Hollands Dagboek

De Duitse actrice en zangeres Eva-Maria Hagen (1934) is met Marjan Berk op een Duits-Nederlandse 'verzoeningstournee' met de voorstelling 'Rotmoffen & Kaaskoppen'. Zij komt uit de voormalige DDR, verruilde op haar 17e de opleiding tot machinebankwerker voor de toneelschool, trad op onder regie van Bertolt Brecht, werkte bij het Maxim Gorki-theater in Oost-Berlijn, het televisie-toneel en speelde in ongeveer 50 films. Ze trouwde de auteur Hans Hagen in 1954, waarna in 1955 Catharina (Nina) werd geboren. In 1965 werd zij de partner van de zanger en auteur Wolf Biermann, waarna ze door een 'Berufsverbot' werd getroffen. Zij volgde hem naar West-Duitsland waar ze opnieuw als actrice en zangeres begon. In Hamburg speelde zij onlangs Medea; na haar Nederlandse tournee zal ze er als Mutter Courage op de planken staan.

Woensdag 5 april

Observaties, indrukken, ervaringen - drie weken op tournee met 'Rotmoffen & Kaaskoppen', samen met Marjan Berk, haar beide gitaristen François van Bemmel en Ruud-Jan Bos en mijn vaste pianist Siegfried Gerlich, met wie ik sinds jaar en dag optrek.

Mijn 14-jarige kleindochter Cosma-Shiva heeft schoolvakantie. Ze is meegekomen. We gaan voor het eerst op bezoek bij haar grootvader van vaderskant en zijn familie in Amsterdam. De ontmoeting is hartverwarmend. Iedereen herkent in haar een loot van de stamboom: de vroegere vriend van mijn dochter Nina, Ferdinand Karmelk, die helaas zo jong is gestorven. We bekijken zijn kinderfoto's, genieten van de eerste muziekopnamen (zang en gitaar) en zijn opgewekte kijk op het leven. Treurig dat hij er niet meer is.

Opa is blij en zingt Duitse en Italiaanse aria's. De andere familieleden Roland, Donja en Rina verwennen ons op hun knusse woonboot met zelfgemaakte lekkernijen. Bij het afscheid voelen wij dat onze familie groter is geworden, we hebben nu Hollandse verwanten.

Ik merk dat het schrijven van dit reisdagboek moeilijker is dan ik dacht. Je ontvouwt persoonlijke gevoelens en gedachten in de openbaarheid en dat is toch iets anders dan de notitie van herinneringen die alleen voor eigen gebruik bestemd zijn. Maar ik heb nu eenmaal toegezegd.

Donderdag

Generale repetitie en eerste try-out in Nieuwegein. Ik ben gespannen, ook door de voor mij ongewone vorm van het programma. Mijn kracht ligt niet echt in het ter plekke opbouwen van een programma, zoals in het klassieke cabaret. De liederen 'staan', dat is geen probleem. Ze zitten me in het bloed, liggen veilig opgeslagen in mijn gevoelshuishouding. Je staat op het podium en zingt. Maar dan de dialogen met Marjan: ik zie voetangels, valkuilen, voel me hulpeloos en een beetje 'achterlijk' omdat ik geen Nederlands versta. Ik hou er niet van uit het hoofd geleerde teksten te reproduceren en het lukt me ook niet. Daar komt nog bij dat de in het Duits vertaalde tekst aanvankelijk niet tot mijn hersenen wilde doordringen: mijn hoofd voelde als een bokkige computer die weigert een onbekend programma te verwerken.

Bij de eerste try-out zong ik bij het gezamenlijke slotlied een tekst die me op dat moment te binnen schoot: we hebben er achteraf vreselijk om gelachen. De volgende dag in Austerlitz ging het al beter.

Het lied over 'Jan Gat unterm Himmel von Rotterdam' is het fundament van de avond. Zelfs als ze niet ieder woord verstaan, begrijpen de toeschouwers heel goed waar het over gaat - inhoud en betekenis; ze raken het hart en het verstand.

