'Bob, jij gaat nooit weg, jij blijft zeker tot je 65ste bij Ajax'

Oude glorie-tijden lijken te herleven voor BOB HAARMS (61), de Ajacied in hart en nieren. Volgend seizoen is hij een kwart eeuw assistent-trainer bij Ajax en in 1997 vijftig jaar lid van de Amsterdamse club. Als geen ander kan hij vergelijkingen trekken met de gouden generatie uit de jaren zeventig en de begenadigde ploeg van nu.

Als heel wat namen uit het roemrijke Ajax-verleden de revue zijn gepasseerd, zegt Bobby Haarms ineens: “Ik heb nu weer hetzelfde machtige gevoel van toen. Finidi op de plaats van Swart, Kanu als Cruijff en Overmars in de rol van Keizer. Andere voetballers, maar toch stralen ze hetzelfde uit. We zijn met Ajax na ruim twintig jaar terug aan de absolute Europese top. Niet dat we het in die tussenliggende jaren slecht hebben gedaan. Want we plaatsten ons altijd minimaal voor het UEFA-Cuptoernooi. Maar nooit zijn we weer zo dicht bij het behalen van de Europa Cup I geweest als nu. Die kapsones mogen we wel hebben. Al moeten we woensdag nog winnen van Bayern München, een zware dobber. Het gevoel om die beker boven je uit te tillen is onbeschrijfelijk. De grote oren liggen heerlijk in je handen.”

Haarms kan het weten. Drie keer mocht hij triomferen met de glimmende bokaal. In de nadagen van zijn trainersloopbaan maakt hij opnieuw een rijk getalenteerd elftal mee. Het zou de kroon op zijn werk zijn als Ajax inderdaad op 24 mei in Wenen na 22 jaar terugkeert in een Europa Cup-I-finale. In bijna een kwart eeuw cijferde Haarms zich weg voor zijn grote liefde. Hij nam genoegen met de tweede viool omdat een hoofdcoach slechts een passant is, die nooit zijn hele leven aan één club verbonden kan zijn. Haarms wilde dat risico niet lopen. Als er één het predikaat Mister Ajax verdient, is hij het wel.

In 1974 kreeg de Betondorper een kans om carrière te maken. Via oud-Ajax-trainer Stefan Kovacs kwam hij in contact met de voorzitter van Olympique Marseille die hem graag in dienst nam als hoofdtrainer. Een nacht heeft hij boven zijn toenmalige café in de Utrechtsestraat op de rand van z'n bed gezeten. “Mijn vrouw wilde het graag. Die vond mij te goed om altijd assistent te blijven. Ik heb gejankt. Ik kon het niet. Ik wist dat ik bij Ajax hoorde. Nu dreigt wijlen Jaap van Praag gelijk te krijgen. Die zei toen al: “Bob, jij gaat nooit weg. Jij blijft zeker tot je 65ste bij Ajax.”

Ajax-archivaris Wim Schoevaart heeft onlangs voor hem uitgerekend dat hij in totaal vier jaar is weggeweest bij zijn geliefde club. Dat was in de episode vanaf 1982 toen Kurt Linder kortstondig de scepter zwaaide in De Meer. Het bestuur-Harmsen liet hem vallen, maar nadat hij omzwervingen had gemaakt bij Aalsmeer en Volendam haalde datzelfde college in 1987 op verzoek van Johan Cruijff het meubelstuk weer terug naar Ajax.

Haarms werd 8 maart 1934 geboren in Betondorp, de wijk van de 'eeuwige noodwoningen'. In een huis aan de Middenweg naast het huidige café Meerzicht, waarin toen een ijssalon was gevestigd. Enkele maanden later, in september 1934, werd tegenover dit pand het Ajax-stadion geopend. Hij zal volgend jaar ook het afscheid uit De Meer meemaken. “Aanvankelijk vond ik dat nieuwe stadion maar onzin. Zet toch een extra ring op de huidige tribunes en bouw een parkeergarage onder het trainingsveld, zei ik. Maar penningmeester Van Os heeft me uitgelegd dat het met die verkeerschaos zo niet langer kan. Nu zie ik vanuit mijn woning in Amsterdam-Zuid in de verte de nieuwe accommodatie uit de grond rijzen. Het is een imposant gezicht.”

