Franse ouderen voelen zich vogelvrij in harde wereld

Bijna overal ter wereld staan de oudedagsvoorzieningen onder druk en wordt in veel gevallen gewerkt aan hervormingen. Deze maanden verschijnt in deze krant een serie artikelen over de manier waarop ouderen in verschillende landen leven. Vandaag: Frankrijk

MEZZAC, 15 APRIL. Georges Daniel raakte als jongen tijdens de Eerste Wereldoorlog zwaar gewond in de Slag bij de Somme. Tien jaar later was hij voldoende hersteld om boer te worden in zijn geboorteland, Bretagne. Na de Tweede Wereldoorlog werd hij onderscheiden wegens verzetswerk. Een granaatscherf en zes onderscheidingen op het dressoir zijn de stille getuigen van een eeuw vechten voor Frankrijk.

Het levert Daniel een erepensioentje op naast de boeren-AOW. Daarom kan hij nu lachend zeggen: “Wij hebben meer dan één pensioentje, daarom redden wij het wel.” Maar een vetpot is het niet voor dit Bretons boerenechtpaar. “Ik wil niet klagen”, zegt mevrouw Daniel, “er zijn zo veel mensen die het slechter hebben.” Als zij de afrekening van het zieken- en pensioenfonds voor de landbouw er bij haalt blijkt dat zij 51.700 franc per jaar beuren, dat is 16.677 gulden.

De Daniels wonen in het huis dat zij van hun spaargeld hebben kunnen bouwen op een hoek van het land dat zij vroeger huurden, en waar nu hun zoon op woont en werkt. Zij moeten dus leven van 1389 gulden per maand plus het bescheiden erepensioen. En toch is hun levensdevies, zoals bij veel Franse ouders: alles voor de kinderen. Met kerstmis schonken zij hun vier kinderen (boer, ambulance-rijder, hulp in een crêperie en ambtenaar bij het elektriciteitsbedrijf) ieder een maand AOW. Mevrouw Daniel: “Ik had de indruk dat zij het niet erg veel vonden”.

Gepensioneerd-zijn is sinds kort actueel in Frankrijk. De presidentskandidaten hebben opeens door dat 25 procent van de kiezers in die groeiende groep valt. De afgelopen weken zijn de gepensioneerden twee keer de straat op gegaan in Parijs. Yvonne en Georges Daniel waren er niet bij, dat kunnen zij niet meer. Maar duizenden manifesteerden met verve voor de eerste keer van hun leven. Vorige week nog trok een stoet van de Place des Invalides naar het Hôtel Matignon, het ambtspaleis van de Franse minister-president. Zij liepen keurig over de stoep en wachtten bij de zebra op groen licht. Een medewerker van premier Balladur nam de eisen van vergrijzend Frankrijk in ontvangst.

De kandidaten voor het presidentschap van Frankrijk haastten zich de pensioengerechtigde Franse kiezers een extra aandeel in de welvaart toe te zeggen. Dat klonk redelijk, zij het weinig spontaan. In werkelijkheid levert de toezegging de volgende bewoner van het Elysée grote problemen op. Eén van de eerste ambtsdaden van premier Balladur in 1993 was niet voor niets het met zachte hand verlagen van de pensioenen. Men moet langer premie afdragen om een 'volledig' pensioen op te bouwen en de pensioenen volgen niet langer de loonindex maar de prijsindex (zij zijn waardevast, niet meer welvaartsvast).

Dat bezorgde Balladur destijds complimenten voor zijn moedig ingrijpen in de uit de hand lopende 'AOW'-begroting (tekort in 1995: 13,7 miljard franc). De discussie spitst zich de laatste maanden toe op de vraag of het niet redelijk is dat bejaarden, die 50 procent van de kosten maken aan nationale gezondheidszorg, en maar 1,96 procent premie betalen, evenredig gaan meebetalen.

Sindsdien is het klimaat aanzienlijk grimmiger geworden. Werkenden gaan de straat op om hun aandeel in de hervonden groei te eisen. Bejaarden blijven niet achter. De communistische vakbond CGT bracht eind maart 30.000 gepensioneerden op de been. De Union française des retraités volgde vorige week.

“Voor ons is de wereld afgelopen. Wij geven niets door aan de volgende generatie. De volgende generatie geeft niets om ons”, zegt Raymond Cormier (71) uit Rennes. Hij is vorige week wel naar Parijs gereisd, “om met meer boeren te demonstreren. Dit is toch een landbouwland van oorsprong. Wij hebben niets kunnen sparen. Ik heb er niet één gevonden. Boeren zijn trots, die demonstreren niet voor hun pensioen, ook al krijgen zij een fooi.”

