Trukendoos voor het slapengaan

Voorstelling: ZevenDrieNul door Theater Artemis, vanaf 5 jaar. Tekst: Paul Pourveur. Muziek: Bob Zimmerman. Regie: Matthijs Rümke. Spel en zang: Judith Klute, Egidius Pluymen. Gezien: 12/4, De Krakeling Amsterdam. Informatie: 073 - 123223.

Dagelijks moet het ontelbare malen klinken, in alle talen en alle toonaarden: het liedje van verlangen. Het wordt gezongen in stapels kinderverhalen en prentenboeken en de Amerikaanse dichter Shel Silverstein tekende het ooit zelfs op onder de vleermuiskinderen: 'Ogen zo groot in het kleine gezicht: Mag het donker aan? Ik ben bang voor het licht.'

In de nieuwe voorstelling van Artemis is het nu theater geworden. ZevenDrieNul is voor kleuters uit het digitale tijdperk wat ooit het klokje van zeven uur was: kinderbedtijd. Voor kleine Julia is ZevenDrieNul een wachtwoord dat ze vreest, want overal op de slaapverdieping huizen enge types waarvan de volwassenen zeggen dat ze niet bestaan. Tegelijkertijd doet het woord een beroep op haar onuitputtelijke creatieve vermogens die moeten verhinderen dat papa beneden op tijd naar het nieuws van acht uur kan kijken. Pas wanneer ze haar hele trucendoos heeft opgebruikt en vader rood aangelopen potverdomme brult, stelt ze vast dat ze 'een woordje te ver' is gegaan.

Julia is een denkerig type, dat het leven graag in de hand houdt en daartoe belangrijke gebeurtenissen en gevoelens zoveel mogelijk ordent in een fraaie verzameling doosjes. Angst en onlustgevoelens, die zich moeilijk in zo'n doosje laten stoppen, vormt ze om tot groteske fantasiefiguren. In de badkamer huist Figaro de kindjeswasser, in de slaapkamer de vileine Koningin van de Nacht die fijntjes wijst op de afwezige moeder die zo nodig naar de avondschool moet en af en toe stormt meneer Don door de kamermuur om Julia mee de grote boze buitenwereld in te sleuren. Volwassenen zal het duidelijk zijn dat de auteur hier leentjebuur bij de Mozartopera speelt, te meer omdat de wonderlijk uitgedoste personages soms uitbarsten in komische aria's, die met een vette knipoog naar de grote maestro zijn getoonzet.

De geschoolde zanger Egidius Pluymen stort zich voor deze drie muzikale mafketels met overgave in de parodie. Zijn serieuzere en niet gezongen vaderrol steekt daar een beetje bleek bij af. Waarschijnlijk moet dat zo, want de prima donna-rol is weggelegd voor zijn dochter en daarmee voor Judith Klute, die haar volstrekt geloofwaardig neerzet, in een aandoenlijke mengelmoes van slinkse vrouwelijkheid en kwetsbare kleinheid. Al haar grappige en ernstige gedachten - en dat zijn er vooral aan het begin van de voorstelling zoveel dat je ze niet allemaal zo gauw kunt volgen - spreekt ze rechtstreeks uit tegen het publiek, zodat het mee lijdt in haar bange eenzaamheid en medeplichtig wordt aan het manipuleren van haar vader. Soms krijg je toch ook met de man te doen, want je zult maar zo'n kind het bed in moeten zien te krijgen! Het gave slotbeeld past alle partijen en leeftijden. Eindelijk krijgt Julia vaders veilige armen om zich heen. En terwijl hij haar vertelt over zijn eigen onzekerheden in de grote mensenwereld zien wij de kleine regelaarster zielstevreden rechtop in slaap vallen. Waarna nog dat ene prachtige lachje naar de zaal volgt, samenzweerderig omdat ze het toch weer voorelkaar heeft, verontschuldigend omdat ze zo'n stampij heeft gemaakt.