Dit monument van Ossip Zadkine is een herinnering aan het bommentapijt waarmee Hitler de oorlog tegen Nederland opende. Eigenlijk heet het beeld 'De verwoeste stad', maar veel Rotterdammers noemen de man die zijn handen in een gebaar van afweer en afschuw in de lucht steekt Jan Gat. 'Hans Loch' in het Duits. Die naam dankt hij aan het enorme gat dat de beeldhouwer in de borst heeft geslagen, op de plaats waar het hart zit. Toen Wolf Biermann, die deze ballade schreef, oog in oog met Jan Gat stond, herinnerde hij zich dat hij drie jaar na de overval - in 1943 dus - zelf onder een tapijt van bommen lag in Hamburg-Hammerbrook. En omdat zijn familie joods en anti-fascistisch was, waren zij blij met de bombardementen van de geallieerden. Vervelend alleen dat Wolf zich met zijn moeder midden in de ergste vuurstorm van Hamburg bevond en het er alleen levend afbracht doordat zij hem op haar rug nam en zwemmend door het kanaal aan het vuur wist te ontkomen. Aan een strofe van het lied hebben veel mensen in Duitsland zich geërgerd:

'Und weil ich unter dem gelben Stern in Deutschland geboren bin - So nahmen wir die englischen Bomben wie Himmelsgeschenke hin' (En omdat ik onder de gele ster in Duitsland geboren ben

-

ontvingen wij de Engelse bommen als geschenken uit de hemel)

Zo dachten natuurlijk alleen de mensen die door het regime vervolgd werden. En nog altijd worstelen de Duitsers met de vraag of zij de achtste mei nu moeten herdenken als een dag van nederlaag en rouw of moeten vieren als de dag van bevrijding en vreugde. Het laat zich raden waar ik in die discussie sta.

De media tonen een onverwacht grote belangstelling voor onze 'onderneming'. De prikkelende titel zal er wel debet aan zijn. Het maakt me benauwd, omdat de verwachtingen daardoor heel hoog worden opgeschroefd. Veel interviews en fotosessies, en ik probeer ook nog een dagboek bij te houden om mijn particuliere meningen kenbaar te maken. De voorpubliciteit is in ieder geval enorm. Vaak krijg ik de vraag hoe de Duitsers tegen Nederlanders aankijken; of zij ook zo gefixeerd zijn op de nog altijd verstoorde relatie als omgekeerd het geval is. Ik geloof van niet. Wellicht ook omdat Hitler-Duitsland in de Tweede Wereldoorlog de volken in de omringende landen zo onbeschrijfelijk veel leed heeft aangedaan, dat de inval in Holland maar een splinter is in de schuldenlast van de geschiedenis. Vergeleken met het uitroeien van een heel volk zijn de Nederlanders, die op hun beurt ook deelnamen aan de deportaties van joden, er vanuit Duits oogpunt nog tamelijk ongeschonden doorheen gekomen. Onder het volk van de daders kwamen de Westduitsers veel te goed weg; voor de oorlogsmisdaden kregen alleen de Oostduitsers de rekening gepresenteerd.

Vrijdag

Taxirit in Amsterdam. Ik zit met samengeknepen billen naast de chauffeur, die als een stuntman rijdt. Volgas achteruit tegen het eenrichtingsverkeer in, omdat een vrachtwagen voor ons staat te lossen. De volgende afslag is ook afgesloten en dus draait hij achteloos een steeg in, ditmaal met de neus naar voren en zonder oog te slaan op het verbodsbord. Bij het zebrapad weet een voetganger kundig te ontsnappen aan een onvrijwillige lift, of beter aan het ziekenhuis. Ik ben in een actiefilm terecht gekomen waarin wij moeten zien te ontkomen aan een (onzichtbare) achtervolger.

Dan rijden we met Marjan Berk naar Austerlitz. Onderweg een kleine sensatie: een weide vol met zwarte schapen en daarboven een lucht van witte schapenwolken. Ach - en eindelijk ook bomen, een heus bos! Dat hebben mijn ogen tot nu toe in Holland moeten ontberen.

