De negen angsten

De lus is bang voor de ui Het juk is bang voor de eu Het zoet is bang voor de ou Het blad is bang voor de oe De sloop is bang voor de a De botter is bang voor de i Het veer is bang voor de u Het lood is bang voor de e De daad is bang voor de o

Maar wel eens een keer uit zijn bed is geklommen;

Voor een beer die zich niet met koud water wil wassen,