Jeroen Brouwers

Jeroen Brouwers: Adolf & Eva & de Dood. Uitg. De Arbeiderspers, 156 blz. Prijs ƒ 29,90.

'Voor iedereen die heeft gezworen nooit meer een boek over Hitler te lezen', zegt de achterflap van Adolf & Eva & de Dood van Jeroen Brouwers, alsof nu eindelijk het laatste woord over de Führer zal klinken waar de lezer, zwerend en wel, al nauwelijks meer hoop op had. Dat loopt wel los. De eerste twee van de vier hier afgedrukte stukken, over Hitlers geboortedorp en over zijn 'voorafbeeldingen' in moordenaars uit de Weimar-republiek, verschenen al in eerdere Brouwers-bundels en het derde, over Hitlers hoffotograaf Heinrich Hoffmann, graaft niet al te diep. Pas in het titelstuk, het laatste en het langste, begint er iets te vonken.

Hitler, zegt Brouwers daar, aangekomen bij zijn oude passie voor de zelfmoordkunde, had van kind af aan de houding van de zelfmoordenaar. 'Telkens leek het alsof hij allereerst naar de muur zocht om met zijn rug tegenaan te gaan staan', met een citaat van Joachim Fest, 'om daarna de toch al te hoge inzet nog eens te verdubbelen.' Dat maakte hem aanlokkelijk voor vrouwen die ook zelf suïcidale trekken hadden, van zijn eerste meisjes tot zijn 'bruid-voor-een-nacht' Eva Braun aan toe. Brouwers loopt die levens langs met minutieuze aandacht voor hun liefdeblijken - en natuurlijk, hij zou Brouwers niet zijn, die ronkende machinerie van metaforen, als hij in het rijtje vrouwen op het laatst niet ook de ware bruid van de Führer op zou nemen, gezellin in zijn Liebestod: het Derde Rijk.