ING stuit op schaduwzijde van haar financiële macht

Als een spin heeft bank en verzekeraar Internationale Nederlanden Groep (ING) zich genesteld in het financiële en maatschappelijke web van Nederland. In Duitsland is de macht van het Finanzkapital onderwerp van politieke controverses, in Nederland niet. “Wij hebben geen macht”, zegt ING-voorzitter Jacobs. Ook een directeur van De Nederlandsche Bank vindt dat er geen reden voor ongerustheid is. Maar geïntegreerde financiële dienstverlening schept dilemma's - die zich steeds vaker zullen voordoen.

Vier jaar na haar creatie is de financiële macht en de maatschappelijke invloed van bank en verzekeraar ING opeens pregnant aanwezig. De Nederlandse financiële gigant haalde vorige maand de wereldpers met de overname van de failliete Britse elitebank Barings. Direct daarna kwam ING in Nederland als de glorieuze winnaar uit de bus bij de strijd om de licentie voor de aanleg van een tweede mobiel telefoonnet (MT-2).

En tussen deze spektakelstukken door zag ING een door haar geleide aandelenemissie voor kantoorinrichter Samas mislukken. Dat laatste trok weinig aandacht, maar is op langere termijn zeker zo relevant voor de verhoudingen in het Nederlandse bedrijfsleven en de financiële sector als de andere twee gebeurtenissen.

“Wij staan nog maar aan het begin. U zal in Nederland nog van ons horen”, voorspelde bestuursvoorzitter drs. A. Jacobs twee weken geleden bij de presentatie van de ING-resultaten in 1994. De 13 procent hogere netto winst (2,3 miljard gulden), de spektakelstukken met Barings en MT-2 en het groeiende marktaandeel in Nederland hebben het zelfvertrouwen van de bestuurders van ING een krachtige impuls gegeven. De uitstraling werkt aanstekelijk. “ING heeft met de overname van Barings een soort nationaal gevoel veroorzaakt van wij Nederlanders tegen de rest van de wereld”, zei minister Zalm van Financiën deze week toen hij ING-voorzitter Jacobs benoemde tot Ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw.

ING is in Nederland een uniek bedrijf. Het is een combinatie van een grote kredietverlenende bank voor het bedrijfsleven (NMB) met een bank met 6 miljoen particuliere rekeninghouders (Postbank) en de grootste verzekeraar en tevens grootste belegger in Nederlandse aandelen (Nationale-Nederlanden). Ook andere grote financiële instellingen zijn op veel terreinen actief, maar niemand heeft zo'n substantieel marktaandeel op zoveel verschillende markten. Ook ABN Amro, de grootste Nederlandse bank, niet.

De opeenstapeling van belangen bij ING wekt tot nu toe geen wrevel van betekenis. In Duitsland is dat heel anders. Financiële machtsconcentratie is daar een politiek issue. De naam Deutsche Bank, die talrijke aandelenbelangen in prominente bedrijven heeft, is synoniem met een vergaande greep op het bedrijfsleven, waaronder - om maar een voorbeeld te noemen - Daimler-Benz (auto's, vliegtuigen, automatisering). Deutsche Bank heeft een kwart van de aandelen van het vlaggeschip van de Duitse industrie. Zelfs de liberale FDP wil die Macht der Banken beknotten.

Een jaar na de fusie tussen NMB-Postbank en Nationale-Nederlanden sneden twee directeuren van de Nederlandsche Bank, die toezicht moet houden op de banken, het vraagstuk van de machtsconcentratie wel aan. Directeur drs. T. de Swaan, specifiek verantwoordelijk voor het bankentoezicht, herinnerde er in een toespraak in 1992 aan dat de Nederlandsche Bank van oudsher gekant is tegen een grote rol van banken in Nederlandse bedrijven. In Frankrijk, met zijn banques d'affaires, en Duitsland hebben banken wel grote belangen in het bedrijfsleven en gebruiken zij die invloed om sturend op te treden in bedrijfsbeleid. De Swaan vreesde dat de vorming van financiële conglomeraten als ING het anti-banques d'affairesbeleid zou doorkruisen.

ING zou immers heel simpel de participaties en aandelen in bedrijven, buiten het wakend oog van de centrale bank, in de beleggingsportefeuille van de verzekeraar (Nationale-Nederlanden) kunnen onderbrengen. Dan voldoen de bank en de verzekeraar netjes aan de normen, maar kunnen de bestuurders in de top van de holding wel aan de touwtjes trekken. Zij kunnen dan langs twee lijnen invloed uitoefenen in bedrijven: via hun kredieten, een levenslijn voor menig bedrijf, en via de aandelenpakketten in bedrijven. Nationale-Nederlanden heeft aandelenbelangen van 5 procent of meer in 70 Nederlandse beursfondsen.

De ambities van ING beperken zich niet tot het bedrijfsleven. De groep ziet juist vanwege haar capaciteit om alle mogelijke financieringen te leveren, ook een rol weggelegd op het snijvlak van particuliere en publieke sector. De projectontwikkelingsdochter van de groep heeft onder meer voor 700 miljoen gulden rechtbanken gekocht en verhuurt die aan de overheid. ING financiert de Wijkertunnel en wil graag investeren in de aanleg van andere grote projecten, zoals de Betuwelijn en de hoge snelheidslijn. (HSL).

