De koers van Chrysler

HET JONGSTE SPEKTAKEL in de Amerikaanse automobielindustrie gaat niet over de modellen voor het komende seizoen, maar over de ambities van twee oude rotten in het vak. Kirk Kerkorian (77) en Lee Iacocca (70), zonen van arme immigranten, en ieder met een carrière als risicozoekende ondernemer achter de rug, hebben een bod van 22,8 miljard dollar gedaan op Chrysler, de derde autofabrikant van Amerika.

Chrysler staat model voor de wederopstanding van de Amerikaanse auto-industrie. In 1979 balanceerde het bedrijf op de rand van bankroet en het werd toen gered door Iacocca, net aangetreden, en door overheidssteun die binnen vier jaar werd terugbetaald. Iacocca was afkomstig van Ford waar hij de legendarische Mustang had ontwikkeld en hij werd een nationale held in de Verenigde Staten, de eigenzinnige ondernemer die tegen de Japanse concurrentie vocht en erin slaagde om de Amerikaanse auto-industrie nieuw leven in te blazen. Ook al zakte het concern in 1991 weer in de rode cijfers, na een nieuwe saneringsronde is Chrysler op het ogenblik de meest winstgevende en succesvolste van de grote drie in Detroit.

Chrysler beschikt over goed verkopende modellen, hoogwaardige technologie, slanke produktielijnen en over miljarden aan contanten. Maar de aandeelhouders hebben van de wederopstanding niet veel plezier beleefd, want de koers van Chrysler is sterk achtergebleven. Kerkorian, de grootste afzonderlijke aandeelhouder, en zijn oude vriend Iacocca beschouwen Chrysler daarom als een ideaal doel voor een overname. Hoewel de markt sceptisch reageert, hopen ze zoveel geld bijeen te kunnen krijgen dat ze Chrysler kunnen overnemen.

HET IS EEN GOK, maar dit is Amerika. En het is de vraag wat de bedoeling van de beide 'raiders' is. De huidige bedrijfsleiding staat afwijzend tegen het bod, zodat zich een kostbaar prestigegevecht kan gaan ontwikkelen met advocaten en financiële overnamespecialisten als de enige winnaars. Wellicht zijn Kerkorian en Iacocca uit op een hogere marktprijs voor hun aandelen Chrysler.

Maar het is evenzeer mogelijk dat ze met hulp van een buitenlandse autofabrikant slagen in hun opzet en Chrysler overnemen. Als dat toevallig een Japanse concurrent is, laat zich de opwinding over de Japanse opmars in Amerika raden.

Met het bod op Chrysler komt de discussie uit de jaren tachtig terug over de betekenis van vijandelijke overnemingen voor de gezondheid van het Amerikaanse bedrijfsleven. Toen werden bedrijven met enorme schulden opgezadeld, waardoor de overnames in een aantal gevallen eindigden in de uitholling van de financiële positie van bedrijven, in afslankingen en de verkoop van winstgevende onderdelen. Maar Chrysler staat niet voor een nieuwe saneringsronde. Het is een financieel gezond bedrijf met geld in kas om een nieuwe periode van tegenvallende verkopen zelf te kunnen opvangen. Dat die sterke positie niet in de aandelenkoers weerspiegeld wordt, waardoor het bedrijf is blootgesteld aan een vijandelijk bod, wil nog niet zeggen dat de Amerikaanse autofabrikant hiermee gediend is. Maar spannend en spectaculair is het wel.