VERLICHTING; Bakermat blijft solide basis

Toen reclame op televisie en radio nog heel erg vies was, heette Philips steevast 'het gloeilampenbedrijf uit het zuiden des lands'. Maar de tijden zijn veranderd. Omroepen drijven nu op reclame en Philips produceert in het zuiden nauwelijks gloeilampen meer. Een laatste gloeilampenfabriek in Weert wordt nog uitgemolken, maar nadert het lot dat een aantal voorgangers al beschoren was: sluiting en verplaatsing van de bulkproduktie naar lage-lonen-landen (Polen en China bijvoorbeeld).

Hoewel gloeilampen nog steeds een belangrijke inkomstenbron voor Philips vormen en Philips zichzelf mede daardoor nummer één op de wereldmarkt voor verlichting kan kan noemen, wordt de grote winst gepakt in andere verlichtingssectoren. Grotere marges zijn te behalen op produkten als halogeenverlichting, hogedruk-gasontladingslampen en fluorescentielampen, al dan niet ontwikkeld voor veeleisend gebruik in auto's, voor verlichting van gebouwen, luchthavens, sportvelden, etcetera.

Dat Philips naast lampen ook armaturen produceert, heeft voor- en nadelen. Nieuwe verlichtingssystemen zijn gemakkelijker te introduceren omdat derden niet eerst hoeven te worden geïnteresseerd. Aan de andere kant is Philips, zo houdt de concurrentie armaturenfabrikanten graag voor, in feite een concurrent van zijn eigen afnemers.

Philips strijdt op zijn verschillende markten in hoofdzaak met twee tegenstanders: de Duitse Siemens-dochter Osram en het Amerikaanse General Electric (GE). GE domineert de markt in de Verenigde Staten, Philips is de grootste in Europa, waar het naar schatting de helft van zijn omzet in verlichting behaalt. De groei van beide markten is bescheiden.

De pogingen van GE om zijn Europese marktaandeel te vergroten, waartoe het onder meer het Hongaarse Tungsram overnam, zetten wat druk op de prijzen in Europa. Omgekeerd staan ook de prijzen in Noord-Amerika enigszins onder druk doordat Philips' er wil groeien. De concurrenten houden elkaar nauwlettend in de gaten, maar waken er wel voor op de overzichtelijke markt een echte prijzenslag aan te gaan. Alleen aan de onderkant van de markt wemelt het van de 'prijsboksers'.

De marge van Philips Lighting bedroeg het afgelopen jaar 11,4 procent, waarmee de produktsector na Componenten en Halfgeleiders de meest rendabele was. In feite is Verlichting voor Philips, op een korte periode begin jaren negentig na, altijd een betrouwbare winstmaker geweest.

Een drastische reorganisatie in het kader van de saneringsoperatie Centurion maakte enkele jaren geleden korte metten met de gezapigheid die Philips Lighting was binnengeslopen. Tegelijk werden, in de vorm van het 'Plan 2003', de fundamenten gelegd voor de verdere ontwikkeling van Verlichting. De toekomstplannen zijn gebaseerd op drie sporen: effici-entere produktie met veel aandacht voor logistiek, verdere ontwikkeling van elektronica in verlichtingssystemen en groei in Azië.

hilips produceert in principe 'local for local', omdat lampentransport vooral vervoer van lucht is. Dit uitgangspunt geldt in mindere mate voor de duurdere typen lampen, waarvan de geringere afzet sowieso dwingt tot concentratie van de fabricage.

Verlichting voorziet een belangrijker rol voor elektronica en 'software' in verlichtingsystemen, waarbij het overvloedig kan putten uit elders aanwezige Philips-expertise. Afnemers stellen steeds specifieker eisen aan verlichting: ze dient programmeerbaar te zijn, de 'toon' dient regelbaar te zijn, ze moet reageren op gesproken commando's of andere impulsen. Ook bij het verder miniaturiseren van verlichting speelt elektronica een hoofdrol.

Azië is de laatste speerpunt van Verlichting. Het continent kent (nog) geen dominante fabrikanten, waardoor Philips kans ziet op een hoofdrol. De divisie, terend op vooral Westeuropese winsten, investeert hevig in Azië, waar het al enkele tientallen joint ventures is aangegaan.