Studiehuis

Staatssecretaris Netelenbos wil dat de bovenbouw havo en vwo per 1 augustus 1998 verandert in een 'inspirerend studiehuis'. De leraar wordt er regisseur en stuurt leerlingen vaker met opdrachten de klas uit. Scholieren doen er vaardigheden op en leren beter zelf kennis te vergaren. Leerlingen moeten gemiddeld 1.600 'klokuren' per jaar besteden aan hun vakken, scholen mogen zelf uitmaken hoeveel lesuren ze daarvan klassikaal geven.

Het studiehuis moet volgens de Stuurgroep Tweede Fase, die de vernieuwing begeleidt, 'al brainstormend' vorm krijgen. Zodoende experimenteert ongeveer een derde van de 530 havo/vwo-scholen dit schooljaar al. Er zijn scholen met een negentig-minuten-rooster, er zijn er die het aantal klassikale lessen hebben gehalveerd, weer anderen ontwerpen eigen leswijzers, werken aan een 'mediatheek' of geven een leraar een morgen per week vrij om collega's over de grenzen van hun vak te laten doceren. Vandaag wisselen scholen in de Jaarbeurs in Utrecht hun eerste ervaringen uit met het studiehuis.

Vanaf dit jaar is 5 jaar lang jaarlijks 3 miljoen gulden beschikbaar voor studiehuis-experimenten. De subsidies gaan voorlopig naar zogeheten netwerken van samenwerkende scholen, die vaak aansluiting hebben gezocht bij lerarenopleidingen. Per school wordt dit jaar ongeveer 15.000 gulden uitgekeerd. In september becijferde de Stuurgroep dat in totaal 80 miljoen gulden per jaar extra nodig is voor de vernieuwing van de hoogste klassen havo en vwo. De staatssecretaris stelt daarvan de helft beschikbaar. Ze verwacht dat elke school de 250.000 gulden verbouwingskosten voor eigen rekening neemt. Voor de Tweede Fase wordt relatief weinig geld uitgetrokken. Bij de invoering van de basisvorming in de onderbouw was dat anders. In 1991 kregen de middelbare scholen in totaal 43 miljoen, in 1992 115 miljoen, en vanaf het jaar van invoering 1993 tot en met dit jaar jaarlijks 130 miljoen gulden extra - om de uitbreiding van het aantal lesuren te betalen. Daar bovenop werd ook nog in totaal 75 miljoen gulden uitgegeven aan de bouw van technieklokalen en 10 miljoen aan 'lokaal-inventaris' voor het nieuwe vak verzorging.