Echte tanden geroofd op het slagveld

“Eh, nee”, zegt F. Smolders, medewerker van het Utrechts Universiteitsmuseum, “ik zou niet weten wat er aan de collectie tandheelkunde ontbreekt.” Oude boren? Als kranen uit de Rotterdamse haven staan ze bij elkaar in Utrecht. Oude gebitten? Dozen vol. Tangetjes? Kinderschedels in verschillende stadia van tandwisseling? De ontwikkeling van de tandartsstoel? Gebitten van Indianen, verwoest door een leven lang kauwen van coca-bladeren? Vulkaniseerapparatuur? Een overzicht van prenten met kwakzalvers en kiezentrekkers door de eeuwen heen? Alles, alles is er. Zelfs een standbeeld van de martelares Appolonia, beschermheilige van de kiespijnlijders, ontbreekt niet.

De verzameling telt 40.000 onderdelen en is bijeengebracht door de oudste faculteit tandheelkunde in Nederland, die van Utrecht. Opgericht in 1877. Maar voor onderwijs wordt de verzameling niet meer gebruikt. Ze staat grotendeels in dozen in een kelder van een universiteitsgebouw. Die kelder meet 10 bij 50 meter en staat helemaal vol.

De verzameling is nu zelf bijna geschiedenis geworden. Studenten nemen de kinderschedels niet meer in handen. Want behalve een inmiddels ingrijpend verbouwd gebouw op de Uithof is de collectie zo ongeveer het enige dat herinnert aan het tandheelkundig verleden van de Universiteit Utrecht. Eind jaren tachtig werd de faculteit opgeheven, wegens bezuinigingen.

Hierna ging de verzameling naar het Universiteitsmuseum. Geld voor onderhoud was er nauwelijks. Maar sinds een paar jaar houdt zich daar een omgeschoolde langdurig werkloze mee bezig - dankzij het Deltaplan Cultuurbehoud van het opgeheven ministerie van WVC. Leren riemen van trapboren verbrokkelen, strooien zittingen van tandartsstoelen vergaan, rubberen onderdelen van kunstgebitten vallen uiteen; voor de man is werk genoeg.

Het museum is ook dolblij dat de Maatschappij voor Tandheelkunde een bij de opheffing van de faculteit ontslagen hoogleraar tandheelkunde voor een paar dagen in de week een salaris betaalt als conservator. Dood is de verzameling niet, tal van onderzoekers raadplegen de collectie. Onlangs kwam er nog een promovenda voor lange tijd over uit Duitsland. Ook wordt er nog wel eens wat toegevoegd. Een gepensioneerde tandarts van 82 jaar reist oude collega's af, en vindt altijd wel weer interessante stukken. Een tangetje dat ontbrak, of een stoel die het museum nog niet had.

Het meest lugubere deel van de verzameling vormen waarschijnlijk de kunstgebitten uit de Napoleontische tijd, met echte tanden. Die tanden werden geroofd uit de lijken van gesneuvelde soldaten op de slagvelden. Dat was toen heel normaal.