Praag is overal mooi

De eerste dag van de lente had ik uitgekozen voor mijn langverbeide bezoek aan Praag. Ik had gedacht dat de ergste kou dan wel voorbij zou zijn, en de grote toeristenstroom - Praag was vorig jaar de drukstbezochte stad van Europa (7 miljoen) - nog niet begonnen. Bij aankomst echter joeg een sneeuwstorm en het aantal toeristen bleek reeds verbijsterend. Het waren overwegend kinderen.

Al in de eerste uren maakte de sneeuw plaats voor de zon. Het aantal scholieren daarentegen leek gestaag toe te nemen. Bij zowat elk van de 31 beelden op de verrukkende Karelsbrug stond of zat de volgende dag een schoolklas, en natuurlijk ook bij Smetana. Die is overigens zo opgesteld dat hij zijn eigen Moldau net niet goed kan zien - mijn handen jeukten om hem een kwartslag om te draaien.

De lawaaiige schoolreizigers uit alle landen hadden ook bezit genomen van de Oude Joodse Begraafplaats, die toch al veel kleiner was dan ik me had voorgesteld. Ze verdrongen zich met hun fototoestellen om en tussen de dichtopeenstaande graven - het was geen gezicht en ik ben hard weggelopen.

De derde dag ontdekte ik hoe je de toeristen kunt ontlopen. Deze begeven zich van bezienswaardigheid naar bezienswaardigheid, langs gebaande paden, als een soort trambanen. Zodra je een zijstraatje inslaat - en Praag is overal mooi - zijn ze weg. Dan maar wat minder bezienswaardigheden.

En er zijn natuurlijk de hoorwaardigheden - een belangrijk motief voor mijn komst. Don Giovanni in het gebouw waar Mozart 208 jaar geleden de première heeft gegeven - en in dezelfde versie, dus zonder aria's voor Elvira - dat is natuurlijk niet niks. Toch heb ik nog meer genoten van de concerten in de diverse kerken. Hun aanbod, zowel 's middags als 's avonds, is overweldigend. Zo komen ze in deze, naar ik me heb laten vertellen atheïstische, stad toch nog tot hun recht. Overal op straat worden strooibiljetten uitgedeeld voor kerkconcerten die binnen enkele uren beginnen.

Meteen al de eerste dag belandde ik in de Basilica op de Burcht, naast de Gotische Vituskerk die juist weer aan de katholieken is teruggegeven tot grote woede van veel burgers, en waar de Paus in mei ongetwijfeld een mis zal opdragen voor de heiligverklaring van Jan Sarkander. De Basiliek is veel kleiner; Romaans en Barok zijn er een geslaagd verbond aangegaan en de akoestiek is er ideaal. Alleen was het er bijzonder koud. Het programma heette Duel tussen Salieri en Mozart - na diens hoboconcert ben ik rillend vertrokken, twee van zijn concertaria's opofferend. Ik was wel overtuigd dat hij het duel gewonnen had.

Ik moest trouwens alweer naar het volgende concert, in de voorstad Vysehrad. Daar speelde het Josef Suk Kamerorkest in zo'n hypermodern complex waar je langs toonzalen van auto's en andere technische voorwerpen moet lopen voordat je per roltrap de concertzaal hebt bereikt, zo'n functionele ruimte, tot in de nok op akoestiek ingesteld. Er stonden twee planten op het podium, kon dat wel? Maar het klonk inderdaad verbazend mooi, en de dertien strijkers, sommige staand, andere zittend, hadden zich heel ongedwongen opgesteld. Jeugdwerken van Janacek, Suk en Schönberg - Verklärte Nacht - vormden het programma, dat 'Tsjechië en Europa' was genoemd. Het klonk als een versterkt strijkkwartet. De primarius is een kleinzoon en naamgenoot van Jozef Suk, en een achterkleinzoon van Dvorak. Waarom komt dit geweldige ensemble nooit naar Nederland of Griekenland?

En dan het Tsjechische publiek - op mij na waren hier geen toeristen. Het was volmaakt. Nederlanders hoesten, Grieken praten - Tsjechen doen geen van beide; er is absolute stilte ook tussen de delen. Alleen die vermaledijde eenling die 'bravo' roept voordat de muziek is verklonken was hier ook. Is het soms steeds dezelfde?