Rusland dreigt verstrikt te raken in oorlog in Tadzjikistan

Rusland en de buurlanden van Tadzjikistan zouden liever vandaag dan morgen worden verlost van hun verplichtingen in Tadzjikistan. In plaats daarvan echter dreigen ze steeds meer bij de oorlog te worden betrokken.

De afgelopen week zijn tientallen leden van de 25.000 man tellende GOS-strijdmacht langs de Tadzjieks-Afgaanse grens om het leven gekomen bij de strijd tegen de islamitische rebellen die, infiltrerend vanuit Afghanistan, het regime van de Tadzjiekse president Imomali Rachmonov bestrijden. Rusland levert ruim de helft van de GOS-strijdmacht, die verder bestaat uit Tadzjieken, Kirgiezen, Oezbeken en Kazachen. De strijd breidt zich steeds meer uit: het islamitische verzet voelt zich sterk en de gealarmeerde Rachmonov heeft zich tot Moskou, de VN en het GOS gewend om hulp.

Tadzjikistan was in 1992 het toneel van een hevige burgeroorlog, die 50.000 mensen het leven kostte. Die oorlog was het resultaat van de ineenstorting van de Sovjet-Unie. Met die ineenstorting kwamen in Tadzjikistan decennia lang onderdrukte regionale en clanrivaliteiten vrij. Clanleiders uit de zuidelijke stad Koeljab en uit Chodzjand in het noorden, die Tadzjikistan in Sovjet-tijden hadden gedomineerd, zegevierden in de oorlog met hulp van Moskou over een alliantie van democraten, islamieten en clans die in Tadjikistan nooit bij het bestuur betrokken waren. Maar de overwinnaars, geleid door Rachmonov, zijn er sindsdien niet in geslaagd het voor negentig procent uit hooggebergte bestaande land geheel onder controle te brengen. Met name de regio Gorno-Badachsjan in het oosten is de afgelopen jaren het toneel geweest van een guerrilla, vanuit Afghanistan op gang gehouden door het islamitische verzet.

Het oplaaien van de strijd heeft enerzijds te maken met het seizoen: de sneeuw smelt en dat is het sein voor het verzet zich in Gorno-Badachsjan een uitvalsbasis te verschaffen voor aanvallen op de flessehals die Gorno-Badachsjan scheidt van de rest van Tadzjikistan.

De tweede oorzaak is een bondgenootschap tussen twee groepen van tegenstanders van Rachmonov. Rachmonov wordt bestreden door islamitische militanten uit de regio Garm in Centraal-Tadzjikistan. De Garmi's worden gesteund door Afghaanse islamieten. De andere groep rebellen bestaat uit Pamiri, straatarme bewoners van 'het dak van de wereld', de Pamir, in het oostelijke Gorno-Badachsjan. Deze twee groepen hebben zich voor het eerst sinds 1992 aaneengesloten en zijn een gecoördineerd offensief begonnen.

Vorig jaar werd een bestand gesloten tussen de regering van Tadzjikistan en het verzet. Dat bestand loopt op 26 april af. De speciale VN-gezant in Tadzjikistan, de Uruguees Ramiro Piriz-Ballon, wil de strijdende partijen komend weekeinde rond de tafel brengen om het bestand te verlengen. Rachmonov wil dat overleg wel, maar zijn tegenstanders voelen zich sterk en willen van het bestand af.

Rusland en de andere bondgenoten van Tadzjikistan dreigen door de aanwezigheid van het GOS-strijdmacht in het grensgebied bij een oorlog te worden betrokken waar ze zich het liefst uit zouden willen losmaken: het zijn hun militairen die in Tadzjikistan sneuvelen. Tadzjikistan reageerde begin deze maand zeer geïrriteerd toen de Oezbeekse president Karimov een delegatie van het Tadzjiekse verzet ontving. Volgens hardnekkige geruchten wil Oezbekistan zijn troepen uit Tadzjikistan zelfs terugtrekken. Ook de Russische regering onderhandelt met Rachmonovs tegenstanders. Op 5 april ontving onderminister van buitenlandse zaken Tsjernysjev de vice-voorzitter van de Tadzjiekse Partij van Islamitische Wedergeboorte, Akbar Toerazjozoda. Na dat gesprek liet de verzetsleider zich zeer positief uit over de bereidheid van Moskou een aantal eisen van de Tadzjiekse oppositie ingewilligd te krijgen - zoals de teruggave van buitgemaakte wapens en de terugtrekking van Russische en Tadzjiekse grenstroepen in de regio van Chorog, in Gorno-Badachsjan.

Tadzjikistan heeft Rusland om meer troepen gevraagd. Maar Moskou, nu al verwikkeld in een moeizame oorlog in Tsjetsjenië, is huiverig. President Jeltsin is voor een uitbreiding van militaire steun - niet voor een uitbreiding van het aantal Russische militairen. Minister van defensie Gratsjov wil evenmin meer troepen naar Tadzjikistan sturen, want “het lokaliseren van bandietenbenden binnen Tadzjikistan is geen geschikte taak voor het leger of de grenstroepen.”