Zomermode '95; Onschuldig, ondeugend, onnozel

Ook zo'n zin om zonnige kleren aan te trekken? Nieuwe liefst? De ragfijne stoffen van jonge-meisjesjurken, de witleren fragiele sandaaltjes en knalroze hooggehakte muiltjes en de talloze varianten op de strooien hoed houden rekening met een hittegolf.

Kunstkanaal zendt op zondag 23 april op de kabelnetten van Amsterdam, Hilversum, Rotterdam en Utrecht de shows uit van de prêt-a-porter collecties voor zomer '95. In het twee uur durende programma dat om 11u begint en om 13u, 17u en 19u herhaald wordt komen onder meer Dolce & Gabbana, Romeo Gigli, Vivienne Westwood, Ann Demeulemeester, Jean-Paul Gaultier en Comme des Garçons aan bod. Inl 020-6271496.

Het wordt een lange en zinderende zomer. De vorige, toch geboekstaafd als een van de warmste van de eeuw, zal er minnetjes bij verbleken. Dat wordt niet voorspeld door het KNMI; het conglomeraat van kledingfabrikanten, stylisten en inkopers denkt, hoopt, nee wéét, dat het kwik weldra tot tropische hoogten zal stijgen, om niet meer onder de 25 graden te zakken tot de klok teruggaat naar wintertijd.

Want waarom anders zijn alle zomerkleren gemaakt van flinterdunne, ragfijne, (half)doorschijnende, nevelige en gazen stoffen? Lappen die luchtig om het naar verkoeling snakkende lichaam zullen dwarrelen, af en toe een glimp van een tepel of een navel of een kuiltje in de rug prijsgevend, maar nooit ordinair, want zo lief, zo zoet zijn de 'poederpastels' en 'huidtonen' dat iedere vrouw een goede fee gelijk zal zijn.

Het is niets dan mousseline, chiffon, organza en tule. Slim van de kwijnende kledingbranche want met één laag kan geen mens zich vertonen. Onder de zijden 'slipdress' (een absolúte must deze zomer) draagt men tenminste een transparant getailleerd blousje met puntkragen, erover een wijdervallende overhemdblouse waar je dwars doorheen kijkt, en daarover, mocht er onverhoopt een kille bries staan, een luchtig ajour-gebreide spencer of vestje.

Het voelt allemaal heerlijk, het valt prachtig, het glanst en glinstert en schijnt. In het stylistisch alfabet van de - ook voor Nederland toonaangevende - kledingbeurs in Düsseldorf, staat de I voor Iriserend: “de modeontwerpers willen vrouwen de kans geven om zich bovennatuurlijk te gedragen en zichzelf te zien als hemelse wezens, in een modestijl die esoterisch lijkt of speels spiritueel.” Wat bereikt kan worden met parelmoer glanzende stoffen “alsof ze maneschijn hebben opgevangen...” Het proza is lastig te verteren, maar de boodschap is duidelijk. Trendviewers bespeuren een hang naar spiritualiteit en zingeving die ook tot uitdrukking komt in de wijze van kleden.

Waar Parijs voor de komende zomer en winter een zeer zelfbewust, uitdagend en volwassen vrouwbeeld propageerde, houden de Lage Landen het voorlopig dus meer bij 'tere vrouwelijkheid'. Daar horen ook de ouderwetse piepkleine of juist enorme bloemenpatronen bij. De Parijse prêt-a-porter shows voor zomer '95 stonden stijf van glamour en dames-chic, op het lijf gesneden mantelpakken à la Dior en jaren vijftig romantiek, die voorlopig korte metten maakt met de tamelijk slonzige stijl van de afgelopen jaren. Een optimistische en uitbundige mode die met name in de buitenlandse bladen al snel in verband werd gebracht met een oplevende wereldeconomie.

