Günther Fritz; We slapen weer wat rustiger

De 56-jarige Günther Fritz, elektrotechnicus en medewerker van het onder de divisie Consumer Electronics vallende Overseas Service Department, noemt zich na een dienstverband van 38 jaar 'een echte Philips-man'. Hoewel hij bij reorganisaties sinds begin 1990 tot twee keer op de schopstoel zat, bleef hij bij het concern in dienst. Zijn doorzettingsvermogen, denkt hij, heeft hem gered van de Bijstand. “Vanaf het moment dat de reorganisaties begonnen, heb ik gezegd: ik wil niet weg. Als je dat maar overtuigend genoeg uitdraagt, lukt het.”

Hij is nu, nadat begin 1994 zijn afdeling Overseas Support in Veldhoven werd opgeheven, werkzaam in Eindhoven. Eigenlijk had Philips hem bij die gelegenheid voor de derde keer aan de kant willen zetten, maar, aldus Fritz, “mijn functie verviel bij die sluiting niet, dus ben ik niet ingegaan op het aanbod om gebruik te maken van de vervroegde uittredingsregeling.”

Thuis in Veldhoven halen hij en zijn vrouw herinneringen op aan de turbulente tijden die achter hen liggen. Men mag bij Fritz, een opgewekt en optimistisch mens, gerust spreken van een rijk Philips-verleden. Op zijn achttiende jaar trad hij in dienst bij de vestiging in zijn geboortestad Wenen. In 1965 verhuisde hij naar Nederland. Hij had standplaatsen in Tanzania, Egypte en Libië.

Terwijl in 1990 het grootste deel van de boedel nog stond opgeslagen in de garage om te worden verscheept naar dat laatste land, kwam vanuit Eindhoven het bericht dat hij onverwijld naar Nederland diende terug te komen. Bij zijn afdeling in Veldhoven zouden bij de eerste reorganisatie, in 1991, zestig van de 180 functies vervallen. Ook die van Fritz.

Mevrouw Fritz: “Het bericht kwam op onze trouwdag, een leuk cadeautje dus. Onze wereld stortte in.”

Fritz liet het er niet bij zitten. Op advies van zijn vakorganisatie, de Vereniging van Hoger Philips Personeel, schreef hij Philips dat hij zich niet bij zijn ontslag neerlegde. Hij wees daarbij op de in het sociaal plan opgenomen intentie dat men werknemers van 50 tot 55 jaar zoveel mogelijk zou ontzien.

Begin 1991 kwam toch de ontslagaanvrage van het Arbeidsbureau. Maar vlak voordat het echtpaar in de zomer van dat jaar naar Zuid-Afrika wilde gaan, waar een oud-collega hem werk in het vooruitzicht had gesteld bij een fabriek voor autoradio's, deelde zijn baas hem mee: “Ik heb een baan voor je.” Hij kon gaan werken op de afdeling logistieke automatisering in Veldhoven. “Ik sprong een gat in de lucht. Ik was blij dat ik bij Philips weer een stoel had, dat je weer ging meetellen, dat men weer tegen je sprak als een van de hunnen.”

De vreugde was van korte duur. In maart 1992 had in Veldhoven een tweede reorganisatie plaats. Van de overgebleven 120 functies moesten er nog eens 40 verdwijnen, ook die van Fritz. “Toen begon de hele kermis opnieuw. Weer een verweerschrift, weer inschakeling van mijn vakorganisatie maar ook weer dat zelfde gevoel dat ik zou blijven vechten. Want ik wilde niet bij Philips weg.”

Mevrouw Fritz: “Philips was in ons leven zo dominant geweest. Het vooruitzicht dat we uiteindelijk in de Bijstand zouden komen, schrok ons af.”

In juli kwam het verlossende gesprek met de baas. “Hij had werk voor me bij Overseas Service Department.”

Zeker weten doet hij het niet, maar Fritz denkt dat zijn hardnekkigheid hem bij het concern heeft gehouden. “Doordouwen, regelmatig verschijnen op de door Philips georganiseerde sollicitatie- en gespreksclubs, gewoon laten zien dat je permanent bezig bent met het probleem, goede wil tonen om aan het werk te blijven. Dat maakte, denk ik, toch wel indruk.”

Fritz merkt bij Philips, sinds Jan Timmer de operatie Centurion op gang bracht, een mentaliteitsverandering bij de meerderheid van de medewerkers. “Timmer heeft heel goed werk gedaan. Hij blijft hameren op het feit dat we het van de business moeten hebben, van produkten van hoge kwaliteit, en dat de klant koning is. Mijn vrouw en ik slapen tegenwoordig wat rustiger. Maar of we echt gerust zijn, dat is een andere vraag. Philips is niet meer die Bibelebonse Berg, die verzekering voor het leven. Daarom mogen we ook niet rusten. De schouders moeten eronder, we mogen niet weer vervallen in onze zelfgenoegzaamheid.”