Troebel geratel in zinnen die knellen als ketenen van stras

Voorstelling: Mooi van Gerardjan Rijnders door Toneelgroep Amsterdam. Regie: Gerardjan Rijnders. Decor: Paul Gallis. Spel: Gijs de Lange, Lineke Rijxman, Trang Nguyen. Gezien: 13/4, Haarlem, Toneelschuur. Aldaar t/m 22/4. Ook in Amsterdam, Transformatorhuis TGA, 16 t/m 27/5; op 19, 20, 26 en 27/5 wordt Mooi aangevuld met de allerlaatste voorstellingen van het stuk Liefhebber.

Leeg is het interieur rond het stuk Mooi, op een tafel en drie stoelen na, maar die zijn transparant. De man en de vrouw dragen transparante kleding in een niet-kleur, zwart, en ook hun conversatie is transparant. Niets kunnen ze zeggen dat de ander niet al vele malen heeft gehoord. Voor ons, het publiek, zijn hun gesprekken meest troebel geratel zonder noodzaak, vol spitsvondigheden en wrakke woordspelingen. Alleen nu en dan schemert door dat in dit 'relatiestuk' van Gerardjan Rijnders daadwerkelijk het portret schuil gaat van een verhouding tussen geliefden.

Steeds hebben de man en de vrouw het over 'mooi', wat dat is, of het wel iets is, en of het hen samen kan binden. Gijs de Lange speelt meeslepend een wroeter, Lineke Rijxman krijgt nauwelijks de gelegenheid om een consistent personage te creëren. Ze zeurt vaak - en dat helpt niet erg om diepgang te suggeren. Muziek helpt hen te zwijgen, maar deze mensen bestaan bij de gratie van de taal, die ze spreken en die ze denken. Pas wanneer de vrouw oprecht iets 'mooi' kan noemen wat de man zei, durft ze intimiteit aan en klimt ze op de tafel tussen hen in. Op haar buik schuift ze naar hem toe en zet met haar gezicht dicht bij hem hun gesprek voort.

Lange tijd wordt het verbale steekspel gadegeslagen door een derde. Die derde, gekleed in ontransparant zwart-wit, hoort, maar verstaan is onmogelijk. De voeten in de damesschoenen wippen, de plooirok wordt nu en dan verschikt en van de blouse valt altijd wel een pluisje weg te plukken. Trang Nguyen geeft gestalte aan de jonge Vietnamese vrouw waar het paar, als het er niet blind voor was, reliëf aan zou kunnen ontlenen. De glimlach zit vast rond de roze lippen en nu en dan klinkt er met kleine stembandexplosies een Engels zinnetje, alsof het eens gelezen werd en vervolgens uit het hoofd geleerd: 'very funny' horen we het meest, maar ook feiten over rijkdom en dat Europa bezig is te sterven. Hoe, wat, waarom wordt verder niet anders aangekaart dan in de agressie die het ondoordringbare wezen wekt bij het sputterende paar. Verder moeten we het blijkbaar zelf uitzoeken, maar te vrezen valt dat we Rijnders wat dat betreft teleur zullen stellen - zodra we Mooi achter ons hebben, spenderen we in zijn spoor verder geen gedachte aan een eventueel zieltogend Europa. Daarvoor is zijn stuk te loos en zijn regie te tam.

Rijnders heeft in het verleden prachtige stukken geschreven die hij dan vervolgens onontkoombaar ijselijk wist te ensceneren. Maar dit seizoen lijkt hij verstrikt te zijn geraakt in herhaaldrift. Hard en groots was Bakeliet (1987), maar het onlangs in première gebrachte Ecstasy was alleen groot en bracht het niet verder dan opgepoetste schijn en een krachteloze blik op moderne wanen. Schokkend en precies sneden me destijds Rijnders relatiedrama's Silicone en Pick-Up (1986) door mijn ziel en zijn uitvergrote gootsteenrealisme in Liefhebber (1992) was grimmig en schrijnend en dierbaar tegelijk. Mooi wil een vergelijkbaar 'crying game' zijn - zo erg dat er geen traan bij vergoten kan worden. Maar uit Rijnders eerdere werk blijkt dat hij heel goed weet dat daarvoor meer nodig is dan zinnen die knellen als ketenen van stras en een coup de théâtre tot slot.