Verlegenheid

Wij waren zelf ook verlegen. Toen we desondanks met elkaar waren getrouwd, gingen we met vakantie op Texel, een huisje bij Vlaming aan de Vuurtorenweg. Nog steeds denk ik bij Texel vooral aan die punt ervan, met zowel de ruigte van de Noordzee als de rust van de Waddenzee, zowel de beschutting van de duinen als de verten van het slik. Er kwamen toentertijd nog zeehonden in het Eierlandsegat.

We hadden geen auto. Onze inkopen deden we lopend in De Cocksdorp, een halfuur heen, een halfuur terug, en of je nou linksom ging of rechtsom, het was een vreselijk saaie weg. Mensen, die ons voorbij zagen komen, moeten ons voor buitengewoon fanatieke wandelaars hebben gehouden. Misschien bewonderden ze ons wel, zoals we daar zeulend met boodschappentassen onze hobby beoefenden.

Op verschillende adressen in De Cocksdorp waren fietsen te huur. Daar werd helemaal niet geheimzinnig over gedaan. Dat werd duidelijk te kennen gegeven door middel van borden. FIETSEN TE HUUR. Je zag mensen een fiets halen, je zag mensen een fiets terugbrengen, en zo op het oog waren dat heel gewone mensen. Wat het des te raadselachtiger maakte dat zij de kunst verstonden een fiets te huren.

Ik heb geen idee waar we bang voor waren, geen idee wat we dachten dat ons zou kunnen overkomen. Ik weet alleen dat we het makkelijker vonden om te blijven lopen dan om onze verlegenheid te overwinnen.