Beperkte inzage in dossiers van BVD

DEN HAAG, 14 APRIL. Het kabinet wil beperkt inzage geven in BVD-dossiers. De bedoeling is om gedurende een vaste periode na afloop van observatie van een bepaalde persoon geen inzage te geven in de gegevens die daarmee zijn verkregen. Pas na afloop van die periode worden inzageverzoeken van geval tot geval beoordeeld.

Het kabinet is gisteren akkoord gegaan met deze voorstellen van minister Dijkstal (binnenlandse zaken) aan de Tweede Kamer. Met een wijziging van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten zal de inzage in BVD-dossiers worden geregeld. In de wet zullen ook de middelen die inlichtingen- en veiligheidsdiensten hanteren en de omstandigheden waaronder zij dat kunnen doen in globale termen nader worden omschreven.

Aanleiding voor de nota waren twee uitspraken die de Raad van State vorig jaar deed. In deze zaken, aangespannen door de Nederlanders Van Baggum en Valkenier, bepaalde de Raad van State dat verzoeken om inzage in BVD-dossiers niet met een verwijzing naar de veiligheid van de staat konden worden geweigerd, maar dat steeds aan de hand van de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) moet worden bekeken of inzage in de dossiers kan worden gegeven.

De afdeling rechtspraak van de Raad van State meende dat de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten op enkele punten niet in overeenstemming was met het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Volgens de Raad van State beschikten de rechter en de nationale ombudsman over te beperkte mogelijkheden om het werk van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten te controleren. Dijkstal gaat onderzoeken op welke manier de werkzaamheden van de veiligheidsdiensten kunnen worden vormgegeven. Verschillende mogelijkheden zoals een aparte klachtencommissie of een inspectie worden nader bekeken, aldus de minister.