Het gevoel in de steek gelaten te zijn is begrijpelijk groot bij boeren met kleinere bedrijven. Uit alle statistieken blijkt dat zij verreweg het minste overhouden na aan arbeidzaam leven. Terwijl de gemiddelde Fransman op 2200 gulden per maand kan rekenen, en de gemiddelde Française op 1175 gulden, liggen die bedragen in de landbouw in de buurt van de 600 gulden. Het groeiende protest is overigens lang niet alleen afkomstig van het groen-grijze front.

Vorige week liepen bij premier Balladur in de straat ook boze gepensioneerden uit de ambtenarij en het bedrijfsleven, die het van laag tot hoog aanzienlijk beter hebben dan boeren, winkeliers en andere gepensioneerde zelfstandigen. De heer Borderes, een jaar geleden gepensioneerd als computer-specialist, zegt achter een keurig spandoek: “De afgelopen tien jaar is de koopkracht van gepensioneerden vijftien tot zeventien procent achteruit gegaan, dus je kan niet vroeg genoeg beginnen met actievoeren”. Toch is zijn maandelijks inkomen veel hoger dan het gemiddelde. Borderes krijgt 10.000 franc per maand (netto), zijn vrouw, die nog werkt, 8000 franc. Het valt hen in de dure regio Parijs desondanks moeilijk rond te komen. Zij hebben twee inwonende kinderen met een goede opleiding, maar geen baan. Omdat die jonger zijn dan 25 ontvangen zij geen werkloosheidsuitkering en de ouders geen kinderbijslag.

Een deel van het aanzwellend bejaardenprotest in Frankrijk is terug te voeren op toekomst-vrees. De echte grijze golf, de na-oorlogse baby-boom, moet het pensioensysteem nog bereiken. Maar nu al voorspellen deskundigen, net als in de meeste andere Westerse landen, dat een steeds kleinere werkende generatie een steeds ouder wordende grijze generatie moet onderhouden. En dat terwijl Frankrijk een goed-katholiek kinderbijslagsysteem heeft dat het hebben van drie kinderen sterk aanmoedigt en ieder volgend kind extra subsidieert.

Frankrijks gepensioneerden voelen zich dubbel onveilig omdat economen en statistici zeggen dat zij gemiddeld vijf procent meer te besteden hebben dan werkende Fransen. Maar welke Fransman heeft het gevoel aan dit gemiddelde te voldoen? Nu de kandidaten voor het presidentschap nog luisteren proberen de bejaarden hun gevoel van vogelvrij-zijn om te zetten in klinkende toezeggingen.

De onrechtvaardigheid in het Franse pensioen-systeem zit vooral in de grote onderlinge verschillen. Er is geen algemene AOW voor iedereen. Men spaart in een soort ziekenfondsen voor de oude dag. Per sector lopen de betaalde premies en de later te verwachten uitkeringen sterk uiteen. Daar komt bij dat de pensioengerechtigde leeftijd ook zeer uiteenlopend is. President Mitterrand heeft veel werkende Fransen aan zich verplicht door een vijfde wettelijke vakantieweek per jaar en verlaging van de pensioenleeftijd tot zestig jaar door te voeren. Maar allerlei ambtenaren, zoals bij de métro en de Comédie Française, mogen op hun 55-ste naar huis, zeelui met 52 jaar en zes maanden, operazangers op 50 en moeders van drie kinderen na vijftien jaar bij de overheid.

Daarom leggen zo veel ambtenaren deze weken het openbare leven in Frankrijk lam: zij zijn bang dat al die verworven rechten niet houdbaar zijn als een voor zeven jaar gekozen president Frankrijk straks met zachte hand de wereld van vrije economische concurrentie binnenvoert. Even bedreigend is voor velen het akkoord dat een aantal verzekeringsmaatschappijen en vakbonden hebben gesloten. Men begint aan de vorming van echte pensioenfondsen, gebaseerd op het kapitalisatie-beginsel. De meeste Franse systemen gaan uit van het omslag-stelsel, wie nu werkt betaalt voor wie nu rust. Dat zou straks een premie van 40 procent betekenen voor de resterende werkenden. Het stelt de gepensioneerden van nu allemaal niet gerust.

Toen Yvonne en Georges Daniel jonger waren gingen zij wel eens een week op vakantie: kamperen in een tent, bij boeren buiten Bretagne. Zij grinniken erom. Vaak zaten zij zo krap dat het niet kon. Yvonne, naast de breimachine: “Op een dag bad ik in de kerk dat we het laatste vetgemeste schaap konden verkopen. Toen we thuiskwamen stond er een koper op ons te wachten. Het is een kwestie van vertrouwen: ik tel 's avonds het geld niet. We hebben altijd zuinig geleefd.”