De brandbaarheid van Joyce; Frithjof Foelkel debuteert met roman vol associaties

Frithjof Foelkel: Onder de pannen. Uitg. Meulenhoff, 240 blz. Prijsƒ 34,90.

Hij is waarschijnlijk een van de merkwaardigste Nobelprijswinnaars uit de geschiedenis, Louis, hertog de Broglie. Studeerde fysica, vocht in de Eerste Wereldoorlog en schreef enkele jaren nadat hij daaruit was teruggekeerd een dissertatie waarin hij onder meer beweerde dat alle bewegende materiële deeltjes gestuurd worden door een golf. Het opvallende aan die stelling was dat De Broglie er nauwelijks bewijzen voor had. Hij had de theorie gebaseerd op de relativiteitstheorie van Einstein en zijn eigen intuïtie - geheel tegen de mores van de natuurwetenschappen in. Aanvankelijk kwam dat hem dan ook op nogal wat hoon te staan, tot twee andere fysici vier jaar later, in 1928, bewezen dat De Broglie met zijn gok inderdaad gelijk had gehad. Nog geen jaar later kreeg hij de Nobelprijs.

Louis de Broglie is een mooi voorbeeld van een profeet, een mens die op basis van geloof of intuïtie iets poneert, wordt verguisd, maar achteraf toch gelijk krijgt. Ook in Onder de pannen, de debuutroman van Frithjof Foelkel, komt zo iemand voor: de kernfysicus Napoleon die in zijn eentje, ergens op de hei, verbeten werkt aan een indrukwekkende kernfysische theorie en een boek 'over een zwerftocht in een stad'. Hij is het ook die De Broglie in de roman introduceert en hem, geheel in de sfeer van de roman, situeert op een bijeenkomst van kernfysici in Kopenhagen, waar hij door Einstein als een soort Luther op de Rijksdag in Worms wordt toegesproken: “Foei De Broglie! Wát heb jij bedacht! Jij stuurt een golf mee met elk voorwerpje dat door de ruimte vliegt! Dat is luchtvaart zonder brevet. Ruimtevaart zonder brevet. Hou jij je speelgoedvliegtuigen maar liever bij je. Of zijn het de spookprojectielen uit de loopgraven die je parten spelen?”

De rol die Foelkel in zijn roman aan De Broglie en vader Napoleon toebedeelt zou je ook op de schrijver zelf kunnen toepassen. Want ook Foelkel tart een aantal mores - zij het uit de literatuur. Niet alleen debuteert hij met Onder de pannen pas op vijftigjarige leeftijd, hij doet dat ook met een ingewikkeld geconstrueerde roman waarin de perspectiefwisselingen over elkaar heen buitelen, alles op ingenieuze wijze met alles in verband lijkt te staan en bovendien een compleet wereldbeeld uit de doeken wordt gedaan - het soort boek dat veel debutanten proberen te schrijven, maar onmiddellijk retour krijgen van hun uitgever.

Met Onder de pannen maakt Foelkel het zijn lezers niet gemakkelijk. Dat komt in de eerste plaats door de constructie van de roman, die begint met een proloog, geschreven door 'een bezorgster' die vertelt dat zij het volgende manuscript onder het lichaam van een gestorven man 'vandaan heeft gegrist'. Vervolgens worden we geconfronteerd met het verhaal van hoofdpersoon Iwan, die op consult gaat bij een psychiater. Dat zijn natuurlijk twee daverende literatuur-clichés en het ongenoegen daarover wordt aanvankelijk nog versterkt door de warrige verteltrant van de twee hoofdpersonen: vader Napoleon en zoon Iwan Kollektief, beiden kernfysici, die elkaar al jaren niet meer hebben gezien. Vader heeft zich blijvend teruggetrokken, terwijl Iwan zich voor zijn studie in de stad heeft gevestigd en daar medewerker van een encyclopedie en penningmeester van KATER, het Koninklijk Aktie Theater, is geworden.

Zowel vader als zoon Kollektief betonen zich in Onder de pannen bepaald geen rechtlijnige denkers. In hun betogen en beschrijvingen springen ze van de hak op de tak, alsof ze geen greep kunnen krijgen op de elementen die door hun universum zweven. Ze springen van de Beweging van Tachtig naar de kernfysica, van Napoleons kat naar de theorie van de parabolische kogelbaan en van de inhuldiging van Beatrix naar de brandbaarheid van Joyce' Ulysses - en dat op soms nauwelijks meer dan een pagina.

Toch blijft dit netwerk van associaties boeiend, en dat komt vooral door Foelkels stijl, die het midden houdt tussen volslagen gekte en een kristallen helderheid. En daardoor wordt langzaam ook duidelijk waarom Onder de pannen zo rommelig is gecomponeerd; zowel vader als zoon Kollektief zijn naarstig op zoek naar hun rol en plaats in de gemeenschap, naar de rol van het atoom in het geheel, zeg maar naar hun eigen Broglie-golf waarop ze rust kunnen vinden in de maatschappelijke chaos.

Daarvoor hebben ze ieder het andere uiterste gekozen; de zoon door zich in het collectief van de krakersbeweging te storten, de vader door te kiezen voor de afzondering - slechts in gezelschap van zijn kat. Hun werelden raken elkaar desondanks in alle gebeurtenissen die er tussen hen rondzweven, zoals de moeder die bijna het volledige boek afwezig is (maar op het einde onverwacht weer opduikt), hun fascinatie voor de kernfysica en hun gedeelde liefde voor de literatuur, en dan in het bijzonder de Beweging van Tachtig.

De kracht van Onder de pannen is dat Foelkel er uiteindelijk in slaagt die schijnbaar uitzichtloze chaos te beschrijven, er zelfs spanning in aan te brengen, zonder hem eenduidig te maken of te temmen. De gebeurtenissen in het universum van vader en zoon Kollektief mogen dan op de meest vreemde momenten opduiken en vervolgens de merkwaardigste pirouettes, cherry-flips en salto mortales maken - op het einde blijken ze echter allemaal een rol en functie te hebben, zonder dat dat geforceerd aandoet. Dat maakt Onder de pannen tot een fascinerende roman, een pandemonium van golfbewegingen waarnaar je dagenlang kunt blijven kijken.

FRAGMENT UIT FRITHJOF FOELKEL, ONDER DE PANNEN:

Ik ben opnieuw ontwaakt. Er is nu een complicatie, nu eindelijk na al die dagen! Ik probeerde uit de droom te klauteren. Worstelde met stukken visnet, jute vodden, stukken kleding, het decorspul dat me gevangen hield. Toen opeens trad er een verandering in! Een harmonische trilling zweefde het verhaal binnen. 'Aha, zijn we dáármee bezig!' zei ik. Ik herkende de situatie: we waren in een universiteitszaal. De colleges kosmologie, waarbij de professor uit het niets een wereld opbouwt. Te beginnen met de lege ruimte. Vervolgens komt de meubilering. Een aankleding van de wiskundige vorm, zodat een lichtstraal voortaan weet wat recht is en wat rond. Het Niets wordt gemeubileerd door de wiskunde! Want ook wiskunde is Schepping, voor de mensen.