Pensioen

Op de televisie zag ik een programma over pensioenen en andere oudedagvoorzieningen. In de studio zaten enkele slachtoffers van een verzekeringsmaatschappij, die de boel had opgelicht. Door onverantwoordelijke speculaties zijn pensioengelden verdwenen en is er weinig hoop dat de overheid voor de gedupeerden zal inspringen.

Ook kwam er een oude dame aan het woord, die leeft van haar AOW en van haar AOW alleen. Haar AOW bedraagt zo'n ƒ 1200 in de maand. Daar moet zij alles van betalen, ook de huur. De oude dame vertelde dat zij van haar kinderen de krant van de vorige dag krijgt. Die leest zij, niet voor het nieuws, maar voor de advertenties. Zij spelt de advertenties op koopjes en maakt dan een lijst, waarmee zij verschillende winkels afloopt. Een brood bij de Edah, suiker bij Albert Heijn en margarine bij Dirk van den Broek. Enzovoort. Aan het eind van de middag komt zij moe thuis met haar boodschappentas en telt zij het geld dat zij nog over heeft. Zij weet niet hoe lang zij dit volhoudt.

Even dacht ik aan onze socialistische minister-president, die volgens het blad Quote met alle emolumenten mee jaarlijks ƒ 220.312 incasseert. Wist u trouwens dat Van Mierlo als minister van buitenlandse zaken met ƒ 228.876 de best verdienende minister is? De minister van buitenlandse zaken verkeert namelijk veel in het buitenland en aangezien wij Nederlanders een verblijf in het buitenland als iets vreselijks beschouwen, hoort daar natuurlijk een toeslag bij.

Maar het opsommen van ministersalarissen is natuurlijk demagogie. Laat ik daarmee ophouden. Ons loongebouw is nu eenmaal voor 99 procent gefundeerd op pragmatisme en voor 1 procent op rechtvaardigheid - ik zou ook niet weten hoe dat anders moet.

De levenswijze van de dame met haar AOW-tje schokte mij wel. Als kleine zelfstandige, die elke vaste betrekking heeft weten te ontlopen, heb ik tot dusver geen pensioen opgebouwd. Mocht deze krant mij afdanken, zoals zij dat met Gerard van Lennep heeft gedaan, en mochten ook mijn andere opdrachtgevers tegen mijn 65ste vinden dat het nu wel genoeg is geweest, dan houd ik dus hetzelfde over als die dame met haar AOW-tje. Dat risico zit er in.

Zou ik kunnen leven zoals die dame? Het is nog ver weg, en er zijn miljoenen mensen die het onder nog heel wat ongunstiger omstandigheden weten te redden, maar mijn gevoel zegt dat ik het op die manier niet lang zal volhouden. Waarom ben ik er dan nog steeds niet in geslaagd iets weg te leggen voor later?

Daar zijn, vermoed ik, verschillende redenen voor. Sparen veronderstelt een geestesgesteldheid die ik maar in een heel geringe mate bezit. Wie spaart, moet een optimistische kijk op de toekomst hebben. Wie het Zwitser Leven Gevoel kent, ziet tropische stranden voor zich. Een oudere man in een bermuda-short komt in zijn Ferrari aanrijden. Vervolgens vaart hij weg in zijn jacht met een jonge vrouw aan zijn zij. De oudere man geniet zichtbaar van een welverdiende oudedag. Er is hier geen sprake van kwaaltjes en ziekten. Er is alleen maar onsterfelijkheid, en dat is het grote bedrog. In een van de familiebladen las ik dat de verzekeringsmaatschappij de acteur van het Zwitser Leven Gevoel inmiddels wil dumpen, omdat die zijn doodzieke vrouw heeft verlaten. Hij is er inderdaad met een jongere vrouw vandoor gegaan. Dat kan niet de bedoeling zijn, het was toch alleen maar een commercial.

Het onvermogen om te sparen daarentegen moet te maken hebben met de onwil om je een toekomst voor te stellen. Niets is zo onaangenaam om je in te denken als hoe het is om oud te zijn. Wie wel eens een verzorgingstehuis bezoekt, weet wat ik bedoel. Ongetwijfeld komt het onvermogen om te sparen voort uit een ingebakken pessimisme. Waarom zou je sparen en je verzekeren, als je morgen dood kunt zijn?

Misschien gok ik niet op morgen, maar op een leeftijd ergens tussen de 65 en de 70. Zoals ik het nu zie, is er voorlopig maar één kans op redding: doorwerken tot je er bij neervalt. Daar is niets dramatisch aan. Hofland doet het, Kousbroek, Heldring, en Gerard van Lennep, zij het sinds kort bij een andere krant. Een verzekeringsagent die bij mij aan de deur komt, jaag ik weg. Ik heb nog jaren genoeg, de toekomst ligt voor mij open. De dood met zijn mortaliteitsstatistieken kan men beter niet binnenlaten.