Gescheiden ouders, gemangelde kinderen; Vechten om de voogdij en de omgangsregeling

Sinds 1991 hebben gescheiden ouders een afdwingbaar recht op omgang met de kinderen uit hun mislukte huwelijk. Vaak wordt tot ver na de scheiding dat recht bestreden of gesaboteerd. De ex-partners blijven elkaar zo kwellen. Maar de voortdurende ruzie is fnuikend voor de kinderen. Omgaan met de omgang: bericht van het gezinsfront.

Na het gesprek geeft Sophia Hagen haar gehele echtscheidingsdossier mee: rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming, rechtbankverslagen, brieven van veertig kantjes die ze schreef aan een therapeut en een oordelend psychiater. Alles mag ik lezen. Een smeekbede: begrijp me, alsjeblieft.

Na haar scheiding in 1989 voerde ze vier jaar lang een eenzame strijd tegen een omgangsregeling voor haar ex-man. Ze geloofde niet dat hij goed voor de kinderen zou zorgen. Rapport na onderzoek na deskundige observatie, en steeds dezelfde conclusie: Jeroen van Keulen was verslaafd aan alcohol, maar heeft zich laten behandelen en met succes. Er is geen reden te vrezen voor het welzijn van de kinderen, als ze naar hun vader zouden gaan. Integendeel: alle deskundigen vinden het goed voor Boris en Roy, inmiddels tien en acht, om hun vader weer te zien. Sophia weigert. In oorlogstermen praat ze over alle tegenstand. Uitschot ben je, als alleenstaande moeder. Geschoffeerd is ze, door rechters: “Steeds kreeg ik te horen dat mevrouw rust en evenwicht in haar leven moest creëren, opdat ze een omgangsregeling aan zou kunnen. Hysterisch en zielig moest ik doen, om mijn zin te krijgen. Naar het argument dat mijn kinderen rust in hun leven verdienden, luisterden ze niet. Dankzij mij gaat het nu goed met Boris en Roy. Vlak voor de scheiding was Boris zo depressief dat hij zei 'mamma, ik wou soms dat ik er niet meer was'.”

Getouwtrek

Een op de drie huwelijken loopt op echtscheiding uit. Bij een op de vijf kinderen scheiden de ouders voor de eenentwintigste verjaardag. Unaniem stellen onderzoekers dat de betrokken kinderen niet hoeven te lijden, mits aan twee voorwaarden is voldaan. De belangrijkste is dat kinderen geen toeschouwers worden bij ruzies. Ze mogen de ene ouder geen negatieve dingen over de andere ouder horen zeggen. En twee: ze houden een echte, betrokken vader èn moeder. Dat de strijd ophoudt is voor de ontwikkeling van een kind essentieel, is de ervaring van jurist Jenny Zijlmans en maatschappelijk werksters Willemien Voorn en Marjo Smit van de Raad voor de Kinderbescherming in Utrecht.

Sinds 1991 staat in de wet dat het kind en de ouder die geen voogd is, recht hebben op omgang met elkaar. Sancties zijn er ook, in theorie: een voogd die een opgelegde bezoekregeling niet uitvoert kan van de rechter een geldboete krijgen of gegijzeld worden in het Huis van bewaring. In de praktijk wordt de tegenwerkende voogd zelden gestraft, omdat het kind daarvan de dupe wordt.

De laatste paar jaar wordt er meer, feller en langduriger gestreden om omgangsregelingen, want de niet-voogden voelen zich door de wetswijziging sterker in hun schoenen staan. De voogden vechten verbeten terug. Zijn de kinderen de klos in het nieuwe omgangsrecht? Zijlmans: “Wat wringt is dat voor een omgangsregeling redelijke verhoudingen een voorwaarde blijven, en die kun je niet bij de wet afdwingen. Een omgangsregeling vol ruzie en touwtrekken betekent altijd ellende voor het kind.”

In principe vinden ze de wetswijziging goed. Voorn: “Ik gebruik de nieuwe bepaling in mijn werk om meer druk op voogden uit te oefenen: 'Zo liggen de zaken. Je hebt als ex-partners iets uit te knokken, maar je bent ouder. Je hebt die vader of moeder gekozen voor je kind. Die kun je niet wegpoetsen'.” Zijlmans: “Maar er blijven altijd scheidende ouders die omgangsregelingen halsstarrig weigeren, die niet willen werken aan redelijke verhoudingen en helemaal geen zin hebben in hulpverlening.”