Als kleine jongen was hij al gebiologeerd door het Ajax-stadion. Hij mocht kort na de Tweede Wereldoorlog de legendarische trainer Jack Reynolds helpen met het verzamelen van de ballen. Als voetballer debuteerde hij op 28 september 1952 in het A-elftal tegen Heracles. Hij speelde in een ploeg met Hans Boskamp, Rinus Michels en Eddy Pieters Graafland. 'De Spijker' noemde ze hem wegens zijn - toen nog - ranke postuur. Een knieblessure maakte een einde aan die carrière. “Dr. Tetzner heeft in '54 en '59 de binnenmeniscus van beide knieën geopereerd. Onlangs moest ook de rechter buitenmeniscus er aan geloven. Op de training leun ik nog weleens tegen doelman Edwin van der Sar om hem opzettelijk te hinderen. Dat moet je met hem niet doen, heb ik nu gemerkt. Gelukkig was ik na zes weken weer fit.”

Ironisch genoeg heeft Haarms zich de laatste decennia vooral beziggehouden met de zogenaamde hersteltrainingen. Spelers terugbrengen op het hoogste niveau na een blessure. Maar eigenlijk heeft hij het daar de laatste seizoenen niet zo druk mee gehad. Het aantal gekwetste voetballers is bij Ajax in vergelijking met PSV en Feyenoord minimaal geweest. Dat dankt hij natuurlijk ook aan het werk van de medische staf van fysiotherapeut Pim van Dord en looptrainer Laszlo Jambor. “Het is wonderbaarlijk dat we altijd weer heel snel met 22 spelers verder kunnen. Dat kan toch geen toeval zijn. Silooy was binnen drie weken hersteld van een meniscusoperatie. Nu is Edgar Davids weer klaargestoomd voor het A-team. Een van de fanatiekste die ik heb meegemaakt. Ik zag na drie dagen al dat hij zich bij de groep kon voegen. Door de operatie aan zijn oogbol speelt hij voor het zelfvertrouwen nog wel met een beschermende bril.”

Typerend voor 25 jaar loyaliteit aan de hoofdtrainer, gunt Haarms zijn 'baas' Louis van Gaal alle eer voor het huidige succes. “Ik kan wat dat betreft een vergelijking trekken met Rinus Michels. Twee strenge heren die discipline tot in de perfectie hebben doorgevoerd. En een goede discipline is in mijn ogen toch noodzakelijk voor elk succes. Michels moest semi-professionals opleiden tot full-profs. Piet Keizer zat in de tabak, Cruijff werkte bij Sport & Sportwereld, Barry Hulshoff had een kantoorbaantje. Toen Michels kwam stond Ajax derde van onderen in de eredivisie. Hij was afstandelijker dan Louis. Maar beiden hebben Ajax naar de absolute top gebracht. Stefan Kovacs mogen we natuurlijk ook niet vergeten. Hij was meer een ambassadeur en zei op z'n eerste persconferentie: 'Ik heb van Michels een diamant ontvangen en ik zal proberen er een briljant van te maken'.”

Ook op het gebied van trainingsaanpak ziet Haarms overeenkomsten tussen Michels en Van Gaal. “Achter elke training zit een gedachte. Dat heb ik bij mijn leermeester Michels gezien, Van Gaal doet hetzelfde. De partijtjes in de trainingen worden altijd op het scherpst van de snede uitgevoerd. Men staat elkaar bij wijze van spreken naar het leven. De winnaars gaan denkbeeldig op de foto. Dan komt er iemand die met zijn hand een camera nabootst en voor de winnende partij gaat staan. Michels en Van Gaal hebben ook qua schoonheid en amusement hetzelfde hoge niveau bewerkstelligd. Alleen speelde het 'gouden Ajax' vreemd genoeg vaak voor tien of twaalfduizend toeschouwers, terwijl het stadion nu wekelijks is uitverkocht.”

Haarms diende twaalf trainers en alleen Tomislav Ivic, die hij bewonderde om zijn tactisch inzicht, maakte net als Van Gaal tijdens de wedstrijd aantekeningen. “Dat is een geheugensteuntje voor de bespreking in de rust. Als je niets opschrijft vergeet je nog weleens wie er welke fouten heeft gemaakt. En elke maandagmorgen komt het kladblok van Van Gaal weer op tafel bij de nabespreking van de wedstrijd. Dan worden man en paard genoemd. En openlijk kritiseren spelers elkaar. Dat is toch veel beter dan wanneer er stiekem achter je rug wordt gesmoesd? Meestal geeft Van Gaal eerst de aanvoerder het woord. 'Danny, want denk jij ervan?'. Iedereen neemt heel serieus deel aan de discussie, er wordt nooit gegiecheld. Afgelopen maandag, na de 7-0-zege op Willem II, hield Van Gaal voor het eerst geen bespreking. 'Er valt niets te zeggen”, zei hij.”

