Turkije hekelt Nederlandse houding tegenover Koerden

ANKARA, 14 APRIL. De Nederlandse houding tegenover het Koerdische parlement in ballingschap is een openlijke schending van de internationale plicht om terreur te strijden.

Dit heeft de Turkse regeringswoordvoerder, staatsminister Yildirim Aktuna, gisteren in Ankara gezegd na afloop van het kabinetsberaad over de oprichting van het Koerdische parlement in ballingschap, woensdag in Den Haag.

Ankara heeft uit protest hiertegen zijn ambassadeur in Nederland, Zeki Çelikkol, voor overleg naar Turkije teruggeroepen. De Nederlandse ambassadeur in Ankara, Jan Horak, kreeg vrijwel op hetzelfde moment van de minister van buitenlandse zaken, Erdal Inüon, een nota overhandigd met daarin de eis dat verdere activiteiten van het Koerdische parlement in ballingschap in Nederland moeten worden verboden. Gebeurt dit niet, dat zal dat gevolgen hebben voor de betrekkingen tussen de twee landen, aldus de nota. Niet werd aangegeven welke gevolgen.

Turkije zegt “diep teleurgesteld” te zijn dat Nederland doet voorkomen dat het Koerdische parlement in ballingschap slechts een politiek platform is voor de Koerden in de diaspora om voor hun rechten op te komen. Volgens Ankara bestaat er geen twijfel over - de oprichtingsbijeenkomst woensdag in het Congresgebouw in Den Haag ademde volgens de Turkse regering duidelijk die sfeer - dat het parlement een geesteskind is van de separatistiche Koerdische Arbeiderspartij (PKK), ook al zijn formeel 12 van de 65 afgevaardigden lid van deze organisatie.

Bovendien werd gesproken over de “buitenlandse bezetting” van Koerdistan en de wens om een onafhankelijke Koerdische staat op te richten, aldus de Turkse regering. Uit de opmerkingen van ERNK(PKK)-voorman Ali Sapan, wordt volgens Ankara eveneens duidelijk dat het parlement op korte termijn, wellicht al in mei, zal worden gevolgd door een Koerdische regering in ballingschap.

Met het argument dat de “tolerante” Nederlandse houding in feite een openlijke steunbetuiging is aan de PKK, die in Nederland niet is verboden zoals in Duitsland en Frankrijk, heeft Turkije vanaf vorige week vrijdag geprobeerd om Den Haag ertoe te bewegen de oprichtingsbijeenkomst in Den Haag te verbieden. Ambassadeur Horak werd zaterdag voor de eerste keer op het matje geroepen door de algemeen-secretaris van buitenlandse zaken, Özden Sandberk. Tijdens die ontmoeting werd gedreigd met het terugbrengen van de diplomatieke betrekkingen, zoals eerder met Zwitserland gebeurde na PKK-rellen en het schieten vanuit de Turkse ambassade in Bern. Bovendien zouden op het economische vlak sancties kunnen volgen.

Ten aanzien van de oprichting van het parlement in ballingschap beroept Nederland zich op het grondwettelijke recht op vergadering. Maar in het licht van de al ruim tien jaar durende guerrilla-oorlog in het overwegend door Koerden bewoonde zuidoosten van Turkije tussen de PKK en het leger en op een moment dat 32.000 Turkse soldaten in Noord-Irak een offensief tegen de PKK voeren, heeft Turkije geen enkele begrip getoond voor het Nederlandse standpunt.

Volgens Ankara geeft Den Haag met het beroep op het grondwettelijk recht op vergadering een verkeerde voorstelling van zaken. Door de oprichting van het Koerdische parlement in ballingschap niet te verbieden ondersteunt Nederland volgens Ankara, of dat nu bewust dan wel onbewust gebeurt, terreur op zich.

Ook de Amerikaanse delegatie, die begin deze week onder leiding van onderminister van buitenlandse zaken Strobe Talbott besprekingen in Ankara voerde, heeft in een telefoongesprek vanuit Turkije druk uitgeoefend op de Nederlandse minister van buitenlandse zaken, Van Mierlo, om de PKK niet ongelimiteerd zijn gang te laten gaan in Nederland. Ook in Londen is inmiddels negatief gereageerd op de oprichting van het parlement. Het Turkse semi-staatspersbureau Anadolu meldt dat Groot-Brittannië niet zal overgaan tot een erkenning van dit Koerdische platform en dat de Nederlandse houding om de oprichting ervan op haar grondgebied toe te staan “niet een afspiegeling is van een gezamenlijke politiek van de Europese Unie”. Ook de twee grootste Iraaks-Koerdische partijen, de KDP en de PUK, hebben gisteren het nieuwe Koerdische parlement veroordeeld. Daarbij werd gesproken van “een façade voor de politieke activiteiten van de PKK”.