Onverwerkt huwelijks- en scheidingsleed is bijna altijd de reden dat kinderen niet meer naar hun vader, of moeder, mogen. Zijlmans: “Scheidende ouders zijn zo gekwetst en teleurgesteld. Een omgangsregeling houdt in dat je contact moet houden. Daar hebben ze geen zin in, dat je die vreselijke ex niet uit je leven kunt gummen.” Smit: “Door een scheiding ben je zo fundamenteel gewond, zo aan gruzelementen, zo zwak van binnen dat je soms niets anders meer kunt dan doorvechten. Die strijd houdt het verdriet weg.”

Begin dit jaar promoveerde de pedagoog Hans van Schooten op een onderzoek naar echtscheiding, ouderschap en zelfwaardering. Van Schooten stelt in zijn proefschrift voor om de wet nog drastischer te wijzigen. Hij wil een einde maken aan de regel dat na een scheiding de ene ouder voogd wordt en de ander toeziend voogd. Volgens hem moet de zeggenschap over de kinderen ook na de scheiding bij beide ouders blijven. Een scheiding mag niet worden uitgesproken voordat de ouders, met behulp van een scheidsrechter, een gescheiden ouderschap hebben georganiseerd, waarin ze elkaar aanvullen. “Prachtig”, vinden de medewerksters van de Raad voor de Kinderbescherming Van Schootens voorstel, “een ideaalplaatje”. Maar uit Amerikaans onderzoek is gebleken dat kinderen van gescheiden ouders die een gedeelde voogdij opgelegd hadden gekregen, juist het allerslechtst af waren. Vanwege de spanningen en ruzies die maar voortzeurden. Kinderen die één ouder kwijt raakten en daarvoor een rustig thuis terugkregen, ontwikkelden zich beter.

Dit komt overeen met de ervaring van de Raad voor de Kinderbescherming. Voorn: “Kinderen vertellen hoe afschuwelijk ze die ruzies vinden, dat ze altijd naar hun kamer gaan, of naar buiten.” Smit: “Of het worden van die keurige zombies die maar één doel hebben: zoet zijn en doen wat pappa of mamma verwacht. Zo bang voor de ruzies en het gedoe. Die staan hartstikke stil in hun ontwikkeling.” Zijlmans: “Een omgangsregeling kan jaren strijd in stand houden. Vindt zij weer dat hij niet goed voor de kinderen zorgt. Kort ze de bezoeken in. Vraagt hij weer een voogdijwijziging aan. Dan in hoger beroep. Dat gaat eindeloos door. Die kinderen blijven zich plooien om zowel vader als moeder naar genoegen te bedienen. Staan constant onder druk. Je kunt de omgangsregeling ook niet stoppen want ze houden van die vader.”

Vies

Er is geen hulp voor ouders die scheiden. Die was er wel, in de vorm van echtscheidingsbureau's, maar die zijn wegbezuinigd. Tegenwoordig wordt scheiden een probleem gevonden dat de burger zelf moet oplossen. Smit, Zijlmans en Voorn pleiten voor een gevarieerd gesubsidieerd hulpaanbod, waaronder hulp die de rechter min of meer oplegt. Ten behoeve van de kinderen.

Smit heeft een project geleid dat onlangs is gesneuveld door een subsidiestop. Ouders kregen een half jaar praktische hulp bij het uitvoeren van de omgangsregeling. Een hulpverlener haalde de kinderen op, ging mee en bracht ze weer terug. Smit: “Je zag hoe zo'n kind werd gemangeld tussen die vader en die moeder. Hoe ze thuiskomend bij hun moeder op de deurmat al hun kleren uit moesten doen, vies van die vreselijke man. Direct alles in de wasmachine. Of het kind komt bij pappa met een nieuwe bril en hij zegt 'wat een vreselijke bril heeft je moeder uitgezocht'. Dan legden we uit wat je een kind aandoet met zulke kleinigheden. Het kind had een schriftje in zijn tas, waarin de ouders moesten communiceren. We controleerden die schriftjes, of ze niet werden gebruikt in de strijd. Kijk, deze zin, dat mag niet. Ouders waren blij met de hulp en vaak lukte het.” Zijlmans, nogmaals: “Maar soms zijn we niet bij machte de strijd te stoppen. Geen omgangsregeling is dan beter.”

