Dromen van de transatlantieker; Roel Richelieu van Londersele's vie romancée van zijn opa

Roel Richelieu van Londersele: De overtocht. Uitg. Atlas, 189 blz. Prijs ƒ 32,90.

Niet met een boek over zijn vader, zoals in Nederland mode is, maar met het geromantiseerde levensverhaal van zijn grootvader debuteert de Vlaming Roel Richelieu van Londersele. Zijn roman De overtocht lijkt door het volkse perspectief, de kroniekvorm, de lokatie (Aalst) en de spanning tussen sombere realiteit en onvervulbare dromen, geïnspireerd op het werk van Louis Paul Boon.

Van de auteur van De overtocht is mij niets bekend en de achterflap biedt geen biografische gegevens. Wellicht is dat opzet. Niet voor niets heeft de hoofdpersoon in het boek dezelfde achternaam als de schrijver, die op de laatste pagina een alwetende verteller laat plaatsmaken voor een ik-figuur. Zo wordt de als familiekroniek opgezette roman doorgetrokken naar het hier en nu van Van Londersele.

De ik-figuur heeft van zijn grootvader Victor een koffer geërfd met daarin een brief uit 1899, een brief uit 1904 met een Amerikaanse postzegel, een trouwboekje, een proces-verbaal, een oud rolmesje om sigaren te maken en een foto van 'de Vereenigde Vlaamsche Sigarenmakers van Boston'. Op grond van dit 'bronnenmateriaal' schreef de kleinzoon een verrassende vie romancée van zijn opa.

De overtocht is het verhaal over een Aalsterse arbeidersjongen die een droom najaagt. Maar terwijl hij in hetzelfde Aalst woont waar ook het door Boon te boek gestelde strijdbare leven van Pieter Daens zich afspeelt, heeft zijn droom niets met klassenstrijd of socialistische heroïek van doen. Victor van Londersele, geboren in 1883 als zoon van een dronken voddenraper en een immer zwangere of zogende moeder, wil niet vechten maar vluchten. Hij besluit het uitzichtloze en grauwe fabrieksbestaan de rug toe te keren, als hij op zijn zestiende jaar een affiche van de Red Star Line onder ogen krijgt met daarop een groot en machtig schip, een transatlantieker, waarmee je naar Amerika kon.

In korte, trefzekere hoofdstukjes, opgebouwd rond een enkel woord of begrip, schetst Van Londersele Victors schilderachtige, straatarme paupersmilieu en dat van andere niet-socialistische Vlaamse fabrieksarbeiders rond de eeuwwisseling. Vervolgens gaat hij de gangen na van de jonge Victor, die dankzij een behoorlijke dosis geluk, lef, hard werken en vakmanschap langs allerlei omwegen Boston bereikt.

De spanning die in dit sobere boek voortdurend voelbaar is, wordt opgeroepen door de banale vraag of de krantenjongen uiteindelijk miljonair zal worden, of de droom van de gelukszoeker in vervulling kan gaan. Op die vraag, en dat is het geraffineerde van De overtocht, blijkt ten slotte geen eenduidig antwoord mogelijk, althans de kleinzoon maakt er een interpretatiekwestie van. Hij laat de keuze aan de lezer.

Over de daden van Victor, de betekenis daarvan voor zijn familie, zijn medearbeiders en zijn nageslacht kan inderdaad verschillend worden geoordeeld. Hebben zijn omzwervingen, zijn ontberingen, zijn moed en het woekeren met zijn talenten zin gehad? Heeft zijn avontuurlijke leven hem en anderen iets opgeleverd, was het menslievend of juist zelfzuchtig, heeft het iets toegevoegd of had hij net zo goed of zelfs beter in Aalst kunnen blijven? Die vragen stelt de schrijver niet expliciet, maar het is duidelijk dat ze hem bij het nadenken over de geschiedenis van zijn familie voortdurend door het hoofd hebben gespeeld.

De overtocht is meer dan een kroniek. Het is een mooi gestileerde, goed geschreven roman waarin aan een authentiek simpel leven dramatische trekken worden verleend. De auteur doet dat op ingetogen, bijna afstandelijke wijze, alsof hij zelf niet precies weet wat zijn bedoelingen zijn. De behoefte om met zijn 'erfenis' iets te doen - al was het alleen maar het neerzetten van een tot de verbeelding sprekende historische episode - heeft hem zeker parten gespeeld. Maar behalve een adequaat tijdsbeeld en een gave karakterschets van hoofdpersoon Victor krijgt de lezer, zoals bij elk goed historisch verhaal, indringende vragen voorgeschoteld. Met name de vraag wat al dat geploeter en getob van voorgaande generaties nu uiteindelijk heeft opgeleverd.

'Wat heeft het alles voor zin?' Zonder dat met zoveel woorden te zeggen becommentarieert Van Londersele in zijn debuut deze beroemde regel van Louis Paul Boon.