Is de meerderheid van ING in het telefoonbedrijf MT-2 niet een nieuwe stap in de richting van een banque d'affaire die juist ongewenst is? De Swaan, deze week: “Ik denk niet dat ik mij ongerust moet maken. Er is niets wezenlijks veranderd. De banken moeten nog steeds toestemming vragen voor deelnemingen in andere bedrijven. Dat hebben zij bij MT-2 gedaan en de toestemming hebben zij gekregen.”

De vorming van ING is mogelijk gemaakt door een liberaal mededingings- en toezichtsbeleid. Er is in Nederland geen fusiewetgeving die de overheid de macht geeft om in te grijpen bij het samengaan van twee grote bedrijven als er sprake is van concentratie van economische macht of mogelijke uitschakeling van concurrentie. Minister Wijers van Economische zaken heeft inmiddels wel plannen in die richting ontvouwd.

Ook het beleid van de toezichthouders op de financiële sector is traditioneel liberaal. De Nederlandsche Bank en de Verzekeringskamer, die de pensioenfondsen en verzekeraars controleert, bekijken fusies vooral vanuit het belang van spaarders en polishouders. De toezichthouders oriënteren zich bij fusies en overnames vooral op de financiële kracht van de nieuwe partij. Bij gezonde banken als NMB en Postbank en een gezonde verzekeraar als Nationale-Nederlanden is dat geen enkel probleem.

ING financiert zo ongeveer alles. Wie het wil kan straks in een door ING geleasde auto door een door ING gefinancierde tunnel rijden, op weg naar een door ING gefinancierd bedrijf en daarna naar huis met een door ING verschafte woninghypotheek. Wie een snelheidsovertreding maakt kan terecht staan in een door ING geleasde rechtbank en moet wellicht naar huis met een door ING gefinancierde spoorlijn al kan hij vanuit de trein via zijn mobiele ING-telefoon nog niet goed telefoneren.

ING is groot in Nederland, maar haar financiële macht is geen twistappel. “Wij oefenen nooit macht uit”, zegt Jacobs. “Daar is Nederland het land niet voor. Wij moeten het pleit winnen op de kracht van argumenten, niet op financiële macht.”. Hij bespeurt alleen bij de media een zekere argwaan tegen het concern. “Dat komt omdat wij zo groot zijn.”

ING is in de regel wars van het gebruiken van zijn aandelenbelangen in Nederlandse bedrijven om invloed op die bedrijven uit te oefenen. Jacobs is een krachtige tegenstander van opheffing van beschermingsconstructies die de zeggenschap van beleggers nu beknotten. Jaarlijks maakt directeur mr. R. de Haze Winkelman van de belangenvereniging van beleggers VEB een 'bedevaart' naar ING om hen over te halen de VEB te steunen om de macht van beleggers te vergroten - tot nu toe tevergeefs.

Directeur De Swaan van de centrale bank plaatst ook een kanttekening bij de discussie over macht van de banken die bij onze oosterburen wordt gevoerd. “In Duitsland is de hele discussie over machtconcentratie geconcentreerd op een instelling, de Deutsche Bank”, zegt De Swaan. “Dat lijkt vooral gevoed te worden door een aantal achtereenvolgende probleemgevallen.” De reputatie van de Deutsche Bank is het afgelopen jaar aangetast door grote financiële problemen bij klanten als het industriële conglomeraat Metallgesellschaft en de projectontwikkelaar Schneider.

“Nederland is een land van machtsegalitarisme. Je moet oppassen om je hoofd boven het maaiveld te steken”, meent drs.ing. C. Maas, ten tijde van de fusie van ING thesaurier-generaal op het ministerie van Financiën en de belangrijkste ambtelijke adviseur van toenmalig minister Kok. Maas stapte medio 1992 over naar de raad van bestuur van ING. Bij het verkrijgen van de toestemming van Financiën voor de fusie, speelde het machtsvraagstuk geen rol. Het ministerie liet zich leiden door de liberalisatie van de Europese markt en de noodzaak voor sterke Nederlandse financiële spelers. Het contrast tussen de Nederlandse zwijgzaamheid over financiële de macht en de Duitse discussie brengt Maas terug tot een verschil in uitgangspositie. “Wij spelen niet, zoals de Deutsche Bank, een rol in een heel netwerk van beschermingsconstructies. Zo van: kom maar lekker bij ons.”

Al schrikt ING ervoor terug om zijn formele invloed als belegger te gebruiken, zij gebruikt haar eigen beleggingen wel om op de bedrijvenmarkt een betere concurrentiepositie voor de bank te bereiken. ING probeert daarmee de machtspositie van ABN Amro, de nummer een in het segment van (middel)grote bedrijven, aan te tasten. Daarbij biedt de groep klanten een totaalpakket van aandelenfinanciering en kredieten.

