Bedrijfscultuur

WETSHANDHAVER OF WETSONTDUIKER? Dat was meer dan tien jaar geleden de niet mis te verstane titel van een rapport over 'naggen' bij de Amsterdamse politie. Deze vakterm staat voor 'normafwijkend gedrag'. Dat bleek vele vormen aan te nemen, van 'dalven' (gratis loempia bij de Chinees) tot een verminderd besef van mijn en dijn en onnodig gebruik van geweld. De ambtsinstructie werd aangescherpt, er kwam een gedragscode en voor de zwaardere gevallen werd een Centraal onderzoeksbureau ingesteld. Maar het belangrijkst was toch de openlijke erkenning dat het niet ging om incidentele uitglijers maar om een afglijdende bedrijfscultuur.

Nu is Rotterdam aan de beurt. De problemen zijn het gratis loempiaatje ver ontgroeid. Een speciale vertrouwensman van het Rotterdamse korps verklaart zich “geschokt”. Er wordt in de eigen gelederen “gejat bij het leven”, er zijn ongewenste contacten met de onderwereld, er wordt informatie gelekt, dubieuze zaken worden “rechtgebreid” in het proces-verbaal. Ook nu moeten een gedragscode en een bureau Interne zaken uitkomst bieden. Maar ook nu gaat het vooral om de bedrijfscultuur.

HET IS EEN BELANGRIJK signaal dat Rotterdam, net als Amsterdam tien jaar geleden, de moeilijkheden niet wegstopt, want de neiging om ongerechtigheden binnenskamers te houden is groot bij de politie. De korpsleiding zegt overigens niet het gevoel te hebben dat Rotterdam uniek is, al ontbreekt een precies inzicht in de situatie in andere korpsen.

Wie doet daar wat mee? Eind 1993 vroegen de politieministers Hirsch Ballin (justitie) en Dales (binnenlandse zaken) al de speciale aandacht van de leiding van de nieuwe regionale korpsen voor de aard en de omvang van corruptiegevallen bij de politie. Er is inmiddels een heel actieprogramma gestart, dat overigens meer omvat dan omkoperij. Het heeft bijvoorbeeld ook betrekking op nevenfuncties. Er is ook meer aan de hand, getuige de vaststelling van de twee bewindslieden dat “ongewenste omgangsvormen” (seksuele intimidatie) bij de politie “structurele” vormen hebben aangenomen.

Toch is ook na de Rotterdamse ontboezeming weer de typisch politiële reflex waarneembaar om te zeggen dat het maar om een zeer beperkt aantal gevallen gaat. Wat regelrechte corruptie betreft kan dat best waar zijn, mogen we althans hopen. Maar het gaat om de voedingsbodem, de bedrijfscultuur. Het Tweede-Kamerlid Korthals (VVD) heeft zich al openlijk afgevraagd of normvervaging bij de politie ook niet een beetje in de hand is gewerkt doordat de bevoegdheden de laatste jaren aanzienlijk zijn uitgebreid zonder dat de controle werd aangepast.

DIE BEVOEGDHEDEN worden nu in het kielzog van de IRT-affaire door de parlementaire enquêtecommissie-Van Traa tegen het licht gehouden. Zij zijn niet los te zien van een grote nadruk op 'scoren', een sfeer waarin alleen het resultaat telt. En de samenleving vraagt ook resultaten. De uitvoerende politiemensen kunnen met enige reden klagen dat zij bij het afwegen van doel en middelen in de steek zijn gelaten door leiding, bestuurders en politici. Het herstel begint bij betere en duidelijkere rechtspolitieke keuzes. En natuurlijk ook bij gewone discipline: een politie-auto is geen vrijbrief om stelselmatig te hard te rijden. Daar is geen gedragscode voor nodig.