Indonesië: ziener wekt woede moslims en regime op

JAKARTA, 14 APRIL. Voor de zetel van de procureur-generaal in Jakarta-Zuid posten tientallen jonge mensen, onder wie een paar vrouwen in jilbab, de Indonesische variant van de sluier. Ze dragen borden met grimmige leuzen: 'Islam - mijn godsdienst, Mohammed - mijn profeet, Soeharto - mijn leider, Permadi - mijn vijand'; 'Zelfs de doodstraf kan ons geen genoegdoening geven' en 'De islam zal je tot in je graf achtervolgen'. Het doelwit van hun woede, de Javaanse paragnost Permadi, heeft intussen zijn toevlucht gezocht in het landelijke hoofdkwartier van de politie.

Permadi Satrio Wiwoho (54) is meester in de rechten, voorzitter van de Stichting voor Kosmische Parapsychologie en bewonderaar van wijlen president Soekarno. Op zijn visitekaartje staat 'spreekbuis van Bung (kameraad) Karno'. Hij gaat altijd in het zwart gekleed en zijn identiteitsbewijs vermeldt achter 'godsdienst': kejawen, javanist.

Die levensbeschouwing geldt in Indonesië niet als officieel erkende religie, maar wordt vanwege zijn brede aanhang door de overheid geduld. Javanisten paren geloof in God aan de verering van natuurkrachten en personages uit het Hindoe-pantheon. Ze doen aan vasten en meditatie ter verwerving van kracht en inzicht, bestuderen de wajang-verhalen als bron van moraal en de kwaadwilligen onder hen bedrijven zwarte magie.

Permadi's politiek getinte voorspellingen, die overigens zelden uitkomen, gelden al jaren als vaste nieuwjaarsattractie. Hij is een gewilde gast bij seminars en forumdiscussies, want hij is een van de weinige Indonesiërs die in het openbaar nooit een blad voor de mond nemen.

Begin maart gaf luitenant-generaal Soeyono, de militaire commandant van Midden-Java, een verklaring aan de pers. Zijn inlichtingendienst had de hand gelegd op een geluidscassette waarop een vraaggesprek staat met Permadi. Daarin zou de ziener Soeyono voor 'onbetrouwbaar' hebben uitgemaakt. Het vraaggesprek werd op 5 maart 1994 opgenomen in de studio van Radio Unisi, een zender van de Universitas Islam Indonesia in Yogyakarta. Op 7 maart zond het station een gekuiste versie uit, maar niet lang daarna kwam de cassette met de volledige, ongemonteerde bandopname in omloop.

Tijdens het gesprek voorspelt Permadi dat de opvolging van president Soeharto zal plaatshebben vóór 1998, het jaar waarin zijn zesde ambtstermijn afloopt. Dat maakt de ziener op uit de stand van Saturnus en Neptunus. Sinds de twee hemellichamen op één lijn staan met de zon, zegt Permadi, zijn de Sovjet-Unie, Joegoslavië en Tsjechoslowakije uiteengevallen en ook Indonesië zal niet buiten schot blijven. Hij voorziet een voortijdige machtsoverdracht, “niet later dan 1995”, en acht het 'heel goed mogelijk' dat Soeharto wordt opgevolgd door mevrouw Megawati Soekarnoputeri.

Deze dochter van Soekarno is voorzitter van de min of meer oppositionele Democratische Partij van Indonesië (PDI). Toen een tumultueus PDI-congres Megawati in december 1993 tegen de zin van de regering als leider koos, beweerde generaal Soeyono dat partijvoorzitters een cursus moeten hebben gevolgd aan het Nationale Defensie Instituut. Door de interviewer geconfronteerd met die uitspraak, zei Permadi: “De mensen moeten niet alles geloven wat de militaire commandant zegt.”

Soeyono repte van 'opruiing' en maande de bevolking van Midden-Java tot 'waakzaamheid'. Het was niet helemaal duidelijk wat de generaal het meest dwars zat, de ondermijning van zijn gezag als commandant of de voorspelling van ophanden zijnde politieke onrust.

Op 15 maart werd de paragnost vijf uur lang ondervraagd in het hoofdkwartier van de procureur-generaal in Jakarta. “Ik ben me van geen kwaad bewust', zei hij na afloop, “maar ik ben bereid me voor de rechter te verantwoorden”. Het openbaar ministerie wilde bevestigen noch ontkennen dat er sprake is van een strafbaar feit.

Daarna nam de affaire-Permadi een onverwachte wending. Op donderdagavond 16 maart stuurde dr. M. Din Syamsuddin, directeur van het wetenschappelijk bureau van regeringspartij Golkar, een brief van drie kantjes naar de pers. Din zei in het bezit te zijn van een andere bandopname, gemaakt tijdens een besloten seminar aan de Gajah Mada Universiteit, eveneens in Yogyakarta, op 28 april 1994. Bij die gelegenheid zou Permadi de profeet Mohammed voor een dictator hebben uitgemaakt.

Deze beschuldiging maakte een kettingreactie los. De volgende dag verklaarde Hasan Basri, voorzitter van de door de regering geïnstalleerde Raad van Islamitische Schriftgeleerden, dat Permadi “het islamitische geloof heeft belasterd” en vroeg de overheid om gerechtelijke stappen tegen de ziener. In regeringsgezinde moslim-kringen werd Permadi vergeleken met Salman Rushdie.

