Weinig tijd voor grote plannen

'Studiehuis' is het toverwoord voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs. Scholieren moeten hier 'leren leren'. 'We willen af van de infantilisering', verklaart N. Ginjaar-Maas, die de veranderingen moet sturen. 'Je loopt te hard', werpt econoom Heertje tegen. Een tweegesprek.

'Zeg Arnold, mijn werkje ziet er bij jou nog maagdelijk uit. Zeker niet gelezen?' De toon voor het tweegesprek is gezet zodra N. Ginjaar-Maas op tafel 'haar' boekje 'De Tweede Fase vernieuwt' ontdekt. Het werkje gaat over de hervorming van de hoogste klassen havo en vwo, die onder haar leiding vanaf augustus 1998 een feit moet zijn en scholieren beter moet voorbereiden op een studie aan hogeschool of universiteit. Er speelt een vileine glimlach rond haar mond, een voormalig scheikundelerares kun je nou eenmaal niet bedotten. 'Ho, ho,' riposteert prof.dr.A. Heertje, 'gespeld heb ik je pennevrucht, wat dacht je.' Tijdens zijn economische voordrachten op middelbare scholen proeft hij dezer dagen onder leraren veel weerstand tegen de plannen. Heertje zelf 'zwijmelde weg' bij de passages over het studiehuis, waarin elke leerling meer verantwoordelijkheid krijgt voor zijn eigen leren. 'Er bloeit a great new world op havo en vwo', roept hij. 'Scholieren zullen schoolgaan ter lering ende vermaak.' Maar of elke school over drie jaar echt zover is, betwijfelt hij, aangezien een studiehuis-ABC ontbreekt. Heertje, zelf auteur van schoolboeken economie: 'Jullie willen wel veel tegelijk. Er wordt te makkelijk heengewalst over docenten. Zij moeten het doen maar vragen zich af 'hoe moet het en willen we eigenlijk wel?' Waar blijven bijvoorbeeld de studiewijzers?' In een Van der Valk-etablissement vinden voormalig staatssecretaris van onderwijs N. Ginjaar-Maas en A. Heertje, hoogleraar staathuishoudkunde, gelegenheid te brainstormen over het studiehuis in de nieuwe bovenbouw van havo en vwo. Beiden zijn 'druk druk druk', maar over zo'n majeure onderwijsvernieuwing mogen te allen tijde de geesten gescherpt worden, ook al gebeurt dat met weinig inspirerend uitzicht op de snelweg en in een 'speklappen-met-sperziebonen-lucht' zoals Ginjaar opmerkt.

Eenheidsworst

Over drie jaar staat nergens een studiehuis in optima forma, verwacht Ginjaar, dat is ijdele hoop. De ene school kost het vijf jaar, een andere zal er acht jaar over doen, maar uiteindelijk zal het leerlingen en leraren motiveren. 'Zelf zou ik doodgaan als ik van mijn 25ste tot mijn pensioen zou lesgeven zoals het nu gebeurt. Je staat voor de klas, legt wat uit, vraagt wat, geeft huiswerk op, en als er 10 minuten over zijn mag de klas er alvast aan beginnen.

Ieder lesuur weer. Het is toch veel leuker het telkens anders te doen?' Belangrijker nog: als alle 30 leerlingen op hetzelfde moment op dezelfde bladzijde van hetzelfde boek bezig zijn, zegt Ginjaar, benader je hen ten onrechte als 'eenheidsworst'. 'Ook in havo 4 verschillen leerlingen. Dat moet je benutten. Wij kwamen uit op het studiehuis. En omdat we niet beschikken over een blauwdruk zijn er experimenten en krijgen alle docenten een stukje nascholing. De nascholers op hun beurt kijken de kunst af van scholen die proefdraaien. Vandaar dat we vandaag een enorme oploop in Utrecht hebben georganiseerd om ervaringen uit te wisselen. En wat die tegenstribbelende leraren betreft: Ik kom net van een school in Breda. Vorig jaar hoorden ze me aan met een blik 'wat mot dát mens van ons', komend jaar krijgen de leerlingen in ieder vak vier weken lang een uur per week klassikaal les, de rest van de tijd gaan ze zelfstandig aan de slag. De leraren staan te popelen.

'

Heertje: 'Praten over een stúkje nascholing is bezijden de waarheid. Die leraren krijgen een ware culture-shock, jullie onderschatten dat. Ik experimenteer al dertig jaar met het studiehuis bij mijn colleges voor het keuzevak economie. Studenten kiezen hun stof zelf, hikken daar aanvankelijk vreselijk tegenaan. Of ik niet een suggestie kan doen? Nee, zeg ik dan, ga maar naar de bieb en kijk wat je bedoelt met marketing. Daarna moeten ze een referaat houden of een essay schrijven, da's ook wennen. Ook voor mij, want ik moet me inlezen. Tenslotte doen ze open-boek tentamen, waarbij ik voor elke student andere vragen maak. Die stijl van doceren is op de universiteit hoge uitzondering. Veel collega's willen het niet: het is te onzeker en te ingewikkeld en vooral te bewerkelijk. Die nascholing moet ingrijpend zijn.'

Ginjaar: 'Inderdaad, daarom krijgen scholen ruim de tijd. Maar ik ben er van overtuigd dat goede managers hun docenten kunnen inspireren. Bovendien kunnen leraren zelf voor een andere schooltaak kiezen. En mocht men dan nog weigeren, dan zouden we kunnen denken aan het idee van de Rotterdamse rector magnificus. Die wil zijn docenten ontslaan als hun kwaliteit ondermaats blijft.'