Marjo Smit zwijgt lang op de vraag of zij wanhopig is over het lot van kinderen van gescheiden ouders. Dat haar succesvolle hulpproject is gestopt zit haar dwars. “Mijn enige hoop is dat het laatste jaar in Den Haag iets gaat gloren. Staatssecretaris Schmitz heeft beloofd een onderzoek in te stellen naar moeizaam lopende omgangsregelingen.”

Driftkikker

Ik wou dat mijn ouders éérder gescheiden waren, zegt Tessa (29). Als kind bedacht ze andere oplossingen. “Ging mijn vader op zakenreis dan zeiden mijn broertje en ik tegen elkaar: stortte het vliegtuig maar neer, kwam-ie maar nooit meer terug. Hij hoorde niet bij ons. Hij leefde voor zijn werk en zijn minnaressen. Als hij weg was hadden we het gezellig met onze moeder, was er tenminste geen ruzie. Was hij thuis, dan terroriseerde hij de boel, zette onze muziek uit.” Tessa's vriend, Bob (36): “Dat dacht ik ook, als mijn vader naar een congres ging. Laat dat vliegtuig neerstorten. Als hij opdondert hebben wij rust. Ik leefde op straat, op de vlucht voor de ruzies, kwam alleen thuis om te eten en te slapen. Toen ik zes was hadden ze een ernstige huwelijkscrisis. Die hebben ze gelijmd door een nieuw kind te nemen.”

Een bloedhekel had hij aan zijn vader. Tessa: “Lijk je op hem?” Bob: “Ik weet het niet. Als kind wil je een voorbeeld! Een botte hond, vond ik hem, een driftkikker. Als ik een leuke vent zag dacht ik meteen of dat niets voor mijn moeder was. Ik heb een afkeer gekregen van het man-zijn. Mijn psychiater zegt dat ik om die reden in het onderwijs ben gegaan. Wat je niet hebt gekregen, wil je anderen geven. Ik wil kinderen een goed voorbeeld geven van mannelijkheid.” Bob is wrokkig over de late scheiding van zijn ouders, een paar jaar geleden. “Ik heb de oorlog meegemaakt, nu gaan zij van de vrede genieten.” Met zijn vader 'heeft' hij nog steeds niets. Aan zijn moeder ergert hij zich, omdat ze rouwt, niet geniet.

Tessa's ouders scheidden toen zij 17 was. Ze heeft daarna gepoogd haar vader voor zich te winnen. Dat strandde op opmerkingen als “wanneer ga je nu een vak leren, bij Schoevers bijvoorbeeld”, toen ze afstudeerde als neerlandica. Met haar moeder bezoekt ze samen therapie-weekends en heeft ze een hechte band.

Contactverbod

Redelijke verhoudingen, eist de Raad voor de Kinderbescherming. Een contactverbod voor gescheiden ouders, bepleit pedagoog Hans van Schooten. Hij brengt zijn wetenschap in de praktijk op zijn adviesbureau voor ouderschap en scheiding in Velserbroek. Gescheiden ouders mogen geen woord meer met elkaar wisselen. Afspraken over vakanties en andere praktische zaken gaan via hem, de scheidsrechter. Ex-en moeten elkaar volledig loslaten en nieuwe relaties beginnen, als een nieuwe spiegel waarin ze zichzelf als herboren terugzien. Alleen zo kan de vechtlust uitdoven. Dan kunnen ze elkaar als vader en moeder, met een gedeelde voogdij, aanvullen.

Praktisch zou het volgens Van Schooten zo moeten gaan. De moeder blijft met de kinderen in het gezinshuis. De vader betrekt een flat een straat verderop. De kinderen fietsen naar behoeven heen en weer, maar slapen bij hun moeder. Mannen moeten voelen dat ze nodig zijn, zegt Van Schooten. Laat die man het zakgeld geven, de nieuwe schoenen kopen. Hij moet minder gaan werken en overdag voor de kinderen zorgen als zij werkt. Hij gaat op vakantie met de kinderen.

