Ik wil een vergrootglas leggen op alles wat we over die oorlog weten; 'Ik weet dat veel mensen de oorlog voor gezien houden'

Niet bekend

“Cherry Duyns vroeg me vorig jaar een thema-avond over de bevrijding te maken, maar er is natuurlijk geen bevrijding zonder oorlog. Daar kon hij zich wel in vinden. Hoe kun je over de bevrijding vertellen als je het niet eerst over de oorlog hebt gehad?

Ik wilde een vergrootglas leggen op alles wat we over die oorlog weten. Details waren mijn uitgangspunt. Zoals Hans Blom, de historicus, het in de film vertelt: de grote gebeurtenissen zijn beschreven, de speeches zijn uitgetikt en bestudeerd, de kalender van de oorlog is gedetailleerd genoteerd, maar wat gebeurde er nou in het dagelijks leven? Hoe ontwikkelde zich de mentaliteit van de mensen? Wat hoorde je op de radio? Kreeg je voortdurend propaganda over je heen of gingen de naailessen gewoon door?

Ik wilde geen heldenverhalen in mijn film, en evenmin duidelijk foute Nederlanders. Emoties die iemand als Rost van Tonningen oproept, zouden vertroebelend werken. Om dezelfde reden heb ik uiteindelijk ook geen concentratiekampverhalen opgenomen. Hoe vreemd het ook klinkt, de gruwelijkheid daarvan zou mijn uitgangspunt in de weg zitten.

Ik was uit op details waarmee je je anno 1995 kunt vereenzelvigen, ook als je zelf die oorlog niet hebt meegemaakt. Je kunt je niet identificeren met Bergen-Belsen of Westerbork. Je kunt je niet identificeren met die grote gruwels. Maar met bepaalde, intiemer beleefde details lukt dat misschien wel. Ik heb Netty Rosenfeld gevraagd naar allerlei details over die ster. Hoeveel had je er? Kreeg je ze of moest je ze halen? Zaten ze links of rechts? Toen Netty daarover verteld had, dacht ik: mijn moeder begrijpt dit en mijn vrouw begrijpt dit en mijn kinderen ook.

De opportunistische kant van mijn keuze was dat ik zoveel mogelijk aan het clichébeeld van de oorlog en de bevrijding wilde ontsnappen. Want ook ik weet dat heel veel mensen die oorlog nu wel voor gezien houden.

De precisie van de verhalen in de film stelt je in staat om met een verschoonde blik te kijken naar de periode waarover al zo vaak verteld is. In zekere zin vertonen de amateurfoto's en -films eenzelfde mechanisme. De onbeholpenheid en het ongecoiffeerde daarvan werken ook verschonend. Het merendeel van het amateurmateriaal heb ik niet gebruikt als illustratiemateriaal bij de verhalen, maar als een aparte stem. Beide bronnen staan op zichzelf.

Ik dacht dat ik het historische materiaal over de oorlog zo langzamerhand wel kende. In 1975 heb ik met Henk Hofland en Hans Verhagen Vastberaden, maar soepel en met mate gemaakt, een lange film over dezelfde periode. We hebben toen alle archieven uitgeplozen. De laatste tien jaar is er evenwel heel veel nieuw amateurmateriaal terechtgekomen bij de Rijksvoorlichtingsdienst en het Filmmuseum. Materiaal dat keurig aansluit bij mijn uitgangspunt: het is heel gewoon. Bovendien ontdekte ik dat er in Nederland zelden gebruik is gemaakt van het filmmateriaal van het Canadese leger. Dat blijkt totaal anders gedraaid en gemonteerd te zijn dan de propagandafilms van zowel de Duitsers als de Amerikanen. De Canadezen filmden veel nabijer, veel meer op ooghoogte en ze lieten bijvoorbeeld hun doden en gewonden zien.

Mijn film wordt, naarmate de bevrijding nadert, steeds grimmiger. Andrea Domburg vertelt dat zij collaborateurs opeens in Nederlandse uniformen zag rondlopen. Voor sommige mensen heeft de bevrijding maar anderhalve dag geduurd. De vooroorlogse verhoudingen moesten meteen worden hersteld. Duitse joden kwamen in interneringskampen terecht, waar ook hun vervolgers zaten. Daar zijn achteraf nooit verontschuldigingen voor aangeboden. Eigenlijk werd die hele oorlogsperiode ontkend.

Het is schokkend om de valse vrolijkheid van de nationale folklore te zien: optochten waarin de oorlog nog eens werd overgedaan en waarin kinderen verkleed liepen als Duitse soldaten! Je kunt achteraf constateren dat men in Nederland geen vorm kon vinden waarin de periode van oorlog en bezetting op een adequate manier kon worden bezworen, om het woord 'verwerkt' maar even niet te gebruiken. Als je kinderen een hongertocht laat naspelen, ontken je in feite de werkelijkheid. Het zijn onbeholpen zinnebeelden. Kennelijk had men de behoefte om die smerige boel met veel vlaggen en bloemen zo snel mogelijk te vergeten.

Het schijnt zo te zijn dat Nederlanders relatief veel herdenken, maar tegelijkertijd gaan er al sinds 1957 stemmen op om 4 en 5 mei maar af te schaffen.

Tja, al die herdenkingsprogramma's. Er zijn mensen die er altijd naar blijven kijken. Ik ben er ook zo een. Tijdens het maken van mijn eigen film heb ik die andere programma's over de oorlog niet willen zien. En nu ga ik met vakantie. En ik ben 15 mei weer terug. Dan is het allemaal achter de rug. Als ik thuis was gebleven, dan was ik vast gaan kijken. Maar laat ik het zo zeggen: ik hou ontzettend van Ierland.''