'Turken in Nederland hebben ongegronde angst voor PKK'

UTRECHT, 14 APRIL. Nogal wat Nederlandse Turken hadden, direct na de aanslag op de Hengelose moskee vorige week vrijdag, het vermoeden dat de Koerdische organisatie PKK er achter zat. Ze leefden de laatste maanden toch al in de bange verwachting dat de vrijwel dagelijkse (en meestal aan de PKK toegeschreven) aanslagen op Turkse eigendommen in Duitsland vroeg of laat ook in Nederland gepleegd zouden worden. Maar navraag bij deskundigen levert geen bevestiging op van dat vermoeden. Integendeel, het is heel onwaarschijnlijk dat de PKK in Hengelo heeft toegeslagen. Een andere vraag is interessanter: waarom is de PKK in Duitsland terroristisch en in Nederland niet?

“Maar ook in Duitsland zijn veel aanslagen niet het werk van de PKK”, zegt dr. M. van Bruinessen, Turkoloog aan de Universiteit van Utrecht. “Alleen de aanslagen op de Turkse reisbureaus, die zijn hoogstwaarschijnlijk wel door de PKK gepleegd. De organisatie voert al enige tijd een campagne tegen het toerisme in Turkije. Ook in Nederland. In Amsterdam werden grote reclames 'Kom naar Turkije' in een paar nachten vernield.”

In Nederland is de PKK niet verboden, in tegenstelling tot in Duitsland, waar de partij na het verbod aanzienlijk is gegroeid. Van Bruinessen: “Verder is Nederland voor de Koerden nooit zo'n belangrijk land geweest; hier hebben nooit belangrijke kopstukken gezeten. Bij de PKK denken ze ook dat Nederland een veel liberaler beleid voert dan Duitsland bijvoorbeeld. Bij het Nederlandse ministerie van buitenlandse zaken is enkele jaren geleden geopperd dat er gestreefd moest worden naar een dialoog tussen de PKK en de Turkse regering, net zoals tussen de PLO en Israel. Dat is precies wat de PKK wil.”

De oprichting van een Koerdisch parlement, woensdag in Den Haag, zal mogelijk iets veranderen in het belang van Nederland voor de Koerden. Maar ook eerder al is hun bestaan hier niet geheel onopgemerkt gebleven. In de jaren tachtig kwam het enkele malen tot een gewelddadig treffen tussen PKK-sympathisanten en aanhangers van andere Koerdische groepen. De gerenommeerde Stichting Nederland Koerdistan is sinds de oprichting bijvoorbeeld uitdrukkelijk alleen voor Nederlanders, om aldus de Koerdische broedertwisten buiten de deur te houden.

“De tegenstellingen onder de Koerden zijn sterk verminderd”, zegt Van Bruinessen. “In Turkije zelf is de PKK de enige beweging die nog wat voorstelt - daar heeft de Turkse regering aan meegewerkt door andere, gematigder organisaties uit te schakelen. In Nederland spreken de Koerden nu wel met elkaar. Met nationalistische Turken zijn er soms wrijvingen.”

Op demonstratieve bijeenkomsten kan de PKK, volgens de Stichting Nederland Koerdistan, enkele duizenden mensen bij elkaar krijgen. Net zoveel als de grootste concurrerende organisatie, de socialistische partij van Turks Koerdistan. In totaal zijn er wellicht zo'n 50.000 Koerden in Nederland, voor zover die etnische identiteit tenminste valt vast te stellen. Als ze weten dat ze Koerdisch zijn, zijn ze ook politiek bewust, meent een zegsman van de Stichting.

Van Bruinessen: “Dat komt omdat de populatie sinds 1980 aanzienlijk van samenstelling is veranderd. Politieke organisaties hebben altijd moeite gehad om de massa van de arbeiders hier te bereiken. De gastarbeiders kwamen om geld te verdienen en wilden geen moeilijkheden. Die waren als de dood dat het consulaat er achter zou komen dat ze iets met politiek te maken hadden. Maar na de militaire staatsgreep in Turkije in 1980 was er een nieuwe groep mensen die om economische, maar deels ook om politieke redenen hier naar toe kwam. Ze was politiek duidelijk veel sterker geïnteresseerd, en ze is geleidelijk in de gemeenschap van arbeiders hier opgenomen. Deze mensen bleven er niet naast staan, zoals voor '80 de politiek bewuste studenten en vluchtelingen deden.”

Natuurlijk zijn ook de Koerden, net als alle andere migranten, zich bewuster geworden van hun identiteit, onder druk van het taaie bestaan in den vreemde. Van Bruinessen: “Koerden hier zijn vaak mensen die op een gegeven moment ontdekten dat ze iets anders waren dan ze lange tijd van zichzelf hebben gedacht. Een student vertelde me laatst hij hier heel jong was gekomen en pas toen hij 17 was en op weg voor een bezoek aan Turkije, hoorde dat er Koerden bestonden en dat hij een van hen was. Hij had altijd gedacht dat hij een Turk was, net zoals al die andere Turkse gastarbeiders.

“Dat is een proces dat je bij een hoop mensen tegenkomt. Ze zijn door de politieke ontwikkelingen in Turkije, en door de propaganda van Koerdische organisaties hier, zich meer Koerd gaan voelen. Ik heb een tijd geleden een cursus Koerdisch gegeven: de helft van mijn studenten waren Koerden die hun eigen taal wilden leren.”

Onder de buitenstaanders zal de betrokkenheid bij het Koerdische probleem dezer dagen op de proef gesteld zijn. Terwijl Turkije Noord-Irak binnenvalt, gaan twee Koerdische facties rustig verder met elkaar in hetzelfde gebied heftig te bestrijden. Bij de Stichting Nederland Koerdistan heeft dat bij een enkeling het idealisme geknakt. Niet bij Van Bruinessen. “Ik heb nooit in de leiders geloofd die de Koerden aanvoeren. Ook die beveiligde zone in Noord-Irak, die in 1991 werd ingesteld, heb ik nooit als vreselijk positief gezien. 'Vrij Koerdistan' werd het door de Koerden genoemd, en ook bij de Stichting was dat de gangbare term. Maar ik heb nooit begrepen waar die vrijheid uit bestond.”