'Wit-Rusland staat aan rand burgeroorlog'

MINSK, 13 APRIL. De voorzitter van het Wit-Russische parlement, Mjetsjislav Gryb, heeft gisteren gewaarschuwd voor een burgeroorlog naar aanleiding van de ruzie tussen president Aleksandr Loekasjenko en het parlement.

“Wit-Rusland is nog nooit zo dicht bij een burgeroorlog geweest als nu”, aldus Gryb. Hij zei van de president te hebben begrepen dat deze niet wil inbinden in het conflict met de volksvertegenwoordiging, die negatief heeft gereageerd op zijn voorstel dat het zichzelf ontbindt en dat de Wit-Russen in een referendum wordt gevraagd in te stemmen met een uitbreiding van de bevoegdheden van de president.

In de nacht van dinsdag op woensdag liet Loekasjenko met politiegeweld het parlementsgebouw ontruimen, waar achttien oppositionele parlementariërs in hongerstaking waren gegaan. Daarbij is een aantal parlementariërs door gemaskerde politiemannen mishandeld. Gisteren zei de president dat “er helemaal geen hongerstaking was”. Het parlementsgebouw, aldus Loekasjenko, moest worden ontruimd omdat er een bommelding was binnengekomen; de parlementariërs zouden de politie hebben gehinderd toen die het gebouw wilde doorzoeken. Hij waarschuwde dat als de oppositionele leden van het parlement hun actie voortzetten, hij opnieuw de politie zal inzetten. “Ik heb het recht om orde te vragen in mijn eigen residentie en huis. Er zal geen komedie worden gespeeld in het parlement of in andere overheidsgebouwen”, aldus Loekasjenko.

Gryb zei gisteren dat de president vasthoudt aan een referendum waarbij de bevolking vier vragen moet beantwoorden, waarvan er één gaat over de uitbreiding van de bevoegdheden van de president - dit hoewel het parlement deze en twee van de drie andere vragen uit de tekst van het vragenformulier heeft geschrapt.

Ook in de naburige Oekraïne is het gisteren tot een conflict gekomen tussen de president, Leonid Koetsjma, en het parlement. De president en de voltallige regering liepen het parlement in Kiev uit nadat een communistische afgevaardigde hen ervan beschuldigde te veel macht te vergaren. (Reuter, AFP)