Schrijlings op twee culturen

In 'De hulpwerkwoorden van het hart' geeft Peter Esterházy teksten van anderen een nieuwe betekenis. Marion Bloem leent zijn werkwijze om onder meer haar bewondering voor het boek 'Vaderland in de verbeelding' van Salman Rushdie uit te drukken. Rubriek over boeken die ten onrechte in de ramsj zijn geraakt.

Peter Esterházy: De hulpwerkwoorden van het hart. Vert. Ineke Molenkamp-Wiltink. Uitg. Prometheus, 108 blz. Voor ƒ 6,95 bij De Slegte.

Salman Rushdie: Vaderland in de verbeelding. (Imaginary Homelands: Essays and Criticism 1981-1991) Vert. Marijke Emeis. Uitg. Veen, 251 blz. Voor ƒ 8,95 bij De Slegte.

Titels als Moederland, Terug naar huis, De Chinees uit Afrika, Ik voel me hier niet thuis, van respectievelijk Nuruddin Farah, Farida Karodia, Leïla Sebbar, Aysel Özakin, koop ik bij de Slegte om het weekend mee door te komen.

Mijn oog valt ook op De kleine Hongaarse pornografie en De hulpwerkwoorden van het hart van Peter Esterházy. Toen deze titels in het Nederlands vertaald bij Prometheus (1992) verschenen kreeg ik ze van een Hongaarse vriendin.

Ik ben nog niet zo lang terug van een week in Boedapest waar Esterházy enkele van mijn in het Hongaars vertaalde verhalen op zijn eigen unieke wijze in een literair jazzcafé presenteerde, die sterk overeen kwam met zijn aanpak in De hulpwerkwoorden van het hart, waarin hij teksten van anderen zo behandelt dat ze zijn eigen teksten worden met een nieuwe extra betekenis.

“Ik heb een soort trailer gemaakt, zoals bij een film. Uit elk verhaal heb ik fragmenten gekozen, elk fragment gaf ik een titel, en het totaal moet een indruk van zowel jouw werk als jou als auteur geven,” zei hij voordat hij in het overvolle café achter de microfoon kroop en de toehoorders dan weer muisstil deed zijn, dan weer in lachen deed uitbarsten.

De twee boeken van Esterházy ben ik helaas op reis samen met nog enkele andere boeken kwijtgeraakt. Een van die andere zoekgeraakte titels, een boek van Salman Rushdie, zie ik tot mijn verbazing ook bij de Slegte liggen: Vaderland in de verbeelding.

Ik had van Vaderland in de verbeelding, voordat ik het boek in een plastic tasje met nog ten minste zeven andere op een vliegveld in de VS vergat, alleen nog maar het eerste essay (uit 1982) met veel enthousiasme gelezen en herlezen, met veel onderstrepingen en aantekeningen in de kantlijn.

Nu wil ik de stijl van Esterházy lenen om te proberen niet alleen mijn bewondering voor het artikel 'Vaderland in de Verbeelding', maar ook mijn liefde voor Rushdie's werk, en mijn respect voor alle literaire migranten uit te drukken.

Het heden is een vreemd land, en het verleden is mijn huis

'Na een afwezigheid van zo ongeveer mijn halve leven, bracht ik een paar jaar geleden weer een bezoek aan Bombay, mijn verdwenen stad. Kort na aankomst sloeg ik in een opwelling het telefoonboek open om te kijken of mijn vaders naam erin stond. En ja, tot mijn verbazing stond hij erin: zijn naam, ons oude adres, het telefoonnummer ongewijzigd, alsof we nooit waren weggegaan naar het onnoembare land aan de andere kant van de grens.'

Verloren scherven

'Als de Indiase schrijver die buiten India schrijft probeert het leven daar weer te geven, kan het zijn dat hij daarvoor gebroken spiegels moet gebruiken waarvan sommige scherven onvindbaar zijn.'

De paradox

'...wat ik wil zeggen is dat ik natuurlijk niet de gave van een absoluut geheugen heb en dat juist het onvolledige van deze herinneringen, de versplintering ervan, ze voor mij zo levensecht maakt.'

Een waarheid waar niemand omheen kan

'Je kunt stellen dat het verleden een land is waaruit wij allemaal zijn geëmigreerd, dat het verdwijnen ervan deel uitmaakt van ieders menszijn.'

Over het verleden van de schrijver zonder land en zonder taal

'De fysieke discontinuïteit, het heden dat zich ergens anders afspeelt dan het verleden, het 'elders' zijn, maakt dit verlies tastbaarder.'

Gewonde schepsels

'... we zijn geen goden maar gewonde schepsels, een gebarsten bril die alles in stukjes ziet. Partieel en dus partijdig...

Wij kunnen ons geen goden noemen, en daarom staat het ons vrij onze wereld te beschrijven zoals wij die, of we nu schrijver zijn of niet, van de ene dag op de andere ervaren.'

De vraag is:

'Kunnen ze (=wij, ontheemde schepsels), zo vanuit de verte niet meer dan de wereld beschrijven waaruit ze zijn weggegaan? Of opent die afstand nieuwe deuren?

Het antwoord is:

'De literatuur rechtvaardigt zichzelf.' 'We zijn er. We zijn hier.'

En we zijn niet genegen ons een stukje van ons erfgoed te laten afnemen - en dat erfgoed .... is het recht van elk lid van deze postdiasporagemeenschap om voor zijn kunst uit de bron van zijn afkomst te putten, zoals dat altijd en door iedereen in de wereldgemeenschap van ontheemde schrijvers is gebeurd. (Ik denk nu bijvoorbeeld aan het Gdansk-geworden-Danzig van Grass, aan het verlaten Dublin van Joyce, aan Isaac Bashevis Singer en Maxine Hong Kingston en Milan Kundera en vele anderen. Het is een lange lijst.).

'Maar laat ik onmiddellijk de licht verdedigende toon die in deze laatste opmerkingen is geslopen teniet doen.'

'Onze identiteit is meervoudig en gedeeld. Soms voelt het alsof we schrijlings op twee culturen zitten; op andere momenten alsof we tussen twee krukken vallen. Maar hoe vaag en veranderlijk deze ondergrond ook mag zijn, het is voor een schrijver geen onvruchtbaar terrein.'

Een stereoscopische visie

'Het biedt de mogelijkheid in ons werk iets weer te geven waarmee we allemaal te maken hebben: hoe bouwen we een nieuwe 'moderne' wereld uit een oude beschaving die door volksoverleveringen wordt geobsedeerd, een oude cultuur die we zelf in het hart van een nieuwere hebben binnengebracht?

... want zij, wij, zijn zowel ingewijden als buitenstaanders van deze samenleving.'

'Kunst is een hartstocht van de geest. En de verbeelding werkt het beste als deze zo vrij mogelijk is.'

'In godsnaam, zet het heelal wat verder open!'Dankuwel Salman Rushdie, dankuwel Peter Esterházy.