Piet Dirkx en Kars Persoon

De Begane Grond, Lange Nieuwstraat 2, Utrecht. T/m 23 april. Wo t/m za 12-17 uur, zo 13-17 uur, 1e Paasdag gesloten, 2e Paasdag geopend. Prijzen op aanvraag.

Een half jaar geleden opende in Utrecht het kunstcentrum Begane Grond, een initiatief van de Stichting Utrechtse Beeldende Kunst. Het expositiebeleid wordt bepaald door een programmacommissie, bestaande uit beeldende kunstenaars en kunsthistorici. De Begane Grond is gevestigd in een voormalige muziekschool, compleet met een concertzaaltje en een podium. De opzet is dat de exposanten zoveel mogelijk een presentatie ontwerpen speciaal voor het gebouw.

In de muziekzaal bracht Kars Persoon (1954) boven de houten lambrizering een muraal aan, een fries eigenlijk, van hoge, langwerpige schilderijen van een man, en profil en naar rechts kijkend. Ze zijn allemaal hetzelfde, de armen langs het lichaam hangend, uitdrukkingsloos. Alleen hun kleur verschilt, soms zijn ze licht, soms donker, en af en toe dragen ze een lendendoek. Ze doen denken aan oude Egyptische beelden. Ertussen hangen schetsmatige tekeningen van dezelfde poppen, alleen komen ze hier in beweging, het lichaam naar voren buigend, een voet verzettend. Midden in de zaal staat een grijs keramiek beeld van dezelfde man, een rood koord over de schouder hangend.

Volgens het begeleidend schrijven betekent het feit dat de poppen naar rechts kijken dat ze op de toekomst zijn gericht, en contact zoeken met anderen. Het gaat over de verhouding van mensen ten opzichte van de ander, en over het belang van respect voor de ander. Ook tekstfragmenten in de tekeningen als 'the senses, the intellect' duiden op deze behoefte aan communicatie.

Maar contact ontstaat er niet, noch tussen de figuren onderling, noch tussen de figuren en de bezoeker. Daarvoor zijn de afgebeelde figuren te eenvormig en te robotachtig. Er is geen liefde te ontdekken in de wijze waarop ze geschilderd zijn. Je zou eerder zeggen dat Persoon het tegenovergestelde wil duidelijk maken: namelijk dat alle mensen uniform zijn, dat 'andersheid' niet bestaat, dat mensen geen eigen wil hebben, en niet het vermogen tot handelen en initiatief nemen. De expositie oogt eerder als een Egyptische dodengalerij dan dat er een stimulans vanuit gaat om contact te zoeken met de medemens.

De gemakzuchtigheid die spreekt uit de installatie van Persoon - wél een mooie boodschap hebben, maar niet het geduld of de toewijding of het talent om die boodschap overtuigend vorm te geven - is ook eigen aan de 'installatie' van Piet Dirkx. Dirkx zou, zo was de verwachting, 'met de schilderskoffer in de hand en een grote partij beschilderd hout de Begane Grond volledig omtoveren tot een zee van kleur'. Overal treft men inderdaad zijn schilderijen en objecten aan, grote gekleurde monden, knalgeel geschilderde boterhammen, plankjes in rood en blauw en groen, felgekleurde monochrome schilderijtjes. Het woekert maar voort, zonder richting, zonder vorm, zonder concept, en dus vooral zonder zin.