Chris van den Dries; Kop van drie regels

Het was avond in huize Van den Dries in de nieuwbouwwijk Gorinchem-Oost. Chris (43 jaar) hoorde eerder die dag het nieuws over de winst van 2,12 miljard gulden die Philips in 1994 behaalde. “Hoewel ik het slachtoffer werd van de operatie Centurion, juich ik die goede cijfers toe. Ik ben niet haatdragend. Wat destijds met mij en talloze collega's is gebeurd, moest gebeuren.”

Bij Philips was Van den Dries projectleider service-innovatie op de afdeling Communication and processing. Zijn laatste werkdag bij het Eindhovense elektronicaconcern brak op 28 februari 1993 aan. Hij had wat vlaaien laten aanrukken en de chef had een kort woordje tot hem gesproken. “Obligate woorden; dat hij hoopte dat het mij goed zou gaan op mijn verdere levensweg.”

Hoewel hij pas zeven jaar voor de firma werkte, had ook bij hèm Philips zich al “tussen de oren” genesteld. Hij was er, zo weet hij zich te herinneren, in 1986 “met tamelijk enthousiasme” binnengehaald. Niet dat hij een carrièrejager is, maar in Eindhoven dacht hij als afgestudeerd ingenieur in de elektrotechniek wat meer speelruimte te hebben gevonden als technicus dan in de functie die hij voordien bekleedde bij het ministerie van buitenlandse zaken.

Maar alleen de eerste paar jaren bij Philips waren echt leuk geweest. Zijn vrouw: “Al na twee jaar merkte zelfs ìk dat het niet goed ging. Hij was 's avonds altijd zo netjes op tijd thuis.”

Van den Dries: “De doelstellingen van de club waarin ik zat werden steeds opnieuw bijgesteld en toen begon langzamerhand de aftakeling. Van de twintig mensen van mijn afdeling bleven er uiteindelijk, geloof ik, nog maar twee over.”

Het was een sluipend, bijna verraderlijk proces geweest, vol onduidelijkheden over wat er nu ècht ging gebeuren. “De afdelingschef sprak me vaderlijk, maar vooral vaag toe. Hij vroeg me of ik aan het solliciteren was. Een medewerker van de personeeldienst hield me vervolgens een nogal kneuterig rekensommetje voor. Als je per week twee sollicitatiebrieven schrijft, zei hij, duurt het ongeveer een jaar voordat je een nieuwe baan hebt. Dat wil dus zeggen na honderd brieven. Maar ik wist dat dat zo niet werkt; dat er ook enige overtuiging achter moet zitten.”

Philips had in die dagen een regionaal bemiddelingsbureau opgericht voor mensen die overbodig werden. Van den Dries: “Die deden een hele hoop goeds voor je. Ze leerden je solliciteren, het schrijven van een goed curriculum vitae, het gebruiken van netwerken en je had er praatgroepjes voor lotgenoten. Maar het belangrijkste was toch dat ze Philips tussen je oren uitpraatten. Dat was nodig, want de knop wilde ook bij mij maar niet om. Het wilde er niet in dat het echt, voorgoed, bij de onderneming was afgelopen. Het heeft een half jaar geduurd voordat ik zover was. Zo dachten meer mensen erover. We hoopten tegen beter weten in dat ergens anders in de onderneming wel een plaatsje voor ons zou zijn. Zelfs werden verwoede pogingen gedaan de eigen afdeling op te poetsen. Daarom was het heel moeilijk je energie te zetten op het vinden van een baan buiten het concern.”

Lang op nieuw werk hoefde Van den Dries niet te wachten. Een maand na zijn vertrek vond hij een baan bij de werkgeversvereniging FME. Daar licht hij nu als beleidsmedewerker de aangesloten ondernemingen voor over de Europese regelgeving op technisch gebied. “Wat me bij de FME het eerste opviel was het enthousiasme, dat de mensen volledig achter hun werk staan. Die verschijnselen had ik bij Philips lang niet meer gezien. Ik kan me nog herinneren dat - toen Timmer met zijn kordate uitspraken kwam dat het roer drastisch om moest - er afdelingschefs waren die probeerden zo'n beetje mini-Timmertjes te worden. Die begonnen te roepen dat er daden gesteld moesten worden, terwijl je voordien van deze mensen dit soort geluiden nooit had gehoord.”

Van den Dries is er bij de FME in inkomen iets op achteruitgegaan. “Maar ik vond ook eigenlijk dat de salarissen bij Philips te hoog waren.” Op de vraag of hij ooit nog een baan bij de onderneming zou ambiëren, zegt hij: “Waarom niet? Als het tenminste een mooie, uitdagende functie is.”