Russische mafia

In het artikel over de Russische mafia (NRC Handelsblad, 4 april) staat een ernstige uitglijer. Zonder commentaar is een hoogst bedenkelijke uitspraak overgenomen van een zekere A. Vandoren, “nationaal magistraat op het parket in Brussel”. Deze zou hebben beweerd dat “Russische misdaad voor een belangrijk deel identiek is aan de joods-Russische mafia”. Enig bewijs voor deze onzinnige en duidelijk anti-semitische uitspraak wordt niet aangevoerd.

Vandoren maakt het echter nog veel erger. Hij stelt dat die “joods-Russische mafia” zou bestaan uit “mensen die in Rusland permanent problemen hebben gehad te overleven”. Deze mensen zouden zich “allerlei fraude-technieken” hebben eigen gemaakt en die nu “in de georganiseerde misdaad te gelde maken”.

Een dergelijke, wederom volstrekt niet gestaafde uitspraak kan niet anders worden beschouwd dan als een diepe belediging van de honderdduizenden joden in de Sovjet-Unie die nu juist hebben geprobeerd zonder “fraude-technieken” te overleven, van de “Refuseniks” die juist trachtten legaal gebruik te maken van hun recht om hun land te verlaten en van iemand als Sjaranski die zijn gevecht voor de handhaving van de mensenrechten met jaren gevangenisstraf moest bekopen.