Dat weekeinde werd het huis van de paragnost in Jakarta belegerd door woedende moslim-jongeren; 'Hang Permadi op', riepen ze. Op zondag 19 maart stelde de zondebok zich onder bescherming van het openbare ministerie, waar hij opnieuw werd ondervraagd. Toen hij vernam dat er voor zijn huis nog steeds gedemonstreerd werd, besloot hij in het kantoor te overnachten. De volgende dag werd hij overgebracht naar het landelijke hoofdkwartier van de politie.

Procureur-generaal Singgih heeft de gewraakte cassettes “bedreigend voor de openbare orde” genoemd en verdere verspreiding verboden. Particuliere radiostations wordt voortaan verboden politiek in hun uitzendingen te doen. Permadi wordt volgens de politie verdacht van overtreding van artikel 156a van het Wetboek van Strafrecht. Dat stelt een gevangenisstraf van vijf jaar op “opzettelijke openbare uitingen of handelingen die vijandig zijn jegens, misbruik maken van of kwetsend zijn voor een van de in Indonesië aangehangen godsdiensten”.

Permadi is verdachte, maar hij is nog steeds niet in staat van beschuldiging gesteld. Hij bevindt zich ook niet in hechtenis; zijn verblijf in het politiehoofdkwartier zou voor zijn eigen bescherming zijn. Hij moet hangen, maar zo eenvoudig is dat kennelijk niet.

Wat heeft Permadi eigenlijk gezegd in Yogya? De cassette geeft uitsluitsel. Het seminar, belegd door studenten sociaal-politieke wetenschappen, had als thema 'Het instituut staatshoofd'. De forumleden bespraken het relatieve gewicht van de staatsvorm en de persoon van de leider. Permadi betoogde dat hij meer belang hechtte “aan het personage dan aan het stelsel. Democratieën kunnen mank gaan aan zwak leiderschap en omgekeerd kunnen volken baat hebben bij verlichte dictators. Neem Mohammed in zijn tijd. In zekere zin was hij een dictator, net als de paus, maar zolang een dictator optreedt voor het welzijn van het volk, is hij acceptabel. Het probleem met Mohammed is dat er in zijn tijd nog geen sprake was van een rechtvaardige en welvarende samenleving, want in die dagen was het niets dan moord en doodslag. Mohammed was louter een succes als religieuze leider.”

Andere forumleden, onder wie de jurist en activist voor de mensenrechten Adnan Buyung Nasution, zagen hierin niets lasterlijks of beledigends. Nasution: “Ik ben zelf moslim. Als hij de profeet had beledigd, had ik heus mijn mond niet gehouden.” Conclusie: er wordt een politiek spel gespeeld met de islam. De nog steeds licht ontvlambare geloofsgemeenschap wordt op de been gebracht tegen een politieke zondaar.

De felste protesten tegen Permadi's vermeende blasfemie zijn afkomstig uit Muhammadiyah. Deze islamitische beweging heeft vooral aanhangers in de steden, vertoont puriteinse trekjes en heeft grote moeite met de geloofsbeleving op het Javaanse platteland. Daar leven pre-islamitische tradities voort, zoekt men contact met de zielen van overledenen en worden rituele maaltijden aangericht met Koran-reciet ter verdrijving van boze geesten. Het javanisme van Permadi wordt in het Muhammadiyah-milieu gezien als een bron van veelgoderij. Din Syamsuddin, de Golkar-leider die Permadi van blasfemie betichtte, is een voormalige voorzitter van de Muhammadiyah-jeugd en kent zijn pappenheimers.

Abdurrahman Wahid, voorzitter van de moslim-organisatie Nahdlatul Ulama (NU), die zijn miljoenenaanhang vooral in de dorpen telt, zegt niets blasfemisch te zien in Permadi's uitlatingen. “Hij heeft geen probleem met de islam, maar met de autoriteiten”, aldus Wahid.

Permadi's zonden zijn van politieke aard, dat blijkt wel uit de gewraakte cassettes. Hij suggereert dat het anticommunistische Golkar erger is dan de in 1966 geliquideerde communistische partij (“dwong de PKI mensen soms om lid te worden?”) en beweert dat het departement van godsdienst, dat het alleenrecht heeft op organisatie van de jaarlijkse grote bedevaart naar Mekka, de pelgrims geld afhandig maakt. Zowel Golkar-voorzitter Harmoko als de minister van godsdienst heeft gerechtelijke stappen aangekondigd tegen Permadi.

De grootste ketterij beging de 'ziener' echter jegens het staatshoofd zelf. Luitenant-generaal Soeyono, de man die Permadi's 'opruiing' wereldkundig maakte, is een voormalige adjudant van de president. Dat Permadi voor de zoveelste maal Soeharto's aftreden aankondigt, laat de eerste man waarschijnlijk koud. Veel erger is dat Permadi de president, die zich de laatste jaren laat kennen als vrome moslim, van een andere kant laat zien. Het is een door de media zorgvuldig bewaard en toch publiek geheim dat de Javaan Soeharto regelmatig een beroep doet op zieners en traditionele genezers. Niet de minste Indonesiërs beweren dat de president een beoefenaar is van de Javaanse mystiek en beschikt over ilmu, esoterische kennis. Permadi hield de studenten in Yogya voor: “Weten jullie waarom je de kejawen moet bestuderen? Omdat Soeharto ook een javanist is. Deze kennis is nodig om te kunnen anticiperen op degenen die hem misbruiken.”

Via zijn advocaten heeft de paragnost intussen openlijk vergiffenis gevraagd, zowel aan de Indonesische moslims als aan de president. De ware islamiet mag geen vergeving weigeren, het is dus afwachten wat Soeharto doet.