“De kern van mijn methode is: in elk contact breken de ouders elkaar af. 'Eigenlijk ben je een klootzak dat je me zo in de steek hebt gelaten', maalt de vrouw. 'Je accepteerde me niet', hamert het in zijn hoofd. Vooral vaders kunnen het niet laten steeds weer van hun ex te willen horen dat ze een goede vader zijn. Ze moeten echt uit elkaar.”

Van Schooten helpt vanuit het idee dat mannen en vrouwen totaal verschillend zijn. “Je bent geschift als hulpverlener als je een vrouw gaat tegenspreken en wijzen op haar verkeerde inzichten. Een vrouw wil gehoord en begrepen worden, basta. Onze hersenen zijn anders! Ik besta niet meer, ervaart een man, als hij zich niet nodig voelt. Tuttelen met die kinderen, daar haalt hij te weinig gevoel van eigenwaarde uit. Opvoeden moet-ie, opdat het geen etters worden.”

Aan alle journalisten die hem interviewden na zijn promotie, gaf hij terloops advies over hun eigen echtscheiding, vertelt Van Schooten. Ook tijdens dit interview is er geen gebrek aan praktijkvoorbeelden. “Dat jouw ex iedere week binnenkomt op de thee als hij jullie zoon terugbrengt: helemaal verkeerd! Hij mag jouw huis niet meer in! Zo houdt hij jou in zijn macht en jij komt niet los van hem. En dat jochie voelt de spanning tussen jullie. Netjes dag zeggen bij de deur, verder geen woord.”

De pedagoog, zelf twee keer gescheiden, vier kinderen, vertelt over zijn eigen trauma's. Hij zal proberen zich goed te houden. “Het is volkomen geschift, zoals nu de een voogd wordt en de ultieme bevestiging en erkenning krijgt van haar waarde als ouder. De ander verliest de voogdij: de ultieme verwerping van zijn waarde voor zijn kind. Nee, zeggenschap is niet waar het om draait. Ik heb een zoon die ik niet meer zie. Het gaat niet zo goed met hem. Ik heb steeds een beeld voor ogen hoe hij als jongetje van vijf altijd zijn handje in mijn hand wrong als we liepen. Het beeld dat je kind bescherming bij je zoekt. Ik mag die bescherming niet geven. Er hoeft maar dit te gebeuren met een kind op de televisie of ik jank.”

Veilig

Kinderen hebben een vader èn een moeder nodig, is Van Schootens credo. Zijn scheidsrechters-hulp heeft succes, vertelt hij. “Ik heb bereikt dat vaders en kinderen elkaar na jaren weer mochten zien. Mijn werk heeft een hoog Hennie Huisman-gehalte.” Ook voor Jeroen van Keulen en Boris en Roy kreeg Van Schooten voor elkaar wat niemand lukte: een omgangsregeling. Hoe kreeg hij Sophia Hagen zo ver dat ze ineens wèl meewerkte? “Hans was de eerste die mijn angst dat de kinderen iets zou overkomen bij Jeroen, volkomen serieus nam,” antwoordt Sophia onder een nieuwe stroom tranen. Ze huilt onafgebroken. “Hans controleerde de veiligheid, die eerste bezoekjes. Hij praat veel met de kinderen en met Jeroen.”

Zij was kostwinner, tijdens hun huwelijk vol drank, geweld, vernedering en touwtrekken om de kinderen. Werkte fulltime als verpleegkundige en deed het huishouden. “Hij kookte nooit.” Hij was werkloos, zorgde thuis voor de kinderen, dronk steeds meer. “Hij was meer een opa dan een vader. Hop-paardje-hop, maar ik veegde de neuzen en de billen.” Ja, ze heeft veel van die man gehouden. Toen zij wegging met de kinderen liet Jeroen zich direct opnemen in een ontwenningskliniek en daarna in een therapeutische gemeenschap. Sophia: “De kinderen hadden de pest aan me, dat hadden ze van hun vader geleerd. Hun vader was God, hun moeder was een dweil.” Ze heeft gevochten: voor de band met haar kinderen, voor een nieuw huis, tegen alle rompslomp en instanties, en tegen de omgangsregeling.

