van Staat mogen staan zonder verantwoordelijke ministers. De President-Gemaal kan eindelijk al zijn professionele talenten ontplooien buiten de beperkingen van de gouden hofkooi. Tenslotte ligt er voor de kinderen uit het Presidentiële Huis een vrije maatschappelijke carrière in het verschiet zonder ministerieel toezicht. Èn zij mogen trouwen zonder de dames en heren op het Binnenhof om toestemming te hoeven vragen. Geen adel, geen plichten. There is method in the madness.