Goesting, nonkel en gilet

In zijn artikel 'Vlaams is geen taal en moet dus uit het Groene Boekje' (NRC Handelsblad, 8 april) betoogt P.C. Paardekooper dat 'de dialectwoorden' uit het Groene Boekje moeten verdwijnen, en hij noemt als eerste het woord goesting (trek, zin). Ik had er net geen zes minuten voor nodig om het gewraakte woord te vinden in de roman 'Het Verlangen' van Hugo Claus. Op blz. 79 (1e druk, 1978) staat: “Ik heb goesting om iets onnozels te doen”. Verder vond ik: droogkuis, koertje, gilet nonkel, madams en schoon (voor mooi). De laatste vier woorden komen ook in Limburgse dialecten voor, evenals goesting. Moeten al die woorden in het verdomboekje?

Mag van mij, maar wie neemt de beslissing? Het parlement? En wat zijn dialectwoorden? Paardekooper verzuimt een definitie te geven. Toen ik landelijke kranten begon te lezen zag ik ineens woorden die ik in de belletrie niet tegengekomen was: versjteren, makken, kinnesinne. ABN of regionaal taalgebruik?

Het is duidelijk dat het weinig zin heeft in algemene woordenboeken naast het woord huis oostelijke en zuidelijke varianten (eeuwen ouder overigens) als 'huus' en 'hoes' op te nemen. Maar wat is verkeerd aan dialectwoorden als goesting die de taal verrijken? Limburgse dialecten hebben het schone woord 'misnete': misnieten, het tegenovergestelde van genieten. Taalverrijkend toch? Maar ook dialect (al komt het in het Middelnederlands voor), en dus verboden?

Paardekooper noemt nog een merkwaardig argument om dialectwoorden te weren: '...dat buitenlanders die Nederlands willen leren, niet gesteld zijn op dialect'. Is het Nederlands er dan vooral voor buitenlanders? En als hij zijn zin krijgt (hier kun je goesting niet gebruiken), waar moeten dan begin volgende eeuw Hollanders en buitenlanders de hun onbekende woorden van Nobelprijswinnaar Claus opzoeken?