Het haar wordt dunner en de zon dooft uit; Vaart en zwarte humor in nieuwe roman Martin Amis

Martin Amis: The Information. Uitg. Flamingo, 494 blz. Prijs ƒ 37,35. De Nederlandse vert. van Gerrit de Blaauw verschijnt dit voorjaar bij uitg. Contact.

Het had een verhaal van Kingsley Amis kunnen zijn; twee boezemvrienden, beiden schrijvers, waarvan er een plotseling een onvoorstelbaar, literair onverdiend succes beleeft en de ander, de serieuze modernist, op hardhandige wraak zint. Martin Amis' grote nieuwe roman, The Information, leunt zwaar op deze komische intrige, die - zo samengevat - even Engels als klassiek aandoet. Richard Tull, auteur van twee onleesbaar moeilijke romans en nog een dozijn ongepubliceerde manuscripten (en tegenwoordig vooral recensent van brave, baksteendikke biografieën), moet aanzien hoe zijn vriend Gwyn Barry de wereld verovert met de suikerzoete utopische roman Amelior (en nog later met het vervolg, Amelior Regained). Terwijl Barry's carrière een meteoritische vlucht neemt, wordt Tull geen vernedering bespaart: zijn laatste roman, een modernistisch monstrum getiteld Untitled, belandt bij een obscuur Amerikaans uitgeverijtje en laat bij zijn handvol lezers slechts een spoor van spontane oogaandoeningen achter.

Halverwege The Information is Tull door geldnood gedwongen zijn vriend te begeleiden tijdens een Amerikaanse promotietournee om de bestseller-auteur voor een blad te portretteren, wat hem weer een paar nieuwe vernederingen oplevert. Terug in Engeland wordt hij geconfronteerd met de gevolgen van zijn plan om zijn vriend lichamelijk uit te schakelen door middel van een stel absurde criminelen. Als dat misloopt, zoals alles misloopt, bedenkt hij op de valreep nog even gauw een plagiaat-affaire om Barry's reputatie te vernietigen. De gevolgen zijn desastreus - voor Richard Tull. En dan is er nog seks natuurlijk. En overspel.

Zo samengevat, schrijf ik, maar Amis laat zich niet samenvatten. The Information wil niet naverteld worden. Het verhaal is niet meer dan een lijntje in een roman van bijna vijfhonderd bladzijden, een dunne, tragikomische rode draad in een werk dat naar alle kanten uitwaaiert - tot in alle hoeken van de Engelse taal, tot ver onder de maatschappelijke laag waarin de personages zich bewegen, en ook tot ver erboven - tot in de verste uithoeken van het universum. Want was het in London Fields, Amis' vorige grote roman uit 1989, nog de stervende planeet Aarde die achter de grootstedelijke vertelling opdoemde, in The Information onderstreept de schrijver de nietigheid van zijn personages door ze achteloos in de context van het universum te plaatsen.

Diep vernederd

Naarmate onze kennis van het heelal groter is geworden, stelt Amis, is de menselijke waardigheid evenredig afgenomen. Dat besef wordt weerspiegeld in de geschiedenis van de literatuur. Het diep vernederde personage Richard Tull loopt met een idee rond voor een boek dat The History of Increasing Humiliation zal moeten heten (en dat vanzelfsprekend ongeschreven zal blijven): 'Literature, Richard said, describes a descent. First, Gods. Then demigods. The epic became tragedy: failed kings, failed heroes. Then the gentry. Then the middle class and its mercantile dreams. Then it was about you (-): social realism. Then it was about them: lowlife. Villains. The ironic age. And he was saying, Richard was saying: now what? Literature, for a while, can be about us (nodding resignedley at Gwyn): about writers. But that won't last long. How do we bust clear of all this?'

Die laatste vraag gaat niet alleen over de literatuur. The Information is doortrokken van een midlife-crisis die allesomvattend is. De informatie die Richard Tull 's nachts krijgt ingefluisterd is het besef van de dood, de wetenschap dat er meer achter hem ligt dan in het verschiet. Maar hij is niet de enige die van zijn eigen eindigheid doordrongen raakt. Iedereen en alles in de roman krijgt dezelfde verschrikkelijke informatie voorgeschoteld: de samenleving, de literaire wereld, het zonnestelsel, Martin Amis zelf. De huidschilfers die 's ochtends in bed achterblijven, het onafwendbare uitdoven van de zon, alles wijst op verval en dood.