Drieëneenhalf jaar lang keek hij iedere dag vol hoop in de brievenbus of er post was van Boris en Roy, vertelt Jeroen van Keulen. Bij het weerzien waren ze snel weer vertrouwd. “Ik heb een sterke band met mijn kinderen.” Zijn huiskamer is smaakvol, er staan prachtige bloemen. Uiterst behoedzaam, alsof ieder verkeerd woord zijn omgangsregeling in gevaar kan brengen: “Ik ben Sophia heel dankbaar voor haar medewerking.” De eerste weekeinden-bij-pappa waren uitputtend, de jongens eisten hem volledig op. “Als ik ze afhaalde gingen die monden open, om het hele weekeind niet meer dicht te gaan. Als ze naar de wc moesten, eisten ze dat ik voor de deur ging staan en daar bleef staan tot ze klaar waren. Zo bang waren ze om me weer te verliezen. Nu gaan ze wat meer hun eigen gang.”

Jeroen is geschokt over de manier waarop Sophia zijn vaderschap heeft afgeschilderd. Hij heeft geleden onder het gemis van zijn zoons en de machteloosheid. “Rechters en hulpverleners begrepen me, en nooit heeft iemand mijn alcolholverslaving tegen me gebruikt. Maar ook zij waren machteloos.” De omgangsregeling zit nu goed. Het scheidsrechterschap van Hans van Schooten is goud waard. “We kunnen hem bellen tot hij bejaard is.” Wat hij mist zijn spontane telefoontjes met zijn kinderen, een keer spontaan langs gaan bij een athletiekwedstrijd van Boris of het zwemmen van Roy.

Waarom blijven ouders knokken na de scheiding, in plaats van zich verheugd in een nieuw leven te storten? Judith Wallerstein bestudeerde in Amerika in de jaren tachtig de levens van vrouwen, mannen en kinderen de eerste tien jaar na de scheiding. Haar antwoord: na een echtscheiding is er een verliezer en een winnaar. Eén van de ex-en wint niet bij de scheiding, groeit niet, wordt armer, ongelukkiger en kwaaier. De andere ex ontwikkelt zich en krijgt een beter leven. Een tevreden, 'ontplooid' mens is per definitie een goede ouder, luidt de volkswijsheid. Klopt niet, ontdekte Wallerstein. Zij zag in haar studie gelukkig-gescheiden vrouwen hun kinderen verwaarlozen. Tweederde van de geslaagde, welvarende gescheiden mannen weigerde mee te betalen aan de studie van de kinderen uit hun eerste huwelijk. “Nieuwe kansen”, heet het boek van Wallerstein en haar conclusie is dat die niet gelijkwaardig worden geschapen.

Jeroen van Keulen: “Gescheiden ouders, dat is helemaal zo gek nog niet. Als stel ga je in elkaar op. Je trekt één lijn. De winst van een scheiding is dat je als ouder en als individu beter uit de verf komt. Als ik zie hoe graag Roy en Boris bij hun moeder zijn, èn hoe graag ze bij mij zijn, denk ik: nu vullen we elkaar aan. Nee, voor de kinderen moet je niet bij elkaar blijven.” Jeroen is een winnaar. Hij heeft zijn verslaving aangepakt, doet vrijwilligerswerk, heeft goede vrienden en eindelijk ook zijn kinderen, een weekeinde per veertien dagen. Hij leeft. Zijn ex overleeft. Sophia verdient de kost, zorgt en vecht. In een van haar brieven schrijft ze hoe ze houdt van het stukje lopen en trein reizen tussen haar werk en thuis: het enige rustpunt. “Er komen wel weer betere tijden.”

Ik breng haar pak papieren terug. Ze ziet spierwit, net uit de nachtdienst, maar klaart op als Boris en Roy komen middageten. Boris haalt broodjes, Roy dekt de tafel. Roy laat foto's zien van bij pappa. Hoogtepunten zijn de poes en de enorme stapel vuurwerk die ze met oudjaar hebben afgestoken.

De namen van de betrokkenen zijn om redenen van privacy gefingeerd.