Het Beauforthuis is klein en knus. De voorstelling zelf - de zaal is stampvol - een groot succes, ondanks enkele onvoorziene gebeurtenissen: Bij mijn lied over het mooie voortdenderende mensenleven in de 'Troika' schreeuwt mijn pianist plotseling 'Stop!' - de vleugel begon vrolijk het podium af te rollen. Onze technicus Willem springt ervoor en brengt de kolos tot staan. Groot succes. 'Staande ovaties'.

Zaterdag

Zonneschijn. Een goed voorteken voor de première in Rotterdam. We zijn 's middags al vertrokken. De snelwegen zijn vol blikken kevers, alles wil de natuur in, het voorjaar begroeten.

Soundcheck, lunchtijd. Na meerdere overdadige maaltijden de afgelopen dagen, is deze afgekeken van de Chaplin-film 'Gold Rush': mijn kleindochter Cosma krijgt een schoenzool voorgeschoteld en doet dapper haar best die de baas te worden. Als beloning de meest fantastische ijscoupe aller tijden. Een van de assistenten die bij ons aan tafel zit, vraagt mij enthousiast of ik ijs ook het heerlijkste vind wat er op de wereld te krijgen is? Ik denk beleefd na en zeg dan dat er nog een paar andere dingen zijn die ik prefereer.

Oh god, na het piepkleine podium in Austerlitz nu deze 'arena' in het Zuidpleintheater. De culturele elite in de zaal: kennissen, vrienden en familie - en de pers niet te vergeten. Meteen bij het begin rolt een warme golf van sympathie over ons heen. Mijn openingslied 'Jan Gat unterm Himmel von Rotterdam' raakt de gevoelige snaar. Marjan heeft de teugels losjes en geroutineerd in handen. Al in de pauze worden wij hartelijk in de armen gesloten. Na afloop receptie. Ik snijd de taart aan en deel hartige punten uit aan de gasten. In ruil oogst ik veel lovende woorden over 'Rotmoffen & en Kaaskoppen' - scheldwoorden die ik trouwens voordat ik aan dit programma begon te werken nooit eerder had gehoord, misschien omdat ik uit het Oosten kom. Maar ook tijdens mijn nu al achttien jaar durende leven in het Westen heeft niemand deze woorden ooit gebruikt. Waarschijnlijk ben ik geen representatief voorbeeld...

Zondag

Uitrusten, vrije dag. We lopen door de binnenstad, waar het wemelt van de toeristen. Dus trekken we ons al snel weer terug in de idyllische omgeving van het 's Gravelandse Veer, waar wij tijdens ons verblijf in Nederland voor anker zijn gegaan. Cosma's oom komt ons met zijn terreinwagen afhalen voor een rondrit. Opnieuw een prachtige dag.

Maandag

Regenachtig. Zwaar gesprek met Cosma. Ik ben tenslotte de os die de ploeg trekt en die moet goed behandeld worden. Mijn zenuwen zijn niet zulke scheepstouwen als de hare. Zij is nog helemaal een kind maar aan de andere kant ook haar leeftijd ver vooruit. En zo komen we uiteindelijk weer op dezelfde golflengte. Moeder Nina zit namelijk op dit moment in Los Angeles om een nieuwe CD voor te bereiden. Ik doe dat overigens ook. En wel met liederen uit de Baltische landen: Letland, Estland en Litouwen. Na de val van het 'IJzeren Gordijn' is dit gebied niet langer een witte vlek op de Europese kaart. En zij hebben de mooiste liederen - zo vol magie en poëzie dat ik ze beslist wil zingen. Te meer omdat Wolf Biermann er teksten voor heeft gemaakt in een prachtig zingend Duits. Mijn pianist Siegfried schrijft de arrangementen. Omdat ik binnenkort 'Mutter Courage' van Brecht ga spelen, zit ik tussen de bedrijven door ook nog mijn tekst te leren.

