Ruzie om parlement Koerden tussen Turkije en Nederland

DEN HAAG, 14 APRIL. Nederland en Turkije zijn in een diplomatiek conflict geraakt over de oprichting van een Koerdisch parlement in ballingschap. De Turkse ambassadeur in Nederland is teruggeroepen voor overleg.

Minister Van Mierlo (buitenlandse zaken) gaf rond het middaguur een verklaring uit om het standpunt van de Nederlandse regering toe te lichten. Daarin onderstreept Van Mierlo dat de Nederlandse regering “op geen enkele wijze het zogenoemde Koerdische parlement in ballingschap erkent” en ook geen toestemming heeft gegeven voor de oprichtingsvergadering in Den Haag, woensdag. De regering beschouwt de Koerdische Arbeiderspartij (PKK), waarvan de politieke arm het parlement domineert, als “een organisatie die verantwoordelijk is voor terroristische activiteiten”.

Nederland weigerde, ondanks een Turks verzoek, de oprichtingsbijeenkomst van het Koerdische parlement in ballingschap te verbieden. Turkije beschouwt het parlement als een verlengstuk van de separatistische PKK. Ook de VS hebben de Nederlandse houding gekritiseerd. De Nederlandse grondwet biedt echter iedereen vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vergadering.

Premier Kok toonde zich gisteravond na afloop van de ministerraad niet onder de indruk van de Turkse kritiek. “Een land dat zelf inbreuk maakt op het volkenrecht door de inval in Noord-Irak, hoeft niet voorop te lopen om Nederland aan te sporen de grondwet opzij te zetten.” “Ook voor de VS doen we dat niet.”

Kok zei dat minister Van Mierlo regelmatig contact heeft gehad met zijn Turkse collega, waarbij hij het Nederlandse standpunt heeft duidelijk gemaakt: alleen als de openbare orde en veiligheid in gevaar zouden komen, zouden de Nederlandse autoriteiten gemachtigd zijn de bijeenkomst te verbieden.

De Turkse regering heeft vorige week het ministerie van buitenlandse zaken benaderd met de vraag of de bijeenkomst verhinderd zou kunnen worden. Volgens een woordvoerder van het ministerie zijn de mogelijkheden onderzocht, maar bleek het een zaak van het openbaar ministerie en de gemeente Den Haag. “Als er een gegronde vrees voor ordeverstoring zou zijn geweest, had de burgemeester een handvat voor een verbod gehad”, aldus de woordvoerder vanochtend. “Dat was niet het geval (..), er werd niet opgeroepen tot terrorisme.” Wel steunde het parlement de “nationale bevrijdingsstrijd” in “Noordwest-Koerdistan” (Zuidoost-Turkije).

De “onterechte druk” van de Turkse regering op Nederland heeft het kabinet geen moment aan het twijfelen gebracht, aldus Kok, en ook verdere druk zal dat niet doen. Volgens de premier moet het mogelijk zijn het conflict snel en met gezond verstand te boven te komen.