Misschien heeft Nederland minder vertrouwen in gunstiger economische ontwikkelingen, en volgt het daarom schoorvoetend? Aan de nieuwe Parijse knielange roklengte doen wij in ieder geval nog niet mee. Rokken en (doorknoop)jurken in A-lijn zijn of erg kort, of enkellang. Het silhouet blijft hier sluik, om niet te zeggen lijzig, en alle rondborstig- en billigheid van ontwerpers als Vivienne Westwood, John Galliano en Jean-Paul Gaultier zal vermoedelijk pas op de langere termijn invloed hebben.

Ook het ecograuwe katoen laat zich hier maar zo niet wegjagen door de voorzichtige pastels en het witter-dan-wit. Hoewel, wit moet: het aanbod van witte truitjes, hempjes en t-shirtjes van ouderwetse ondergoedstof, witte blousjes en strakke vestjes (miniem van formaat en nooit verder reikend dan de navel) is onuitputtelijk. IJskastwit, maanwit of slagroomwit geeft ook mantelpakken, simpele overhemden en lange kaftanblouses een connotatie van 'maagdelijk, helder en zuiver'. De wasmachines zullen volop draaien deze zomer, liters optische bleekmiddelen en andere rotzooi uitbrakend.

Mag 'Parijs' dan langzaam doordringen, 'Londen' lijkt vooral door de jongere garde gretig geabsorbeerd te worden. MTV en winkelketens als Miss Selfridge (vandaag is een elfde filiaal in Groningen geopend) en het Zweedse concern Hennes & Mauritz (onlangs ging de 32ste winkel in Arnhem open) leveren razendsnel aftreksels van Britse ontwerpers als John Galliano en Katherine Hamnett. Ook trendy boetieks op de Amsterdamse Nieuwedijk en rond de Albert Cuyp bieden volop 'speedy punk-sport in knalkleuren' en 'schoolgirl-look'. Dat betekent zilver en lakplastic en satijn in 'vieze' kleuren als lila, turkoise en hardroze, in-truttige mantelpakken met smalle riempjes en eventueel afgebiesd à la Chanel, zo mogelijk nog truttiger truitjes en vestjes met korte mouwtjes en gebreide jurkjes. Gedragen door meisjes van zestien leveren deze kleren ongetwijfeld een prettig-verwarrende mix op van onschuld en ondeugd, maar voorbij een zekere leeftijd zal de voornaamste indruk er een van onnozelheid zijn.

Een enkele moeder die nog met dochter mee mag winkelen loopt verdwaasd rond: BB-ruitjes en schotsgeruite overgooiers, twinsets en plooirokken met spelden; het zijn de kleren uit haar jeugd en toch weer helemaal niet. Want door de kleuren, het materiaal (veel hoogglanssatijn), de pasvorm ('te heet gewassen') zijn de kleren in plaats van tuttig eerder hondsbrutaal. Vooral H & M is goedkoop, supertrendy, en dus niet gemaakt voor de eeuwigheid. Wat na enkele wasbeurten vaak pijnlijk zichtbaar wordt.

Wie liever iets koopt wat ook in zomer '96 nog mooi is en niet hopeloos déjà vu, wie bovendien ook het Nederlandse produkt een warm hart toedraagt, kan uit een groeiend aantal labels kiezen - Soap Studio, A2Pg (uit het Orson & Bodil huis), Cache-Col, Stills, XX-As, Waterland Affairs en Laundry Industrie bijvoorbeeld. Hoe verschillend onderling ook, Nederlandse merken voelen zich duidelijk aangetrokken tot een stroming, die wel wordt aangeduid met het 'less is more-beginsel', of 'the reduced idea'. Overgooierjurken en rechte broeken zonder franje of drukdoenerij in zwart, donkerbruin en marineblauw en vaak gecombineerd met helder of juist gelig wit, en zelden dessins. Niet erg uitbundig, misschien nogal puriteins soms. Maar we willen toch zeker niet allemaal als halfnaakte gracieuses of MTV Hittepetitjes de zomer van '95 in?