Utrecht en auto's hebben een grondige hekel aan elkaar

Automobiliteit en Utrecht verdragen elkaar slecht. Afgelopen week stonden leefbaarheid en bereikbaarheid van de stad weer hoog op de agenda.

UTRECHT, 14 APRIL. Afgelopen zaterdag werd de fietskelder van het stadhuis voor het publiek opengesteld; dinsdag belegde de Socialistische Partij een bijeenkomst tegen het betaald parkeren in de wijken; diezelfde dag kondigde het college van B en W een experiment met een city-taxi aan; woensdag beraadslaagde de gemeente met bewoners over de parkeer-ellende in de binnenstad; diezelfde dag opende wethouder Van der Steenhoven het kantoor van een aantal bewonersorganisaties inzake het verkeer en gistermiddag stemde de gemeenteraad in met een regeling voor betaald parkeren in de Vogelenbuurt, die aan het centrum grenst.

Automobiliteit en Utrecht verdragen elkaar slecht. Weliswaar werd in 1922 hier de eerste autorijschool van Nederland opgericht, maar twee jaar later was er al een eerste conflict over een auto die acht uur op de Maliebaan geparkeerd stond en een bekeuring kreeg.

De Maliebaan biedt alle ruimte, ook nu nog. Maar de structuur van de oude binnenstad leent zich niet voor uitbundig autogebruik. Er is geen stad in Nederland met een middeleeuwse stratenstructuur van deze omvang. Dat is te danken aan de eeuwenlange rust die in Utrecht intrad, terwijl Amsterdam floreerde.

Ook de karakteristieke werfkelders langs de Oude en Nieuwe Gracht zijn een obstakel. De kelders en de bruggen hebben te lijden van het autoverkeer. Niet alleen vrachtwagens, maar ook geparkeerde auto's zijn een plaag. De beweging die optreedt als een auto stopt of start, zorgt voor een klap en sloopt op den duur de gewelven.

Het gemeentebestuur probeert al jaren de auto terug te dringen, maar dat streven strandde met het plan voor een sneltram door de binnenstad. Inmiddels is de sneltram op de lange baan geschoven en er komt een 'knip', zodat oost-west autoverkeer niet meer door de binnenstad kan. Eind dit jaar moet de gemeenteraad beslissen over de bouw van parkeergarages aan de oostkant van de stad, zodat ruim achthonderd parkeerplaatsen op grachten en pleinen kunnen verdwijnen. “Voor het eerst sinds tien jaar wordt er een plan uitgevoerd”, zegt wethouder Van der Steenhoven opgetogen.

Er is al 'flankerend beleid', zoals een gratis bus op de koopavond en zaterdag vanaf het stadion Galgenwaard. De kosten voor de gemeente bedragen 170.000 gulden. De reactie is boven verwachting, zegt een woordvoerder van het gemeentelijk vervoerbedrijf. Op een zaterdag parkeren er zo'n 350 auto's. “Die mensen storen zich aan de wachttijden bij de parkeergarages.”

Die parkeergarages liggen vooral bij Hoog Catharijne. De winkeliers in de oude stad willen ook parkeerrruimte in het oosten. Het Lepelenburg, waar in 1979 theater Tivoli afbrandde, is een aantrekkelijke plaats voor een ondergrondse garage.

Het bewonersplatform Zuidelijke Oude Stad vreest vooral meer verkeer en hoge parkeertarieven. ZOS-woordvoerder G. Kuperus presenteerde woensdagavond een alternatief: garages buiten de singels en meer parkeerplaatsen op straat. Ook pleitte hij voor overleg, “want tot nu toe begint elke bijeenkomst over het parkeerbeleid met een botsing”.