Heertje: 'Dus op een kleine school ontstaat het mooiste studiehuis. Een klein team is immers makkelijker te inspireren, is mijn ervaring.'

Ginjaar: 'Je hebt gelijk, als je zegt dat op een kleine school veel kan. Aan de andere kant weet je net als ik dat het een goede manager niet dondert hoe groot zijn bedrijf is. Hoe groter de school, hoe meer geld er overblijft voor bijvoorbeeld een mediatheek. In de computers moeten leerlingen hun gegevens kunnen opslaan en verwerken, de computers geven toegang tot de bibliotheek en de discussies op internet. We gaan de 21ste eeuw in met fantastische technologieën. Die mag een school niet missen.''Verder is het op een grote school makkelijker organiseren. De groepsgrootte varieert in het studiehuis vaker dan nu. Aan grote groepen doceer je de weetjes, in kleinere groepen doen leerlingen begeleid groepswerk, en soms ook doen scholieren het helemaal zelf. Ik hoor vaak dat goede leerlingen met wiskunde A en B voor wiskunde A geen lessen volgen omdat ze dat op eigen houtje doen. Met die zelfstandigheid moeten studiewijzers rekening gaan houden. Als in de zomer de vakinhouden zijn bepaald, hebben de uitgevers twee jaar de tijd die te ontwerpen.' Heertje: 'Twee jaar? Dat is te krap. Voor mijn vak is dat veel moeilijker dan bij chemie waarbij kennis, inzicht en vaardigheden dicht bij elkaar liggen. Hoe kan ik leerlingen het belang van de dollarkoers laten ontdekken, ervaren en doorvoelen? Daar heb je brain-waves voor nodig. Ons plan is een sober, beknopt leerboek te maken dat een overzicht geeft van de theorie. Daarnaast komen er verwerkingsboeken met opgaven die vaardigheden aanspreken en ontwikkelen. Die gaan vrouwen maken.'

Ginjaar: 'Wat een giller. Vrouwen zijn gevoeliger zeker?'

Maar Heertje is serieus, zegt hij. Vrouwelijke leraren kunnen nu eenmaal instrumenteler denken dan mannen en dat is wat je nodig hebt voor verwerkingsopgaven. Onzin, vindt Ginjaar, je kijkt gewoon om je heen. In haar dagen als scheikundelerares legde ze met een appel, zeep en rode kool het verschil uit tussen zuren en basen - een idee dat 'doodgewoon uit de keuken was gepikt.' Ginjaar: 'Als ik nu een oud leerling tegenkom, hoor ik: 'Van uw vak weet ik niets meer, maar van die rode kool weet ik nog alles.' Begin concreet en ga dan pas abstract.'

Heertje: 'Ja ja, dat zeiden we ook bij de basisvorming. Heb jij creatieve methoden gezien? Ik niet, het blijft bij belijdenis. De citotoetsen- of je nu lts-er bent of havist, je krijgt dezelfde opgaven en het zijn allemaal weetjes.

Terwijl elke leerling een ander hart heeft en een ander verstand. Het studiehuis betekent voor mij uiteindelijk je oriënteren op het individu. Dat is de uiterste consequentie. Maar daarbij signaleer ik een cesuur met de basisvorming in de onderbouw. Daar heb ik zorgen over.' Ginjaar: 'In het studiehuis rekenen wij af met de infantilisering van de jeugd, die ontstond toen na de oorlog de leerplicht werd verlengd. Sindsdien zijn we thuis en op school scholieren langer kind gaan houden. Maar leerlingen in havo 4 en vwo 5 zijn jonge mensen, soms al volwassen. We moeten accepteren dat ze zelf het recht hebben verantwoordelijkheid te dragen voor hun leren. Dat kan niet in havo 4 beginnen, dat hoort voort te bouwen op wat in de onderbouw gebeurt. Het is waar dat leraren in de basisvorming nog tamelijk traditioneel lesgeven, dus gaan we kijken wat we kunnen veranderen.'

Nascholing

Heertje: 'Met een blik nascholing zeker, ik help het je hopen. De paradox is dat een leerling op de basisschool eigenlijk al een eind op streek is met zelfstandig leren. In de eerste klassen van de middelbare school wordt hem dat weer afgeleerd, in het studiehuis heeft-ie 't weer nodig.' 'Precies', beaamt Ginjaar. 'Maar om op die toetsen terug te komen: we proberen opgaven te ontwikkelen met een opklimmende moeilijkheidsgraad, maar daarvoor is tijd nodig. Net als voor de vraag of allochtone leerlingen zullen aarden in het studiehuis. Enkele scholen met veel allochtone leerlingen hebben twijfels. In het studiehuis moet iedereen zich veilig voelen. Het betreft hier geen Gooise onderwijsvernieuwing.'

Heertje: 'Te weinig tijd voor te grote plannen vrees ik. Maar laten we over een jaar of twee de balans opmaken, als de leraren zijn nageschoold en de leswijzers zijn ontworpen. Want het studiehuis staat mij op zichzelf bijzonder aan, I couldn' agree more.

Ook omdat die individuele benadering scholieren socialer en toleranter zal maken.'

Er is nog een dringende opmerking, die Heertje wil maken: 'Ik las dat ook bedrijfseconomen algemene economie gaan geven. Dat mag niet, zeg ik u openhartig, dat is verschraling van het onderwijs.' Ginjaar: 'Wie wil er nou te snel? Jij toch? We moeten eerst de precieze inhoud van dat vak afwachten, dan kijken wie het gaat geven. Ik vind het niet verantwoord tegen docenten te zeggen: we gaan iets leuks beginnen maar jij kan niet meedoen. We zullen het met de zittende leraren moeten doen. Punt uit.'