Piepende apen worden doorgesmeerd; De Bimbo-Box: een dierenorkest tussen de palmen

Vroeger zag je ze overal, in de grote warenhuizen, in de dierentuinen en in speeltuinen: de Bimbo-Box. In een glazen kast zit een orkest bestaande uit verschillende dieren, waaronder apen, een paar olifanten en een enkele hond. Ze zien er Zuidamerikaans gekleed uit met rood en gele bolero's en Mexicaanse hoeden. Er is een aap met sambaballen, een aap met een gitaar, een olifant achter een drumstel en een heel scala aan dieren dat saxofoon, schuiftrompet en klarinet speelt.

Bijna veertig jaar geleden verschenen de eerste Bimbo-Boxen in Nederland. Toen kwamen de dieren voor een dubbeltje tot leven. Nu moet er een kwartje in, maar de muziek is nog steeds hetzelfde; een ouderwets mambo-achtig ballroomdeuntje en ook de dieren zijn in al die tijd nooit vervangen. De bolero's die ze aanhebben zijn verkleurd, de neus van de olifant is een beetje rafelig, de palmbomen op de achtergrond vallen soms half om, maar dat doet niets af aan het succes van de Bimbo-Box.

De Bimbo-Boxen komen uit Oosterbeek. Daar heeft meneer Visser een bedrijf waar alle hobbelpaarden, duikboten en andere kiddy rides worden gemaakt. De ouderwetse hobbelbeesten worden langzaam maar zeker verdrongen door helicopters met joystick, brandweerauto's en voyager-ruimteschepen, alleen het paard en het dierenorkest zijn nog niet bezweken voor moderne apparaten. In de jaren vijftig haalde meneer Visser de Bimbo-Box en de kleinere Bimbo-Baby uit Duitsland. Deze orkesten bestonden uit hooguit zeven aapjes. Dat vond meneer Visser wat weinig en hij besloot zelf versies te maken met een grotere bezetting en verschillende dieren. Volgens meneer Visser betekent Bimbo eigenlijk sletje, maar hoe het apparaat aan die naam komt is hem een raadsel. Het ouderwetse muziekje heeft hij bewust nooit veranderd. Sommige winkeliers willen er een met een kinderliedje, of tegen de feestdagen een sinterklaasliedje, maar dat vindt hij maar niks. Hij ziet de box liever in een supermarkt tijdens 'de tropische week'. Dan zetten ze hem midden in de winkel, omringd door ananassen, bananen, mango's en andere tropische vruchten en speelt het orkest de hele dag gratis het Zuidamerikaanse deuntje.

Iedere box komt regelmatig voor onderhoud terug bij het bedrijf van meneer Visser. Dan worden de geknakte palmboompjes, die enthousiast meeschudden als het orkest speelt, weer recht gezet en de kapotte gele gloeilampjes vervangen. De dieren hebben het het zwaarst te verduren. De slijtende voetjes worden bijgewerkt en de piepende apen doorgesmeerd. Maar niet alleen meneer Visser bekommert zich om de boxen. Hij ontvangt zelfs brieven van bezorgde ouders als in één van de boxen het muziekje vals klinkt. Toch zijn er, ondanks alle goede zorgen, veel boxen verloren gegaan. Van de 45 zijn er nog maar 17 over. Je vindt ze nog in sommige warenhuizen, in Artis, het pannekoekenhuisje in Lunteren en in de Wensput in Doorn. Als het apparaat uit staat zien de aapjes en andere dieren er een beetje uit als oude, in elkaar gezakte mannetjes, maar zodra er een kwartje in de automaat valt, spelen ze weer alsof hun leven ervan afhangt.