'Partijen met één thema gedoemd tot marginaal bestaan'

DEN HAAG, 14 APRIL. Als kiezers op drift zijn, kunnen politieke partijen die zich op één thema concentreren, snel scoren. Maar als dat thema niet tijdig wordt verbonden met een breder consistent gedachtengoed en een goede organisatie, verschrompelt de partij zo mogelijk nog sneller.

Dat zal ook het lot zijn van het Algemeen Ouderenverbond (AOV), verwacht dr. R.A. Koole, universitair hoofddocent politicologie aan de Rijksuniversiteit Leiden. Nog geen jaar geleden verbaasde het Algemeen Ouderenverbond (AOV) vriend, vijand en zelfs zichzelf door bij de Tweede-Kamerverkiezingen zes zetels binnen te halen. Onmiddellijk haalde de partij uit naar critici die het AOV weinig kans op succes gaven of slechts zagen als eendagsvlieg. “Wij zijn geen tijdelijk verschijnsel en willen best regeringsverantwoordelijkheid” luidde het euforische commentaar op de uitslag.

Bij de Statenverkiezingen in maart werd dit succes herhaald, met als gevolg dat het AOV ook in de Eerste Kamer zal verschijnen. Maar de conflicten over machtsverhoudingen in de partij en over de te varen koers stapelen zich op. Daarmee lijkt het AOV zich te houden aan het scenario van de andere na-oorlogse 'single-issue' partijen.

De Boerenpartij, de Nederlandse Middenstandspartij, de Centrum-democraten (in het begin de Centrumpartij) en nu het AOV; allemaal richtten ze zich op één thema en aanvankelijk met veel succes. De organisatie bleek echter niet ingesteld op dat succes, waardoor interne conflicten ontstonden die de teloorgang van de partij inleidden of een echte doorbraak in de weg stonden.

Ook voor D66 gold dit scenario eind jaren zestig. Met het thema 'democratisering van de samenleving' haalde de partij in 1967 in één klap zeven zetels. Vier jaar later behaalde D66 elf zetels, maar een jaar later had de partij nog maar driehonderd leden en was een meerderheid voor opheffing. De statuten schreven echter een tweederde meerderheid voor, die net niet werd gehaald. “D66 is uiteindelijk blijven bestaan omdat zij het thema democratisering tot één van de thema's maakte”, zegt Koole.

De andere partijen deden dat niet. De Boerenpartij ontstond in de jaren vijftig en kwam in 1963 in de Tweede Kamer met drie zetels. De explosieve groei, naar zeven zetels, volgde vier jaar later. Koole: “Daar was de partij niet op voorbereid. In het begin hadden ze een duidelijk punt, de acties tegen het Landbouwschap. Op een breder terrein had de partij geen consistente gedachten. Een rommelige organisatie en financiële problemen deden de rest.” Om dezelfde redenen komen ook de Centrum-democraten niet verder, meent de universitair hoofddocent. Er ontbreekt een goede leider, de partij zit organisatorisch en ideologisch niet goed in elkaar, waardoor er altijd ruzie is. Bij de Statenverkiezingen was zelfs sprake van een terugval, omdat een andere partij, de VVD, het thema 'buitenlanders' overnam.

De Boerenpartij profiteerde van de opkomstplicht die in 1967 nog gold. Het was een van de weinige mogelijkheden voor de kiezer om een proteststem uit te brengen. De Nederlands Middenstandspartij (NMP) had dit voordeel vier jaar later niet meer, maar deed haar voordeel met de verschuiving in het partijstelsel die door de ontzuiling met volle kracht werd ingezet. In 1971 kwamen een recordaantal van veertien partijen in de Tweede Kamer, een aantal dat alleen bij de Kamerverkiezingen van vorig jaar benaderd is. De NMP werd direct zo verscheurd door interne conflicten dat ze een jaar later al weer uit de Kamer was verdwenen.

Het AOV profiteerde van de stemming tegen de regeringspartijen, waar ook VVD en D66 van hebben geprofiteerd. En het AOV profiteerde van de al jarenlange durende bezuinigingen, waardoor de AOW een bindend thema werd. Maar gevaar dreigt, aldus Koole. “Het thema ouderen is nog niet ingebed in een bredere visie op de verzorgingsstaat. Dat lijkt me ook heel moeilijk. Bovendien wijkt het AOV dan niet meer zoveel af van de gevestigde partijen die evenzeer worstelen met de AOW.”

In Nederland is het makkelijker dan in andere landen om door te dringen tot de politieke arena. Zodra de kiesdrempel wordt gehaald, komt de partij in ieder geval met een zetel in de Kamer. Weliswaar zit in Duitsland een 'single-issue' partij stevig in het zadel, de Groenen, wat in Nederland blijkbaar niet kan. Koole: “We hebben hier nooit een partij gehad die zich uitsluitend richtte op het milieu. Dat komt omdat de grote partijen heel snel dat thema overnamen. In Duitsland werd het thema milieu structureel genegeerd. De partijen voelden ook geen dreiging, omdat er een grotere drempel is voor nieuwe partijen. Daardoor konden de Groenen zich vestigen.”

Toch zullen ook in Nederland steeds partijen met een specifiek thema mee blijven doen bij de verkiezingen. En daar af en toe een succesje mee boeken. “Steeds zullen partijen tijdelijk op een bepaald thema kunnen scoren. Of ze vormen zich daarna om tot een brede partij, of ze blijven single-issue en verdwijnen geruisloos naar de achtergrond.”

Voor het AOV ziet Koole het laatste scenario weggelegd. “De komende jaren zal voor de partij aan de rand nog wel een plaatsje blijven, omdat het thema nog even op de agenda zal staan, maar niet met het zeteltal dat ze nu hebben. Het zal een marginale partij worden. Of een partij die aan interne strubbelingen ten onder gaat.”