's Avonds voorstelling in Den Haag. Als we de stadsgrens passeren bekruipt me een akelig gevoel. We voelen ons als in een science-fiction film, de kille architectuur lokt depressies uit. Cosma zegt: Dat is de toekomst. Mijn pianist fluistert met zijn zwarte humor: bombarderen. Dan gaan we op zoek naar een plek met een paar grote bomen en een oude kerk om weer een beetje op te laden.

Dinsdag

Almelo. Een enorm theater. Mijn handicap is dat ik geen woord versta en al helemaal niets in het Nederlands kan zeggen, hoewel ik de taal zeer levendig vind. Cosma, die drietalig is opgevoed, pikt alles veel sneller op.

Woensdag

Vandaag rijden we naar Gouda. Nog vijftien voorstellingen in het vooruitzicht. Op zondag 23 april spelen we in Amsterdam.

Marjan heeft een anonieme brief gekregen:

'Vuile feministische kankerhoer Ze hebben jou vergeten te vergassen Vuile stinkhoer Virusdraagster Ga een vent zoeken Hitler gaat zijn werk afmaken Heil Hitler' (twee hakenkruisen, getekend Poeki, poststempel Den Haag)

En de karavaan dendert voort. Gouda. Een modern theater, design meubels. Een klein gordijn met volant van rode zijde is als een relict overgebleven uit de 'goede oude tijd'. Verder goede atmosfeer, het publiek is geïnteresseerd en reageert uitstekend.

In de grote zaal naast ons treedt een bekende Nederlandse popzanger op. Hij wordt echt verafgood, zegt de mooie directeur met het opvallende krullenkapsel. En na afloop mogen zijn fans hem voor vijftien gulden fotograferen. Als dat geen staaltje van ware koopmansgeest is...

Donderdag

Het grootste deel van de toernee ligt nog voor ons. Ik verheug me erop Nederland zo te leren kennen, met zijn specifieke landschappen en het fantastische Rembrandt-licht.

Eerste Paasdag hebben mijn pianist en ik in Rotterdam, in cafe Floor, een extra voorstelling. Een paar jaar geleden hebben we daar ook opgetreden. Ik hoop dat het dit keer net zo'n krachtige ontmoeting wordt.

De tijd dringt, vandaag moet ik mijn niet helemaal persklare notities afronden. Ik ben ervan overtuigd dat ons programma heeft aangezet tot een constructieve discussie. En onze verkokerde verhouding heeft opengebroken.

Vrijdag 14 april

Ik werd opmerkzaam gemaakt op een tijdschriftartikel waarin Sacha Anderson, voormalig informant van de Stasi in de DDR aan het woord komt. Hij beklaagt zich ervoer dat Wolf Bierman hem als Stasi-spion verraden had. Terwijl het al lang en breed duidelijk was dat-ie inderdaad een keiharde profi was, en zijn vrienden mededogenloos uitleverde.

Wat mij aan de verwerking van de DDR-geschiedenis buitengewoon tegenstaat, is dat de daders zich steeds vaker als slachtoffers verkopen en brutaal in het voetlicht rondhangen. Ze hebben snel geleerd dat de democratie hen alle mogelijkheden biedt. Het gaat zo ver dat ze de werkelijke slachtoffers, naar wie in de openbaarheid geen haan meer kraait, schijnheilig betreuren of cynisch beschimpen. Ze hebben allang hun oude netwerken weer opgebouwd en eisen de sluiting of zelfs de vernietiging van de Stasi-archieven.

Daar ik zelf en veel van mijn vrienden slachtoffer ben, ben ik tegen zo'n valse vrede en eis ik dat het verleden ontsloten wordt.

Ik ben in Nederland in ieder geval hartelijk en gastvrij opgenomen. Tassy van theaterbureau Schmid wil ik bedanken voor deze moedige onderneming en Marjan Berk voor haar humor en de steun bij de voorbereiding. De lezers wens ik een bont Paasfeest, en ons allen zon aan de hemel en in het hart.