Dezelfde, maar toch onherroepelijk veranderd

Vraag een Nederlander waar hij aan denkt bij het woord Pasen en hij zal zeggen: paaseitjes, kuikentjes en meubelboulevards. Vraag hem naar inhoud en betekenis van deze christelijke feestdagen en hij blijft je het antwoord schuldig. Het paasfeest brengt dan ook niet, zoals de kerstnacht, duizenden op de been naar kerk en kerkdienst. Geen menigten die rijendik een plek zoeken in het Godshuis, want waar het met dit feest om begonnen is, is een raadsel en niet alleen voor rand- of onkerkelijken, maar ook voor vele gelovigen. Want wat moet een modern en weldenkend mens zich voorstellen bij de opstanding van Christus? En wat heeft die opstanding van doen met paashazen, gekleurde eieren en al het andere gele spul waar alle etalages mee vol staan?

Godsdienstwetenschappers vertellen ons dat paaskuikens en hazen allemaal 'heidense' elementen zijn uit de godsdiensten van onze verre voorouders, voorjaars- en vruchtbaarheidssymbolen uit de oerreligies, die nog door het christendom heen schemeren: eieren en kuikentjes als symbool voor nieuw leven, net zoals jonge groene takken en gele bloemen voor nieuw leven en nieuw begin, voor lente en zonlicht staan. De herkomst van de paashaas is minder duidelijk, maar omdat hazen waarschijnlijk dezelfde aard hebben als konijnen, zullen zij wel voor vruchtbaarheid staan.

Over de kern van het paasverhaal, de lichamelijke opstanding, en hoe we die moeten verstaan, is in christelijke kringen meer verschil van mening. De meningen liepen (en lopen) uiteen van orthodox tot links theologisch; de eerstgenoemden, zij die de bijbel 'van kaft tot kaft' letterlijk opvatten, interpreteren ook het paasverhaal op deze manier: Jezus is letterlijk lichamelijk opgestaan, teruggekomen uit de dood. Anderen, die met deze in hun ogen te miraculeuze uitleg geen kant op kunnen, leggen het verhaal van de opstanding meer figuurlijk uit: Christus en alles wat hij de mensheid gaf, leeft voort in onze herinnering en in ons handelen.

Zelf kan ik mij het beste vinden bij degenen die menen dat het verhaal van Pasen, zoals zoveel bijbelverhalen en andere mythen, een symbolisch karakter heeft en ook zo gelezen en begrepen wil worden. Vergelijkbare verhalen uit de wereldreligies dringen zich op, bij voorbeeld het verhaal van de vogel Phoenix die verbrandde maar uit zijn eigen as herrees. In die verhalen zit hetzelfde archetypische thema verpakt, het inzicht dat niet alleen de natuur maar ook een mensenleven zijn op en neergang kent. Men zag de wisseling der seizoenen, hoe de maan weer verscheen na drie dagen verdwenen te zijn geweest, de 'geboorte' van de zon aan het eind van de nacht, de korenaar die uit de begraven graankorrel opschiet, en herkende deze natuurwet in het eigen bestaan. Want het leven kent zijn fasen en zijn crises, allemaal vormen van afscheid, verlies en afsterven. Dat alles is onontkoombaar maar niet onoverkomelijk, lijken de mythen ons te beloven. Een mens kan veel ellende verduren, er weer uit opstaan en er zelfs door groeien, sterker nog, sterven is vaak een voorwaarde voor vernieuwing, voor 'wedergeboorte'. Om de dichter Nijhoff te citeren: “Niet dan gestorven en herboren zullen wij het leven toebehoren.”

Daarom horen Goede Vrijdag en Pasen onverbrekelijk bij elkaar: zonder duisternis geen licht, zonder dood geen leven. Mensen die iemand van wie ze veel hielden verloren, aan de dood of aan het leven, kunnen het beamen: er is maar één weg uit de pijn en het verdriet en dat is er dwars doorheen. Alleen dan komt er een moment, zeggen ze, dat de rouw wijkt voor nieuwe levenslust en dat men zichzelf terugvindt, dezelfde maar toch onherroepelijk veranderd, 'sadder but wiser.'

Een andere laag in het paasverhaal duidt op het geloof in het voortbestaan na de dood: iets van ons, onze ziel, onze geest haalt de overkant van het graf. Veel christenen geloven dat ze terugkeren naar God, hun schepper, in een 'eeuwig leven' waar Hij 'alle tranen van hun ogen zal afwissen'. Degene die er was voor hun geboorte zal er ook wel zijn na hun dood, vertrouwen ze. Het is een aanvechtbaar geloof, aangevallen door Marx en Freud en menig ander die meent dat dit een kwalijk zoethoudertje is, of het wensdenken van narcistische lieden die hun eigen eindigheid niet kunnen verwerken en zich wegens groot succes geprolongeerd wensen te zien. Dat zou kunnen. Degenen die geloven in een leven na dit leven weten vaak best dat de wens de vader van de gedachten kan zijn. Maar toch, hun intuïtie, ervaring of diepste overtuiging die ze ontlenen aan het verhaal van Jezus' opwekking zegt hen iets anders. Ze horen de paasverhalen en krijgen niet alleen moed om te leven, maar ook om te sterven.

Kuikens die uit een ei kruipen, bloeiend hout, Goede Vrijdag en opstanding, ze horen bij elkaar en bij het paasevangelie, de ziel van het christelijk geloof.