Het is goed dat het lijdensverhaal elk jaar opnieuw verteld wordt; Tot tranen toe getroost

Deze dagen zijn er talloze uitvoeringen van de Matthäus en Johannes Passion van Bach. Niet alleen in de kerk, maar ook in het concertgebouw laten velen zich meevoeren door het verhaal en de muziek, of ze nu wel of niet iets met het geloof hebben, want wie oren heeft om te horen raakt onder de droevige bekoring van de tragedie: Goede Vrijdag, de dag waarop Jezus stierf aan het kruis en in zijn graf gelegd werd.

Zijn dood vormt het slot van de 'Stille' Week, zoals die in de kerkelijke traditie genoemd wordt, de laatste week van de Veertigdagentijd. Veertig dagen terug was het Aswoensdag; het carnaval met al zijn uitbundigheid was afgelopen, een sobere periode van inkeer begon, de vastentijd, een voorbereidingstijd. Vele gelovigen eten in deze periode geen vlees, drinken geen alcohol of vasten op andere manieren en maken zich zo innerlijk op voor de dingen die komen gaan. Ze volgen Jezus als het ware op zijn lijdensweg, zoals die in de evangeliën opgetekend staat. Al tweeduizend jaar gaat dit verhaal van lijden en dood mee, of liever, gaan de gelovigen, door het verhaal meegezogen, mee: over de Via Dolorosa, langs de staties van de kruisweg en uiteindelijk worden ze stilzwijgende toeschouwers op Golgotha. Men laat zich meeslepen en ontroeren, door het beeld van de wenende Maria, van de gemartelde Jezus die roepend bezwijkt aan zijn kruis, de figuur van Jozef van Arimathea, die vol piëteit de dode Jezus neerlegt in zijn graf. Elk jaar weer komt het terug, dit drama, en zo is het goed. Net zoals het heel goed is dat Kerstmis elk jaar weerom komt en Pinksteren, we kunnen niet goed zonder, ook al laat het zich slechts moeizaam duidelijk maken waarom. Het is denk ik de tragiek van deze geschiedenis die zich naadloos verweeft met de tragiek uit onze eigen levensgeschiedenis, waarin verschrikkelijke dingen gebeuren, die eigenlijk niemand zo gewild heeft; dat de dingen gaan zoals ze gaan en machteloos staan we erbij en kijken ernaar: de dood van een onschuldige, de ondergang van een mens van goede wil. Het is het eigen verdriet dat zich vermengt met het verdriet van de huilende vrouwen onder het kruis. Verdriet, ja om wat of wie; om een gestorven geliefde misschien, om een verloren kind, om je scheefgegroeide leven dat zo anders uitpakte dan je gedroomd had. Het is ons lijden aan het leven, omdat het is zoals het bij tijden is: lelijk, kil, boosaardig, tevergeefs. Rouw om je eigen aandeel in het kwaad: schuld, angst, lafheid. Weemoed naar verloren gegane onschuld, wanneer is die zoekgeraakt? Of is het meer nog een oud en naamloos verlangen dat in tranen wil worden getroost of tot tranen wil worden bewogen: 'Erbarme dich'.

Het is heel goed dat dit lijdensverhaal er is, dat er een Matthäus Passion is. Dat geeft ons de mogelijkheid om weer eens heilzaam te huilen om van alles, en om getroost te worden. Want onze tranen van die vreemde ontroering wassen ons voor even schoon, even is onze ziel weer zuiver en helder, als voor de zondeval.

Goede Vrijdag. 'Wir setzen uns mit Tränen nieder'.