Franse hulp voor 'ontspoorde' verslaafden in Rotterdam

Een speciaal opvangcentrum voor Franse drugsverslaafden in Rotterdam moet de overlast in de binnenstad verlichten. Uiterlijk in juni moeten de poorten open. Met Frans geld, en Franse hulpverleners.

ROTTERDAM, 14 APRIL. Op de overvolle arrestantenafdeling van 'het zwembad', zoals het hoofdbureau van de Rotterdamse politie wordt genoemd, propt Autilla (29) haar schamele bezittingen in een vuilniszak. Het Franse heroïnehoertje werd een week eerder opgevist uit het water onder de Maasbrug. Hoe ze daar was beland herinnert ze zich niet meer. Een shot en een handjevol pillen “tegen de heimwee” hadden haar wereld vertroebeld.

Het exacte aantal Franse verslaafden in Rotterdam is volgens de politie onmogelijk aan te geven. Maar alleen het bureau Marconiplein in Rotterdam-west telt wekelijks al zeker twintig arrestanten van Franse afkomst. Steevast zijn drugs de aanleiding.

De Franse consul in Nederland, J. Thébaud, heeft de problemen de afgelopen jaren flink de pan uit zien rijzen. “Vorige winter overleden in Nederland zeker vierentwintig Franse drugsverslaafden aan een overdosis - twee keer zoveel als het jaar daarvoor. Dat is een tiende van het totale aantal drugsdoden in Frankrijk.” Vrijwel altijd was het eindstation Rotterdam. “Doe er iets aan”, was de reactie van de Franse overheid. Zonder structurele beleidswijzigingen aan Franse zijde lijken zijn inspanningen echter weinig effectief. Thébaud: “Onze mogelijkheden beperken zich tot het opsporen van mensen-in-moeilijkheden en hen adviseren terug naar huis te gaan. Maar voor hun problemen is dat geen oplossing. Ze zitten niet voor niets hìer, en niet daar.”

Een speciaal opvangcentrum voor Franse verslaafden in Nederland moet leiden tot enige verlichting van de trieste status quo. In samenwerking met het consulaat streeft het Franse drugsinformatiecentrum Association pour l'Information sur les Drogues (A.I.D.E.) ernaar in juni in Rotterdam de poorten van een 'Antenne' te openen. Met Frans geld, en met Franse hulpverleners. “Het centrum richt zich op het verschaffen van een aide-de-base,” zegt A. Last-Dumoulin, belast met de sociale zaken van het consulaat. “Een plek waar ontspoorde Fransen even op adem kunnen komen, om vandaaruit een terugkeer bespreekbaar te maken.”

De plannen zijn zo goed als rond. De betrokken instanties, zowel de Nederlandse als de Franse, zijn akkoord. Er is overeenkomst bereikt met reclassering en justitie in Frankrijk. De laatste struikelblok is vooral van financiële aard. Het grootste deel van het geld moet bij het Franse ministerie van buitenlandse zaken vandaan komen. Directeur van de A.I.D.E., dr. M. Bayer: “Het belang van goede hulpverlening dringt steeds verder door binnen de Franse politiek. Het is afwachten of de mentaliteit zodanig is veranderd dat zij het project ook financieel wil ondersteunen.”

In vergelijking met Nederland staat in Frankrijk de drugsopvang nog in de kinderschoenen. Het land telt momenteel twaalf afkickcentra. Pas sinds kort mag het 'hulpmiddel' methadon op beperkte schaal aan afkickende verslaafden worden verstrekt. De zware straffen op drugsgebruik maken de drempel tot het zoeken van hulp extra hoog. Verslaafden wijken uit naar Nederland, dat met zijn goedkope drugs en tolerante klimaat een uitkomst lijkt.

“Een logisch gevolg van het Franse beleid”, meent dr. R. Brichet, psycholoog bij de A.I.D.E. te Lille. Hij komt wekelijks naar de Pauluskerk, in de hoop er Franse drop-outs te treffen. “Meestal realiseert een verslaafde zich pas als hij eenmaal in Nederland is, dat het ook hier geen paradijs is. De cultuurkloof en de eenzaamheid leiden in negentig procent van de gevallen tot steeds excessiever drugsgebruik. Met alle gevolgen van dien.”

Het opvangcentrum moet veel aandacht besteden aan de opbouw van een vertrouwensband, vindt Brichet. “Voor afkicken of uitgebreide analyses is het centrum niet bedoeld. Onze taak beperkt zich tot socialisatie en reïntegratie in het eigen land. De rest moet dààr gebeuren. Want Frankrijk hoort zijn uitgespuwde probleemgevallen niet aan de Nederlandse samenleving over te laten.”

Verslaafde Autilla kan met Brichet mee terug naar Frankrijk. Hij heeft een plek voor haar kunnen bemachtigen op een gesloten afdeling van een psychiatrische inrichting. Afkicken via de zogenaamde cold-turkeymethode: geen methadon, geen medicijnen. Maar Autilla is gemotiveerd genoeg, volgens de psycholoog. Het alternatief, een gedwongen uitzetting, heeft ze al eens meegemaakt. Als een hoopje ellende in Parijs, zonder geld, onderdak of dope. Nog geen twee dagen later was ze weer terug in Rotterdam.

'Revenir par la fenêtre' heet dit verschijnsel bij het Franse consulaat. Last-Dumoulin: “Als verslaafden in het eigen land nergens heen kunnen, rest hen vaak geen andere keus. Wij kunnen mensen best op de trein zetten, maar een geslaagde repatriëring houdt heel wat meer in dan het betalen van een enkele reis naar huis. Iemand die maandenlang door Rotterdam heeft gedoold kun je niet zomaar teruggooien in zijn eigen maatschappij. Die pakt de eerste trein terug.”