Het 'tunnel-incident' van München is volgens Haarms nauwelijks aan de orde geweest. Bij het verlaten van het veld gingen Frank de Boer en Patrick Kluivert elkaar zowat te lijf, omdat de laatste bij een voorzet de verkeerde positie had gekozen. Daardoor ging er een kans verloren. De Boer gaf Kluivert onmiddellijk de wind van voren en dat schoot bij de jonge spits in het verkeerde keelgat. Bogarde moest er aan te pas komen om de twee uit elkaar te houden. “Dat kwam toevallig nu goed in beeld op tv, maar dacht je dat zoiets vroeger niet voorkwam”, relativeert Haarms. “Ik heb Cruijff in de rust ook weleens horen zeggen tegen Rep: 'Luister eens John, je speelt ook met mijn eten. Ik mag je er van de trainer zo uitsturen, als je weer solistisch voetbalt.' Die dingen móéten gebeuren.”

Haarms mag zich dan weer in een nieuwe gouden periode wanen, het is de vraag of deze spelersgroep dezelfde kwaliteiten heeft als destijds. Een ster als Cruijff kent het huidige elftal bijvoorbeeld niet. Haarms is het er niet mee eens. “Blind, Rijkaard, Finidi en de Boertjes zijn toch ook toppers? Deze ploeg is in de breedte weer veel sterker. We hadden destijds altijd slechts zestien spelers met reserves als Schilcher, Kleton en Wever.”

Hij heeft het grootste respect voor Danny Blind. Voor Haarms is een fanclub opgericht die bestaat uit 150 leden. Voorzitter Rimco Haanstra, de zoon van cineast Bert, Jaap Stobbe, Bettine Vriesekoop, Paul van Vliet en Marc Klein Essink zijn enkele bekende namen uit dit gemêleerde gezelschap. De fanclub heeft een eigen magazine, het Bob-blad, en eens per jaar mag Haarms een soort Oscar uitreiken aan een speler. Het betreft een door een kunstenaar vervaardigd beeldje van een voetballer op een marmeren voetstuk, waarin een gedeelte van het trainingsvest-met-zand is verwerkt. Dit 'martelaars-attribuut' gebruikt Haarms bij de hersteltraining.

Danny Blind viel op verzoek van Haarms de eer te beurt om als eerste de trofee in ontvangst te nemen. “Hij krijgt nooit prijzen, terwijl hij toch in het veld het verlengstuk is van Van Gaal. De bekers die aan hem worden uitgereikt gaan rechtstreeks naar de prijzenkast. Ik heb het ook gedaan als eerbetoon aan de mens Danny Blind. Wij kunnen hem bij Ajax nog niet missen. Ik ga er vanuit dat zijn contract wordt verlengd. Het is niet gering om hier acht jaar op de toppen van je tenen te lopen. Want als je de poort van De Meer binnentreedt moet je altijd scherp zijn. Ik heb in de jaren zeventig alle toppers zien vertrekken. Cruijff, Neeskens, Mühren, Suurbier en als laatste Krol. Ze waren er aan toe. Maar Blind maakt op mij nog helemaal geen uitgebluste indruk. Hij werd gekocht van Sparta en is hier een echte Ajacied geworden.”

Ajax kwam in het laatste succesjaar, 1973, Bayern München ook al tegen op weg naar de Europa Cup-finale. Thuis, in het Olympisch Stadion, werd de ploeg met toppers als Beckenbauer, Breitner en Müller opgerold met 4-0. Volgens Haarms speelden bij de afscheidswedstrijd van Cruijff (0-8, voor Bayern), revanchegevoelens over deze vernedering nog altijd een rol. Aan de return bewaart Haarms een legendarische anekdote. “Cruijff was geblesseerd en Neeskens kreeg in de competitiewedstrijd die er aan vooraf ging een trap tegen zijn knie. Dokter Rolink wilde niet eens dat Johan meeging naar München. 'Die speelt niet hoor, ook niet met een pilletje', drukte hij ons op het hart. Maar Neeskens pakte zelfs zijn voetbalspullen in. Op krukken strompelde hij naar het vliegtuig. Eenmaal in München werd er 's middags op de deur van mijn hotelkamer geklopt. Neeskens. 'Bob we gaan trainen.' Ik zei: 'Je bent gek.' Ik toch maar mee. In een hoekje, buiten het gezichtsveld van de groep, hebben we wat gelopen. Neeskens stierf van de pijn, het ging echt niet. Even later zei hij: 'Bob nu maak ik even een looppasje langs de dokter, anders mag ik niet spelen.” Hij liep langs Rolink, zo goed en zo kwaad als dat ging, met de opmerking: 'Doc ik kan spelen'. Hij zou in München, waar we met 2-1 verloren, de negentig minuten volmaken.”