'Westerbork doorgangssluis naar de vernietiging'

WESTERBORK, 13 APRIL. Op haar schoot ligt een boeket witte rozen. Daaraan een wit lint met zwarte letters: “Ik wil vergeten, maar kan niet.” In haar rolstoel wacht H. Smit-Waas uit Alkmaar op de herdenkingsplechtigheid van de bevrijding van het doorgangskamp Westerbork. Terwijl zij als zevenjarig joods meisje zat ondergedoken, vertrokken vanaf het kamp op de Drentse hei haar grootmoeder, ooms en tantes en haar stiefmoeder naar de vernietigingskampen. Ze zou hen niet meer terugzien. Twee jaar geleden betrad ze voor het eerst het kampterrein. “Ik durfde de confrontatie niet eerder aan. Ik was er bang voor.” Vandaag wil ze symbolisch afscheid nemen van haar vermoorde familieleden.

Ongeveer 1.500 oud-kampgevangenen, familieleden, nabestaanden, genodigden en belangstellenden herdachten gisteren hoe Canadese militairen op 12 april 1945 de 800 overgebleven gevangenen van het 'Judendurchgangslager' Westerbork bevrijdden. De herdenking, die werd bijgewoond door kroonprins Willem-Alexander en minister E. Borst-Eilers, begon met een stille tocht naar het Nationaal Monument. Onder het luiden van de in Westerbork gebruikte kampklok, lazen twee leerlingen van de joodse scholengemeenschap Maimonides uit Amsterdam de voornamen op van kinderen die in de oorlog vanuit Westerbork naar Auschwitz en Sobibor werden gedeporteerd. In zijn herdenkingstoespraak noemde oud-kampgevange R. Levisson Westerbork “de doorgangssluis naar de vernietiging”. “Westerbork onder nazi-regie was een bij uitstek perverse aangelegenheid. Het was er namelijk objectief gezien niet zo erg. Er werd niet gemarteld en er werden cabaret-opvoeringen en muziek-avonden georganiseerd. Maar elke week reed de trein.”

Vanuit Westerbork werden tussen 1942 en 1944 meer dan honderdduizend joden, zigeuners en verzetsstrijders op transport gesteld naar Polen. Waarheen wist niemand, aldus Levisson. Maar hij had al snel door dat het verhaal van 'Arbeitseinsatz' onzin was. Zijn tachtig jaar oude zieke tante en een Rotterdamse familie met drie kinderen van zes, vier en twee jaar konden onmogelijk als 'werkkrachten' worden ingezet, wist hij. Slechts enkele duizenden keerden uit Westerbork terug.

Levisson memoreerde hoe kamp Westerbork in 1939 op initiatief van de Nederlandse regering was ingericht voor de “niet zo erg gewenste asielzoekers uit Hitler-Duitsland”. Het zou volgens Levisson goed zijn als de joodse bevolkingsgroep eens werd geraadpleegd over de hedendaagse problematiek rond vreemdelingen en asielzoekers. “Wij hebben daar als joodse Nederlanders ervaring mee. Wij zijn wellicht de oudste allochtonen van Nederland. Daarom is mijn hart altijd met de asielzoekers allertijden.”

R. Kirschner-Fuchs werd op 16 april 1945 in barak 14B als eerste Westerborks 'vrijheidskindje' geboren. Haar geboorte beschouwt ze als een symbool van het overleven van het joodse volk. “Toen ik mijn ouders vroeg hoe ze het aandurfden om mij geboren te laten worden, antwoordden ze dat ze wisten dat de bevrijding nabij was en dat ik de moed zou krijgen verder te leven.”

Na een minuut stilte legden vijftig kinderen onder muziek van twee zigeunerorkesten bloemen op de 97 bielzen van het monument. Het aantal symboliseert de 93 transporten die vanuit 'de Joodse stad' en de vier transporten die van elders naar het oosten vertrokken. H. Weiss, erevoorzitter van de Vereniging Sinti, de van oudsher grootste zigeunergemeenschap in Nederland, wees erop dat ook de Sinti-zigeuners door de nazi's werden vervolgd. “Wij weten wat discriminatie is. Zigeuners tellen nog steeds niet mee. Zelfs niet voor de Stichting 1940-1945. Wij zijn altijd verstoten. Help ons alsjeblieft.” Op 19 mei 1944 werden 245 zigeuners vanuit Westerbork gedeporteerd. Slechts een enkeling overleefde het. Op de vroegere appelplaats van het kampterrein legden leden van de Landelijke Sinti Organisatie kransen voor de omgekomen zigeuners en “voor onze joodse vrienden”.