Ministers eisen hardere aanpak corruptie politie

DEN HAAG, 14 APRIL. De politiekorpsen moeten in opdracht van de ministers Dijkstal (binnenlandse zaken) en Sorgdrager (justitie) meer maatregelen nemen om corruptie door politie-ambtenaren te voorkomen.

Beide bewindslieden hebben daarover onlangs afspraken gemaakt met de korpsbeheerders, de hoofdofficieren van justitie en de hoofdcommissarissen van politie.

De politiekorpsen dienen een inventarisatie te maken van kwetsbare functies en plaatsen in de eigen organisatie. Dit kan er onder meer toe leiden dat minister Dijkstal de mogelijkheden voor de screening van politiepersoneel verruimt, zo maakte hij gisteren bekend. De afspraken zijn gemaakt mede naar aanleiding van rapportages die de korpsen over de integriteit van de politie hebben opgesteld.

Gisteren werd ook bekend dat de rijksrecherche een strafrechtelijk onderzoek is begonnen naar de activiteiten van twee medewerkers van het bureau verbindingen van de Rotterdamse politie. De politiefunctionarissen die onder meer surveillance-apparatuur beheerden voor opsporingsonderzoek, worden verdacht van financiële malversaties. De mannen zijn eind vorig jaar geschorst, in afwachting van de resultaten van het onderzoek.

De beide ministers hebben de korpsen in een circulaire gesuggereerd om nevenfuncties die raakvlakken hebben met hun werk bij politie vrijwillig te melden. Elk korps krijgt de mogelijkheid onderzoek te doen om te voorkomen dat politiemensen de fout in gaan. Binnen het korps kan ook onderzoek worden gedaan naar “feitelijke normschendingen”, aldus Dijkstal.

De overheid zal geen gedragscode aan de politie opleggen, aldus de minister. Hij is van oordeel dat de discussie over een gedragscode en “een proces van bewustwording en beïnvloeding” meer effect en invloed hebben dan het van bovenaf vaststellen van een gedragscode. De ontwikkeling van een code dient volgens Dijkstal in het verlengde te liggen, of in elk geval recht te doen aan de discussie over de integriteit die op dit moment in sommige korpsen al wordt gevoerd. Wel vindt de minister bij het formuleren van een code “enige uniformiteit” noodzakelijk, “omdat het niet zo kan zijn dat de politiekorpsen onderling een verschillend normen- en waardenpatroon vastleggen”.

Dijkstal wijst er op dat ook functieroulatie en mentorschap een bijdrage kunnen leveren aan het voorkomen van inbreuken op de integriteit. Dit zou volgens hem onderdeel moeten uitmaken van het personeelsbeleid.