Zo kocht de groep eind 1993 bijna de helft van de aandelen van het bouwbedrijf Ballast Nedam, om verreweg het grootste deel van deze stukken een maand of vijf later met enkele tientallen miljoenen guldens winst op de effectenbeurs te verkopen. Dankzij de beleggingskracht van de verzekeringsafdeling kan het bankbedrijf van ING penetreren op de lucratieve markt voor aandelenemissies en privatiseringen. Om deze activiteiten internationaal in één klap uit te breiden kocht ING anderhalve maand geleden de prestigieuze Britse zakenbank Barings.

De combinatie van bankkrediet en aandelenbelangen gaat gepaard met financiële risico's en de samenballing van informatie die een zwaar beroep doet op de integriteit van financiële instellingen en hun bestuurders. Het financiële risico kwam onlangs naar voren bij de door ING Bank geleide, maar mislukte aandelenemissie van kantoorinrichter Samas. Het bedrijf had het geld nodig om een grote overname in Duitsland te financieren. Daarmee werd Samas in een klap de grootste Europese aanbieder op deze markt. Samas' huisbankier bij aandelenemissies was tot nu toe ABN Amro. Voor deze transactie won ING het leiderschap met een scherpere prijs en een omvangrijk aanvullend financieringspakket. ING leidde niet alleen de aandelenemissie, maar verstrekte ook bankkrediet alsmede achtergestelde leningen van zowel de bank als de beleggingsafdeling.

Toen duidelijk was dat beleggers te weinig belangstelling hadden voor de nieuwe aandelen van Samas kocht de beleggingsafdeling van ING de rest: 600.000 aandelen, oftewel 30 procent van de emissie. De beleggers van ING betaalden daarvoor de introductieprijs (79 gulden) minus de standaard korting van een paar procent voor grote beleggers, zo vertelde Jacobs bij de presentatie van de jaarcijfers van ING. Hij rechtvaardigt de vestzak-broekzak transactie met een verwijzing naar het hoge en vaste rendement van ruim vijf procent op de aandelen, dat gunstig afsteekt bij het rendement na belastingen op bijvoorbeeld Nederlandse staatsobligaties.

ING zelf leidt geen financiële schade door de mislukte emissie. Of de polishouders van de verzekeraar benadeeld worden, is twijfelachtig. ING kreeg de aandelen voor een prijs die rond de beurskoers lag, al was die koers een stuk lager geweest als ING de aandelen niet bij de verzekeraar had kunnen 'stallen' maar op de beurs had moeten lozen.

De bundeling van zoveel verschillende financieringen binnen de muren van ING heeft gevolgen voor de verhoudingen in het bedrijfsleven en de financiële sector. Het vangnet voor emissies van de beleggingsafdeling van ING kan de groep verleiden tot kunstmatig geprijste transacties die vooral ten doel hebben marktaandeel te winnen. Daarmee raakt de aandelenmarkt verstoord omdat het prijsmechanisme wordt ontregeld.

De financiële vervlechting binnen een groep als ING roept tevens vragen op over de reikwijdte van de informatiestromen. Wie zowel bankkredieten verschaft als aandeelhouder is, heeft toegang tot veel, vaak vertrouwelijke informatie. Al die informatie komt samen in de top van het concern. De proef op de som volgt als het slecht gaat met een bedrijf waarbij het financiële concern als belegger en bankier betrokken is.

“Soms is het positief, maar in tijden van crisis vormt dit een ingebouwde belangentegenstelling”, erkende ABN Amro bestuurder mr. R. Groenink vorige week op een symposium over de macht van de banken. “Je kunt permament beschuldigd worden van het gebruiken van je positie als bancaire fianncier om je positie als aandeelhouder veilig te stellen.”

Doordat een bank meestal in een vroeg stadium op de hoogte is van financiële problemen van een klant, kan zij collega-beleggers in hetzelfde concern tippen om hun aandelen te verkopen en een strop te vermijden. Dat is misbruik van inside information, en in Nederland strafbaar. Maar ook als de beleggers in zo'n situatie aandelen verkopen zonder dat zij maar een spoortje van die vertrouwelijke kennis hebben, staan zij er gekleurd op. Zij hebben altijd de schijn tegen. Bewijs maar eens dat er géén inside information was.

ING kent dit dilemma uit de praktijk. De groep was een belangrijke aandeelhouder en kredietverschaffer van vrachtwagenbouwer Daf, die in 1993 failliet ging. Lang voor de buitenwereld wist hoe slecht Daf ervoor stond, wist de ING-top dat al. Jacobs nam geen risico en verbood zijn beleggers het pakket aandelen Daf te verkopen. Dat kostte ING 130 miljoen gulden.

Dat is de schaduwzijde van een bank en verzekeringscombinatie. Mocht Samas onverhoopt ooit in financiële problemen komen, dan zit ING weer in dat dilemma van Daf waaruit geen bevredigende uitweg is. Naarmate het succes van de geïntegreerde financiële dienstverlening van ING toeneemt, zal dit dilemma zich alleen maar vaker voordoen.