Amis' zwarte humor is apocalyptisch, zijn leedvermaak heeft kosmische dimensies, zijn befaamde hyperventilerende stijl laat de woorden naar adem snakken. Maar The Information is geen groteske allegorie over de doodsdrift in onze cultuur, zoals London Fields. De pijn van Richard Tull, die de veertig gepasseerd is en alles kwijt raakt - zijn haar, zijn schrijverschap, zijn huwelijk - is persoonlijk; alleen de context die Amis zijn tragikomedie geeft is oneindig veel groter dan die van de doorsnee Engelse schrijver op een moeilijke leeftijd.

De twee rivaliserende auteurs in The Information kunnen gezien worden als pijnlijke uitvergrotingen van de schrijver zelf. Net als Richard Tull is Amis erfgenaam van de late modernisten - zijn grote voorbeelden zijn Bellow en Nabokov - net als Gwyn Barry schrijft hij internationale bestsellers en is hij als geen ander vertrouwd met het op hol geslagen literaire marktmechanisme (zelfs Gwyn Barry zal geen voorschot van een half miljoen pond opstrijken, zoals Amis in werkelijkheid voor The Information heeft gedaan, tot ontzetting van de Engelse literaire wereld). Amis' schrijverschap beweegt zich ook nu op het scherp van de snede; Tulls modernisme blijkt te bestaan uit doodse, in zichzelf gestikte gekunsteldheid, en Barry's zogenaamd radicale nieuwe eenvoud - Amelior gaat over een utopische commune-achtige gemeenschap die slaagt - bestaat uit de onvervalste knusheid van iemand die in zijn boeken zijn lezers behaagt door het leven te vervalsen en de wereld te versimpelen.

Uitweiden en uitvergroten, daarin schuilt Amis' fenomenale talent. In The Information doet hij dat zoals geen enkele andere Engelse schrijver kan ('Junk novels were sold in airports. People in airports bought and read junk novels. Junk novels were about people in airports (-) Some junk novels were all about airports. Some junk novels were even called things like Airport. Why, then, you might ask, was there no airport called Junk Novel?'). Sterker nog, hij doet dat zo briljant, in zo'n eindeloos inventieve stijl, dat je bijna niet zou opmerken dat de roman zelf ook in de greep van de crisis verkeert die erin beschreven wordt. Hoe manisch alles in deze roman ook beweegt - de personages, de taal - in het hart van The Information staat alles stil.

Publiciteitstournee

Dat valt het meest op in het gedeelte waarin Amis de met zoveel vaart ingezette intrige plotseling helemaal uit het zicht laat verdwijnen: in de veel te lang uitgesponnen passage over de Amerikaanse publiciteitstournee, waarin alles wat duidelijk was nog eens benadrukt wordt, en nog eens, en de lezer over geen van de personages iets nieuws krijgt meegedeeld. In dat deel komen dan ineens de beperkingen van Amis' methode van de opeenstapeling aan het licht: het innerlijk leven van zijn personages blijft in wezen statisch. Dat het verhaal in het laatste deel plotseling nog in een stroomversnelling raakt en alle eindjes razendsnel aan elkaar worden geknoopt, heeft dan voornamelijk nog de uitwerking van een effect. Richard Tull krijgt een oneindige reeks vernederingen te verduren, Amis gebruikt hem vijfhonderd bladzijden lang als een soort hilarische boksbal, maar aan het einde heb je niet echt het gevoel dat hij ook iets ondergaan heeft; er zitten enkel een heleboel gigantische deuken in zijn persoonlijkheid. Dat is komisch, maar niet echt tragisch.

Amis heeft een begrijpelijke afkeer van het al te knusse psychologische realisme dat de beslommeringen van één personage - een gefnuikt schrijverschap, rivaliteit, impotentie, de pijn van het ouder worden, vreugdeloos overspel - klakkeloos centraal stelt in een besloten, overzichtelijke wereld, en dus in wezen onrealistisch is. Amis sluit zich niet op in zijn personages, maar confronteert hen met een op hol geslagen, chaotisch universum en vergroot hun tekort en ongeluk uit tot kosmische proporties. Maar in The Information verhindert het dat Richard Tull nog zoiets als een persoonlijkheid krijgt. En dat is lastig als je een persoonlijke crisis wilt beschrijven. Alleen in de passages waarin Tulls jonge zoontjes, een tweeling, een rol spelen, krijgt zijn pijn onverwachts reliëf.

Die statische kern maakt Amis' roman uiteindelijk minder ontzagwekkend dan de eerste paar honderd bladzijden beloofden. Maar er blijft zoveel over. Ik ken geen Engelse schrijver die in zijn romans zulke onmogelijk grote uitdagingen aangaat als Amis, die zo hysterisch grappig kan zijn ook. Ook ken ik geen hedendaagse schrijver die met taal zoveel nieuw weet te maken - niet in de laatste plaats de taal zelf.