Brug naar de verbeelding

IN ROTTERDAM IS afgelopen donderdag de pyloon van de nieuwe Erasmusbrug op zijn plaats gebracht. Voor het eerst kon worden vastgesteld dat de beminnelijke bijnaam 'De Zwaan' die de brug in maquettevorm al had gekregen, ook in de 139 meter hoge werkelijkheid onmiskenbaar van toepassing is. Als de brug straks in 1996 is opgetuigd zal het een trotse, stralend witte verschijning zijn in het hart van de stad. De montage van het elegante hoogtepunt van de achthonderd meter lange oeververbinding markeert de dynamische voortgang van de ontwikkeling van de Kop van Zuid.

De plaatsing van het reusachtige kunstwerk op de sokkel in het water van de Nieuwe Maas symboliseert ook een in het tegenwoordige Nederland zelden voorkomende politieke daad. In 1991 gaf 'Rotterdam' om redenen van schoonheid de voorkeur aan het brugontwerp van de Amsterdamse architect Ben van Berkel boven een veertien miljoen gulden goedkopere variant van de eigen dienst Gemeentewerken. Louter en alleen de hoge kwaliteit van de architectuur en de culturele uitstraling die daarvan het natuurlijke gevolg is, waren de gemeente Rotterdam miljoenen waard. Een dergelijke besteding aan of liever gezegd investering in kostbare - in twee betekenissen - stedelijke cultuur zou normaal moeten zijn in een geciviliseerd land.

Maar helaas is deze visie zo uitzonderlijk, dat de Rotterdamse gemeenteraad er twee jaar geleden nota bene een prijs voor heeft gekregen. Het motief van de jury van de Theo Limpergprijs luidde toentertijd: “De verbeelding gaf de doorslag boven louter financiële overwegingen”.

EEN BELANGRIJKE ZIN die vooral vele lokale overheden in deze tijd ter harte zouden moeten nemen. Stedelijke ambities die niet worden gedragen door een overtuigende culturele visie zijn gedoemd om te stranden in een onsamenhangend vertoon van oppervlakkige commerciële architectuur, of zij gaan zielig ten onder in beklemmende, clichématige woonvelden. Helaas heeft het eerste verschijnsel in de afgelopen vijftien jaar op veel plaatsen, of liever gezegd 'rondom' veel plaatsen in ons land al een cultuurverwoestende uitwerking gehad. Voor het voorkomen van nieuwe clichématige woonvelden op grote schaal is het misschien nog niet te laat, hoewel door de reusachtige produktie-aantallen de verbeelding wel heel krachtig moet zijn, wil deze niet geheel bij voorbaat al door de financiële overwegingen worden platgeslagen.

Vooral besturen van die gemeenten waar volgens het Vinex-dictaat grote delen van de 800.000 à 1.000.000 woningen in de komende vijftien à twintig jaar moeten worden gebouwd, worden geconfronteerd met de noodzaak van een eigen culturele visie op hun stad en op de periferieën van hun stad. In professionele verbanden, in de vakpers en op symposia is het debat druk gaande over het karakter van de stedelijke cultuur in de massale uitbreidingsgebieden.

Met de verbeelding in de zogenaamde Vinex-discussie lijkt het tot nu twee kanten op te gaan. De verbeelding is afwezig, met als gevolg dat de fantasieloze cataloguswoningen die op basis van marketing tot stand zijn gekomen, netjes in intieme rijtjes langs de eindeloze stoepranden worden gezet. Of de verbeelding is op hol geslagen en ziet in de Randstad een soort Los Angeles ontstaan, een onbeheersbare collectie halfstedelijke, halflandelijke fragmenten met daartussenin de onvermijdelijke winkelcentra, meubelpaleizen en sporthallen. In beide gevallen schiet de verbeelding tekort als het gaat om stedebouwkundige inspiraties en ambities en in beide gevallen mankeert het aan intelligente culturele visies die ten grondslag zouden moeten liggen aan de reusachtige bouwopgaven die het land zich zo voortvarend heeft gesteld.

HET SCHRIKBEELD DAT over twintig jaar circa een miljoen nieuwe woningen, zonder veel fantasie, vrijwel zonder enige culturele dimensie of samenhang, blijken te zijn uitgestrooid over westelijk en midden Nederland, voert misschien te ver. Maar de aandacht die nu wordt besteed aan de bestuurlijk-juridische en financiële componenten van de te ontwikkelen woongebieden is dermate overweldigend dat er nauwelijks mentale ruimte en tijd overblijft om interressante en aantrekkelijke stedebouwkundige visies te ontwerpen. En als die er niet of in onvoldoende mate zijn, is de stap naar een domein zonder cultuur snel gezet, want waar visie ontbreekt, heerst de boekhouder. Preciezer gezegd: worden de ontwerpers ruimte en tijd en niet te vergeten geld onthouden om, met behulp van de specifieke karakteristieken van de nieuwe bouwlokaties, tot architectonisch en stedebouwkundig hoogwaardige invullingen te komen, dan zal nooit het niveau worden bereikt waarop daadwerkelijke verwezenlijking van de plannen hetzelfde betekent als investeren in cultuur.

Met de landing van de pyloon van de Erasmusbrug is afgelopen donderdag een elegant, maar formidabel uitroepteken gezet achter de roep om meer verbeelding, meer visie, meer besef voor de culturele component van architectuur en stedebouw bij al diegenen die verantwoordelijk zijn voor de urbane en suburbane ontwikkelingen in ons land. Er zijn stemmen opgegaan die schande spreken van het 'geld-speelt-geen-rol'-klimaat waarin de spectaculaire schepping van de Kop van Zuid in Rotterdam zich zou voltrekken. Het zijn stemmen die de kortzichtigheid vertolken van een mentaliteit zonder verbeelding waarmee een veel te groot deel van de gebouwde omgeving in Nederland tot stand is gekomen en nog steeds tot stand komt. Het hoeft niet te verbazen dat ook de eigenaren van die stemmen 'De Zwaan' een schitterende brug vinden.