Boekjes met wijsheid

In Het privé-leven van Mao, onthuld door zijn lijfarts Li Zhisui lezen we op pagina 432: 'De eerste druk van Uitspraken van Voorzitter Mao verscheen in mei 1964. Het was een klein boekje, niet groter dan een handpalm, met een felrode, plastic omslag. Het stond vol met aforismen die ontleend waren aan Mao's uitspraken en geschriften. Dit was het begin van de Mao-cultus. En zo werden opnieuw de normale, praktische vereisten voor de ontwikkeling van een levensvatbare, moderne economie overboord gezet, alsof men niets had geleerd van de rampen van de Grote Sprong Voorwaarts.'

Jeugdsentiment jaren zestig. Ik vroeg me af wat een exemplaar van de eerste druk nu waard zou zijn. Een deskundige gebeld. Hij zei: vrijwel niets. Met de val van de Berlijnse Muur is de markt voor politieke literatuur in elkaar gestort. Zelfs onze nationale schrijvers en dichters Herman Gorter en Henriëtte Roland Holst, die hun faam niet alleen aan hun politieke bemoeienissen hebben te danken, zijn in de lawine meegesleurd. Er is volgens mijn deskundige in Nederland nog één antiquaritaat dat zich in politieke uitgaven specialiseert: Antiquariaat Beek in Barneveld. Nog meer verrassende informatie. Naar bronnenmateriaal, ideeëngeschiedenis en literatuur over het liberalisme is een levendige vraag, maar - ik vat het samen - de markt voor het socialisme maakt de indruk op sterven na dood te zijn.

Hoe kom ik erop? In de Verenigde Staten is zojuist een boekje verschenen dat in formaat en opzet sterk aan het Rode van de Grote Roerganger doet denken. Het heet NEWTisms, The Wit and Wisdom of Newt Gingrich, verzameld door Geoff Rodkey en uitgegeven door Simon & Schuster. Het kost vijf dollar. Net als dat van Mao Zedong past dit boekje in de palm van een grote hand maar het is dunner: 94 pagina's. Of dit komt doordat de wijsheden van de Republikeinse revolutionair nog compacter zijn dan die van Mao weet ik niet. De enige uitspraak van de Chinees die na dertig jaar bij me is blijven hangen is: Laat honderd bloemen bloeien. Poëtische aanbeveling maar niet betrouwbaar gebleken.

Hoort een bespreking, of zelfs een aankondiging van een boek dat door een politicus is geschreven wel thuis in een literair supplement? Het hangt ervan af. Veel machtigen der aarde hebben zich op een of ander gebied van de kunst begeven. Nero speelde viool, Koningin Wilhelmina schilderde, Frederik de Grote speelde fluit en componeerde en zo zijn er nog veel meer, maar in de kringen van de echte kunst is hun werk, hoe verdienstelijk ook, nooit helemaal ernstig genomen. Hun hoofdberoep was het uitoefenen van macht en de de rest deden ze erbij. De macht, kun je zeggen, gaf hun kunst een oneigenlijke nevenkwaliteit. Dat is onrechtvaardig maar het hoort nu eenmaal tot de risico's van het beroep.

Macht en kunst kunnen zich nog op een andere manier verhouden. Een mens kan zo machtig worden, of zich zo machtig wanen dat hij gaat geloven zich daarmee ook de universele wijsheid te hebben verworven. Het is dan onvermijdelijk dat zo iemand ook bindende uitspraken over kunst en literatuur gaat doen. Daarvan zijn zoveel voorbeelden te geven dat ik ze niet eens noem. De vraag is of Amerika's nieuwe revolutionair ook tot deze orde hoort. Na lezing van de ongeveer honderd in dit boekje verzamelde, alfabetisch gerangschikte wijs- en geestigheden, ben je geneigd te zeggen: nog niet, maar er broeit iets.

Over zijn politieke tegenstanders, de Democraten, zegt hij bijvoorbeeld: 'Ze zijn de vijanden van de normale Amerikanen', en 'Ze verbreiden een multicultureel, nihilistisch hedonisme dat wezenlijk vernietigend is voor een gezonde maatschappij.' Denkend over de toekomstige besteding van de vrije tijd ziet hij 'de mensen steeds rijker worden en de kosten van vervoer steeds lager, zodat er nog eens een periode zal aanbreken waarin een weekje vakantie in een ruimtestation of een huwelijksreis naar de maan gewoon zal zijn.' Zijn politieke doel heeft hij het vorig jaar in één zin samengevat: 'Het vernieuwen van de Amerikaanse beschaving en het opnieuw richting geven aan het lot van het menselijk ras.' Bij de R vinden we daarop nog een toelichting: 'In wezen ben ik een revolutionair.'

De omvattendheid van zijn ambities die hiermee is beschreven maakt het bijna onvermijdelijk dat hij zich ook over de kunsten zal uitlaten. Het boekje van Gingrich eindigt filosofisch, met zijn gedachte over de Zeitgeist. 'Ik geloof, in feite, dat we aan het begin van een nieuw tijdvak staan. Ik geloof dat de toekomst niet in het teken zal staan van wanhoop, verval en ineenstorting, maar van werkelijke hoop, werkelijk optimisme en werkelijke verandering.' Dat maakt je werkelijk nieuwsgierig naar deel 2.